Bedwelmende hartstocht

In het theaterprogramma Brandhaarden benemen de spelers van de Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz het publiek de adem.

Beweeglijk, heftig, koortsachtig. Op het hysterische af, dat is Aleksej Ivanovitsj. Hij rent, praat, ratelt, houdt een monoloog van pakweg een kwartier, springend op een stoel. Erop, eraf, van de zitting op de armleuningen - en terug. Doorgaan. Onnavolgbaar. Hoogst irritant. Uiterst consequent. De hoofdpersoon. De speler. De hoofdspeler.


Aleksej is een schepping van Fjodor Dostojevski. Typisch: een neuroot, een harstochtelijk verslaafde - aan een spel, een vrouw, een idee. En in Der Spieler van de Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz bovendien een ijzersterke creatie van acteur Alexander Scheer en regisseur Frank Castorf. Die laatste, uitgesproken liefhebber van de Russische schrijver, baseerde zich voor deze enscenering (2011) natuurlijk op de befaamde roman, maar liet zich ook inspireren door Dostojevski's dagboekaantekeningen en zijn verhaal De krokodil. Resultaat is een rijke theaterbelevenis, niet direct letterlijk te dateren of ergens te plaatsen, vol van sociaal-maatschappelijke theorieën, verwijzingen, gekkigheid en geschreeuw. Langs speelhallen, salons, een slaap- en/of zolderkamer gaat het, in Baden-Baden of in Parijs, of misschien wel zomaar op de bühne in Berlijn, bevolkt door een internationaal gezelschap van hoge omes, diva's en lapzwanzen, spelers en bespelers - een onontkoombare combinatie die de toeschouwer buiten adem achterlaat.


Bijzonder dus en binnenkort te zien in de Stadsschouwburg in Amsterdam. In het kader van het programma Brandhaarden, dat bezoekers laat kennismaken met vooraanstaande internationale theatermakers, is het dit jaar de beurt aan regisseurs en spelers verbonden aan de Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz, die dit jaar (bovendien) haar 100ste verjaardag viert.


Onder het raam van de Rode Salon van het markante gebouw uit het voormalige Oost-Berlijn speelt een stel jongeren voor aanvang van de voorstelling een potje petanque, de januarikou ten spijt. Binnen in de foyer laten bezoekers zich vallen in kriskras verspreide zitzakken; fluorescerend gele gevaarten, merkwaardig afstekend tegen het vintage-interieur dat met zijn betimmering, marmer en jarenvijftigverlichting doet denken aan een Moskous metrostation. Wie de boel nader bekijkt, ziet dat een en ander wel wat verf kan gebruiken. Maar op een of andere wijze is het er knus.


'Vroeger zat ik hier elke avond', zegt Rolf Krieg. Als student regie durfde hij niet te dromen ooit deel uit te maken van het illustere team van intendant Castorf, maar inmiddels is hij artistiek productieleider van de internationale tournees en aldus druk in de weer met de voorbereidingen voor de 'verhuizing' naar Amsterdam. Trots loopt hij door zijn theater. Vertelt wat hij niet mag vertellen: dat de Sovjets voor de wederopbouw van het pand na de oorlog allemaal fraai materiaal uit de burelen van het naziregime hebben gebruikt. Hij gaat voor door het labyrintisch gangenstelsel achter de coulissen en laat zien dat je de weg niet kwijt hoeft te raken: via de groen geverfde deuren kom je uiteindelijk weer bij een uitgang. Maar Krieg zoekt zijn weg naar het pronkstuk van de Bühne: de roterende speelvloer. Een toppertje van technisch vernuft dat een kapitaal heeft gekost. De stad Berlijn, volle eigenaar van het theater, besloot een paar jaar terug dat het de investering waard was. Inmiddels geen Castorf-enscenering meer zonder dat er dingen draaien. En dat was, zegt Krieg, echt wel een van de grootste uitdagingen voor programmeur René van der Pluijm van de Stadsschouwburg Amsterdam, die niet over zo'n gevaarte beschikt. Enfin, er is wat op gevonden en geen bezoeker die zal vermoeden wat een klus de technici daar hebben geklaard.


De Volksbühne kent in Berlijn een geduchte concurrent: de in voormalig West-Berlijn gelegen Schaubühne am Lehniner Platz, onder artistieke leiding van Thomas Ostermeier.


Concurrent is niet helemaal de juiste term, aldus Krieg, oud-studiegenoot van Ostermeier. 'Vrijdag zit het publiek daar, zaterdag hier, of omgekeerd. Als 'werknemer' zul je niet snel overstappen, in artistieke insteek is er veel verschil. Thomas richt zich veel op contemporain werk, wil schrijvers als Ravenhill en Kane introduceren. Castorf interesseert dat niet. Hij houdt zich bezig met grote thema's, zoals in Der Spieler'.


Frank Castorf is de man die de Volksbühne echt op de kaart heeft gezet. In seizoen 1991-1992 bracht hij er Die Räuber van Schiller en is hij eigenlijk nooit meer echt weggegaan. Het karakteristieke embleem van het theater (zeg maar: een wiel op beentjes) komt van die voorstelling en wil zoiets zeggen als: Pas op, rovers! In vroeger tijden daadwerkelijk gebruikt om reizigers (per koets) op het gevaar van bandieten in het struikgewas te wijzen. En nu, in en rondom de Volksbühne, om mensen erop te attenderen dat er hier krachten aan het werk zijn die je zo maar overrompeld kunnen achterlaten.


Castorf bond in de loop der jaren een reeks klinkende namen aan zich en de Volksbühne kende grootse tijden. Een paar van zijn artistieke maats 'gaan mee' naar Brandhaarden: zo zal er werk van René Pollesch, Herbert Fritsch en de Zwitser Christoph Marthaler staan.


Castorf komt erover vertellen, begin januari, in Amsterdam. Met een wat vertrokken gezicht loopt hij de Stadsschouwburg binnen: keelpijn. Maar al snel ontpopt hij zich als een onderhoudende gesprekspartner, niet vies van een paar dwarse statements. Berlijn, zegt hij, in de ogen van menigeen 'supercool', is inmiddels eerder een 'lauwe' plek. 'Na de Duitse eenwording is de provincie geleidelijk aan naar deze stad getrokken - met alle burgerlijke, zelfgenoegzame gevolgen van dien. Verontrustend theatermaken is er nauwelijks meer bij, er is niks om je echt druk over te maken en het publiek doet dat ook zeker niet.'


Peinzend: 'Eigenlijk is Bayreuth de enige plek waar men nog geeft om theater.' Vorig jaar maakte Castorf aldaar een Wagnerenscenering aldaar, die nogal wat stof deed opwaaien. Hij moest ervoor tekenen dat hij qua duur van de voorstelling niet onder de 17 uur zou gaan. Het ronde hoofd met de glimoogjes achter een stalen montuur begint te stralen. 'Eindelijk kreeg ik eens een beetje de tijd. Normaliter mag alles hoogstens zo lang zijn als een kookprogramma op televisie.' Der Spieler neemt zo'n vier uur in beslag.


Hij pauzeert even, zegt opeens: 'Mijn moeder hield van Dostojevski. Ze had de verzamelde werken uit de jaren twintig, waarin Dostojevski's Demonen nog De duivels heetten, in de Duitse vertaling. Voor mij is het lezen als kind begonnen. Daarna, rond m'n 15de, was ik vooral gegrepen door de religieuze thema's in het werk én de zinnelijkheid ervan, natuurlijk.' Hij lacht.


'Nog weer later keek ik naar de archetypische menselijke verhoudingen bij Dostojevski. Al met al vind ik het van een grote moderniteit zoals hij de mensen beschrijft: zoals ze zijn - niet zoals ze zouden willen zijn. De psychologie in het theater in Europa, komt linea recta uit de eerste de beste koffietent. Doorsnee, voorbijgaand aan psychopathogene kenmerken van menselijke relaties - terwijl Dostojevski die haarscherp neerzet. Al vóór Nietzsche zijn übermensch had beschreven en Freud en Adler hun psychoanalytische studies publiceerden, zijn elementen uit hun theorieën in zijn werk allemaal al aanwezig.'


'Dostojevski is als de Wolga, een kolkende stroom, waar Goethe bijvoorbeeld, een bergmeertje is dat de bergtop weerspiegelt. Daar heb ik niks mee. Dostojevski is explosief! De speler haast letterlijk, dat heeft hij in drie weken geschreven om op tijd z'n schulden te kunnen betalen. Dat explosieve, dat herken ik ook in Tennessee Williams, Balzac. In Célines Reis naar het einde van de nacht, dat ik net heb geënsceneerd. Het fascineert me.


'Ik trek me weinig aan van trends. In Duitsland lijkt men zich in meerderheid alleen nog maar te interesseren voor recepten en misdaadfilms. Je vijf, zes uur in een andere wereld verdiepen zoals dat in de jaren negentig in het Berlijnse theater graag gebeurde, dat kunnen de mensen kennelijk niet meer. Letterlijk, omdat de prestatiedruk in de maatschappij zo groot is, dat ze uitgeput zijn.'


Hoe dan ook, intendant bij de Volksbühne blijft hij tot zijn pensioen in 2016, hij heeft al bijgetekend. De vier stukken die nu in Brandhaarden te zien zijn, geven een representatief beeld van het veelkleurige jubilerende instituut, zegt hij. Zijn eigen expressieve Spieler, de absurdistische wereld van de Beierse Herbert Fritsch (die jarenlang acteur was bij Castorf tot hij in 2003 aangaf ook te willen theatermaken en 'daarmee nu heel gelukkig is'), het postmoderne (Sprachstakkato) werk van René Pollesch, de muzikale, impressionistische, minimalistische werkwijze van Christoph Marthaler, die samen met Castorf tekent voor een op handen zijnde jubileumproductie.


Glaube Liebe Hoffnung, sluitstuk van Brandhaarden, is voor Marthaler ook al een behoorlijk vrolijke voorstelling. Niet zozeer qua thematiek, maar wel qua toon. Op een avond eind januari, schiet de zaal van de Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz vaak in de lach. En blijkt het een maand later ook een enscenering die evenzeer beklijft als die heftige opening naar Dostojevski.


Der Spieler. Naar Dostojevski. Door Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz.


Regie: Frank Castorf.


Te zien: 27 en 28 februari.


Het is een kleurig volkje dat het toneel van regisseur Frank Castorf bevolkt in Der Spieler: spelers onder spelers aan de roulettetafel, om geld, maar ook komedianten van de eerste orde, die het toeval de baas willen zijn, het lot tarten en de ander (publiek incluis) het liefst keer op keer een rad voor ogen draaien.


Castorf gaat daarin nog een stapje verder dan Dostojevski. Op Igrok (De Speler, uit 1868) is deze opvoering geïnspireerd. Het resultaat is een voorstelling als een roes waarin je ruim vier uur wordt meegezogen. Bedwelmend, beeldend en naar het eind toe steeds wanhopiger en heftiger, als de personages zich ondanks zichzelf lijken te realiseren dat ze meer en meer kwijtraken. De acteurs van de Volksbühne zetten hun figuren op indrukwekkende, expressieve wijze neer.


Het draait maar door, de speeltafel, de speelvloer, de figuren. Indringend, tergend, louterend.


Brandhaarden 2014: Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz: 25/2 t/m 5/3 ssba.nl


CV Frank Castorf


17 juli 1951 Geboren in Oost-Berlijn


1976-1979 Dramaturg bij Theater Senftenberg


1979-1981 Regisseur bij Stadttheater Brandenburg


1981-1985 Ensceneert bij Theater Anklam


1985-1990 Regisseert bij verschillende stadtheaters in Oost-Duitsland (HalleGera, Karl-Marx-Stadt)


Vanaf 1988 ook in West-Duitsland (Keulen) en Zwitserland (Basel)


1990-1992 Huisregisseur bij Deutsches Theater, Berlijn


Vanaf seizoen 1992-1993 is hij intendant van de Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz.


Castorf studeerde theaterwetenschap aan de Humboldt Universiteit in Berlijn. Hij realiseerde meer dan honderd ensceneringen voor verschillende opdrachtgevers. Zijn Dostojevski-voorstellingen Demonen en De Idioot werden verfilmd.


Glaube Liebe Hoffnung van Ödön von Horváth/Lukas Kristl. Door Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz. Regie: Christoph Marthaler.


Te zien: 4 en 5 maart.


In de rommelige orkestbak voor de speelvloer staan afgeragde stoeltjes te wachten op musici die niet zullen komen. Wél paraat staan een aantal kleine luidsprekers, geluidsboxen en: de dirigent. Een magere hoogblonde verschijning in een te groot kostuum, die met precieuze gebaren al snel de boeiendste tonen aan de bak blijkt te kunnen ontlokken.


Zoals gebruikelijk in voorstellingen van de Zwitserse regisseur Christoph Marthaler (1952) neemt de muziek een belangrijke plek in. Het 'geluidstapijt' van Glaube Liebe Hoffnung-liveperformer Clemens Sienknecht meets luidsprekersorkest vormt een belevenis op zich. Marthaler blijft trouw aan zijn sociaal-maatschappelijke thematiek (in Nederland waren eerder Seemannslieder en Maeterlinck te zien). Hij creëert een bijzonder evenwicht .


Murmel Murmel. Naar een tekst van Dieter Roth. Door Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz. Regie: Herbert Fritsch.


Te zien op 1 en 2 maart.


Een bizarre voorstelling en dat is het: Murmel Murmel, geregisseerd door veteraan Herbert Fritsch. Een van de grote hits van de Volksbühne in de afgelopen twee jaar. 'Het woord teksttheater is voor mij het ergste woord dat er bestaat. Alleen dat woord is al zo saai dat ik meteen wil wegrennen', aldus Fritsch in een toelichting .


Murmel Murmel is alles behalve teksttoneel. Sterker nog: de hele voorstelling bestaat uit slechts dat ene woord: Murmel. En dat dan gezongen, geschreeuwd, gefluisterd en gemurmeld in ontelbare malen en in talloze variaties. Het ensemble van de Volksbühne beweegt zich in deze voorstelling als een wervelwind over het podium. Lichtjes gebaseerd op het boekje dat de Zwitser Dieter Roth veertig jaar geleden schreef: 176 bladzijden met alleen maar dat ene woord. Fritsch heeft dat vormgegeven iin een virtuoze mix van variété, circus, mime, slapstick, acrobatiek en performance.


Glanz und Elend der Kurtisanen. Naar Honoré de Balzac. Door Volksbühne am Rosa-Luxemburg-Platz. Regie: René Pollesch.


Te zien: 2 maart.


René Pollesch (1962) liet zich voor zijn voorstelling inspireren door de Franse schrijver, maar deed er zijn eigen ding mee. In dit geval waan je je bij tijd en wijle in de rokerige keuken van een filosofiestudent waar tot in de vroege morgen heftig wordt gediscussieerd over zaken als zijn en schijn.


Het enfant terrible van de Prater (kleinere dependance van de Volksbühne) maakt zeer specifieke, heftige, talige en geëngageerde voorstellingen, waarvan sommige ook in Nederland te zien waren.


In de eerste tien minuten snijdt Glanz und Elend meer principiële kwesties aan dan de rest van de voorstellingen samen dit seizoen, aldus de Süddeutsche en de Frankfurter Allgemeine roemt de bevlogen dialoog over zijn en schijn, innerlijk en uiterlijk, feit en fictie, gepaard aan 'een geanimeerd discours over de liefde, het leven en het theater.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden