Bed

Naarstig op zoek naar voorwerpen in mijn gedichten, om ze dan even in het zonnetje te zetten, kom ik steeds om aandacht smekende huizen en steden tegen. Een huis kan ik geen voorwerp noemen, tenzij het zo'n Delfts blauw souvenirgrachtenhuisje is. Een stad kun je ook moeilijk een voorwerp noemen. Vorige week heb ik in een zwakke bui de hand gelicht met mijn voornemen en maakte de film tot onderwerp. Een film is alleen een voorwerp als filmrol in een blik. Ik moet streng zijn.


Gelukkig is er altijd nog het regelmatig opduikende bed, een voorwerp waarin je kunt slapen, dromen, vrijen en ziek zijn. Het speelt een belangrijke rol in mijn poëtisch leven. Zoals in het gedicht Sigaretten, koffie, bed (uit de bundel Bij hoog en bij laag, 1959):


'Bed maar liever niet alleen


mijn mondige beminde door mij bemande


minnend bemorste'


Toe maar, denk ik nu. De allitererende woorden konden blijkbaar niet op.


'Toch, de woorden niet,


de steden nemen hun eind.'


Een minder uitbundig bed komt voor in Het lied van de vreugdeloze meisjes.


'kamer met het onopgemaakte bed


bloedvlekken in de lakens


resten van zoete koek kleefdrank


kaarslicht verzuurde romantiek


en alles doet pijn


daglicht lamplicht


stemmen doen pijn'


Ik heb zo'n meisje gekend, samen met haar vriend verslaafd aan de heroïne. Ze kwamen weleens bij me langs, als ze zonder zaten. We praatten wat treuzelend heen en weer. Dan gebeurde waarvoor ze gekomen waren: ik 'leende' hun een joetje. De vriend redde het uiteindelijk niet. Zij kickte af en bespaarde zichzelf een einde als zwerfkat in een portiek op de Geldersekade. Amsterdam was een sombere, verwaarloosde stad in die jaren.


Verplaatsen we ons nu naar het zonnige Zuiden. Begin jaren zestig bracht ik in een alleen-zijn dat me wel beviel een winterse periode door in Menton, een periode die ik later beschreef in de roman Het gangstermeisje. Ik werkte er onder meer aan een scenario voor Frans Weisz' eerste film, Helden in schommelstoel, een western die zich afspeelde in Rome. Tegelijk met het script ontwikkelde zich nog iets anders: een abces op een plek die het zitten pijnlijk maakte, ook wielrenners niet onbekend. Ik hield het een tijdje vol, gemakzuchtig denkend dat het vanzelf wel zou overgaan, zoals veel in het leven, maar dat deed het niet. De plaatselijke dokter, die ik ten slotte bezocht, liet me opnemen in de Clinique Mont-Fleuri, 'met riant uitzicht op de Middellandse Zee', waar ik kennis maakte met de zegeningen van de morfine.


'Het is avond zo stil was ik nog nooit


een wattige man van veel verlost


tijdeloos op een hoog hospitaalbed


hoog op een hand geheven


Alleen in een kamer


Medisch bewierookt.


Ik bemin het bed


Met geen stok krijgen ze me er meer uit.'


Gelukkig kwam Frans langs. In zijn 2cv reden we naar Rome ,nieuwe avonturen tegemoet.


In 1959 sterft de jazzzangeres Billie Holiday en wordt de fotografe Rineke Dijkstra geboren. Het Lieverdje wordt onthuld en de Zangeres Zonder Naam zingt Ach Vaderlief.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden