Bedrijfsleven kan overheidsdienaar toch nog verleiden

RECENTE krantenkoppen als 'Secretaris-generaal (SG) gaat niet naar het WK' en 'Minister Ter Beek brengt toevallig bezoek aan Oranje' geven aan dat de overheid nog dagelijks worstelt met de vraag: welke uitnodiging vanuit het bedrijfsleven is acceptabel en welke niet?...

G.J. DE HOSSON

De SG ging niet naar het WK na een aanbod van een bedrijf, om redenen van 'mentaliteit'. Hij meldde nog wel dat er geen wederdienst tegenover hoefde te staan. Een overbodige constatering, aangezien de reis, indien dit wel het geval was, in een heel verdacht licht zou komen te staan.

Het gaat in ieder geval de goede kant op, want twee jaar geleden was de PTT ruimhartig met het verstrekken van tickets naar de Olympische Spelen in Barcelona en waren overheidsdienaren gretig in het aannemen ervan. De PTT deed dit niet omdat men politici en ambtenaren een plezier wilde doen of omdat er 'wat geld overschoot'. Het is voor de PTT een strategie om goede ingangen te hebben wanneer dat nodig is in de toekomst.

Elk bedrijf met een verkoopstrategie past technieken toe om zijn produkt aan de man te brengen, waarbij kneed- en masseeractiviteiten veelvuldig worden toegepast. Zoals zo vaak in het leven wordt daarbij ingespeeld op de menselijke zwakheden. Een en ander wordt financieel ondersteund door de anderhalf procent verkoopkosten die de belasting zonder nadere specificering accepteert.

Het kneed- en masseerwerk kent vele varianten: De 'spilzieke' krijgt een aantrekkelijke lening aangeboden; de 'reislustige' mag gebruik maken van een vakantiewoning in Spanje; de 'sportieveling' krijgt een golfuitrusting; de 'carrièremaker' een commissariaat en de 'huismus' treft op zekere ochtend bouwvakkers in zijn keuken aan die een luxe keukenblok aan het plaatsen zijn.

Uit een recent onderzoek aan de Vrije Universiteit bleek dat bij eenderde van alle transacties tussen bedrijven onderling sprake was van onregelmatigheden in de beïnvloedende sfeer. Het is aan te nemen dat in dit verband de overheidsdienaar en de politicus niet worden ontzien.

De Nederlandse ambtenaar wordt in het algemeen gezien als een betrouwbaar persoon, die door ons allen wordt betaald en derhalve in zijn handelen geen persoonlijke voorkeuren laat meewegen bij aan- of uitbestedingen.

De - gelukkig - steeds meer bedrijfsmatige instelling van de ambtenaar mag er niet toe leiden dat de bedrijfsgewoonte van het beïnvloeden - 'leuke dingen doen voor elkaar op kosten van de baas' - ook bij de ambtenaar usance wordt in de vorm van 'leuke dingen doen voor elkaar op kosten van de belastingbetaler'.

Wat kan de overheid concreet doen om het betrouwbaarheidsaureool te versterken? De wet is toereikend waar het gaat om fraude en corruptie onder ambtenaren. Het toepassen van de wet is echter een ander verhaal. Steeds meer dwingt de publieke opinie - verontwaardigd als er weer eens een wethouder in de fout is gegaan - de overheid de fraude en corruptie onder ambtenaren serieuzer aan te pakken.

In dit kader is een preventieve insteek te prefereren boven een repressieve aanpak. Enkele uitgangspunten voor een preventieve aanpak: bij alle contacten met het bedrijfsleven in binnen- en buitenland komen de reis- en verblijfskosten van ambtenaren voor de rekening van het rijk; alle niet-zakelijke uitnodigingen uit het bedrijfsleven worden afgewezen; relatiegeschenken worden niet aanvaard.

In de praktijk van alledag kunnen er nuanceringen worden aangebracht. Zo hoeft men bij een bedrijfsbezoek niet tussen de middag buiten het bedrijf iets 'uit de muur' te halen, en de pennetjes, blocnootjes en kalendertjes hoeven niet te worden teruggestuurd.

Belangrijk bij alle banden met het bedrijfsleven is dat de overheid zoveel mogelijk sturing geeft in haar contacten met het bedrijfsleven, en zelf het initiatief neemt. De overheid bepaalt de behoefte, formuleert de technische eisen en nodigt bedrijven uit om te offreren. In zo'n constructie is de kans voor een ambtenaar om in een afhankelijke positie te komen het kleinst en straalt de overheidsdienaar een 'openbaar' vertrouwen uit, dat de burger laat zien dat er niet 'even iets te regelen valt'.

Voor de ambtenaren zijn de regels duidelijk, het probleem zit hem echter in de handhaving van de regels. Ministers, leden van de vertegenwoordigende en bestuurlijke lichamen moeten het voorbeeld geven. Zij staan te veel toe en geven te veel ruimte aan onregelmatigheden. Het is nog steeds lonend om aan verleidingen toe te geven.

G.J. de Hosson

De auteur is werkzaam bij het ministerie van Defensie.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden