Bedrijfsleven kan niet zonder de overheid

Twee gebeurtenissen op economisch gebied domineerden de Nederlandse krantenpagina’s in het afgelopen jaar: de kredietcrisis die deze zomer in de VS begon en zich daarna wereldwijd vertakte, en de verkoop en opsplitsing van ABN Amro – de grootste bankovername ooit....

Het is niet moeilijk de overeenkomst tussen beide kwesties te zien: ze spelen zich af in de wereld van de haute finance en daarmee op grote afstand van de burger. Die kan zich geen voorstelling maken van de bedragen waarmee wordt gegoocheld: de 300 miljard euro die de kredietcrisis wel eens kan gaan kosten, zijn voor hem even abstract als de 70 miljard die door het bankentrio voor ABN Amro is betaald. Schouderophalen is de doorsneereactie, voortkomend uit onverschilligheid of onmacht.

Toch is het van belang wat langer stil te staan bij deze gebeurtenissen. Een paar vragen dringen zich op. Wat zeggen zij over de richting waarin de mondiale economie zich ontwikkelt? En welke rol is er bij zoveel financiële krachtpatserij nog voor de overheid weggelegd als hoeder van het algemeen belang?

Het is geen toeval dat in beide kwesties bankiers en beleggers de hoofdrol spelen. De enorme geldstromen die met steeds groter gemak waar dan ook kunnen worden ingezet, vormen de drijvende kracht achter de mondialisering. Zowel de kredietcrisis als de verkoop van ABN Amro zijn een product van deze ontwikkeling.

Het kapitaal dat wereldwijd naar de hoogste rendementen speurt, zal de komende jaren ongetwijfeld voor meer opzienbarend nieuws zorgen. De recente golf van Chinese investeringen in het Europese en Amerikaanse bankwezen, vormen daarvan een voorbode. Staatsinvesteringsmaatschappijen uit Azië en het Midden-Oosten beschikken samen over 3000 miljard dollar; hedgefondsen (1.900 miljard) en opkoopfondsen (1.200 miljard) verdubbelen dat bedrag royaal. Onder invloed van dit enorme kapitaal zullen landen en werelddelen economisch steeds meer met elkaar verknoopt raken.

Wat vermogen nationale staten nog tegenover dit financiële geweld: beperkt hun rol zich tot onmachtig toekijken, net als de meeste burgers? Die conclusie miskent de complexe realiteit. Want neem de kredietcrisis. Die toont juist het onvermogen van de financiële wereld om zélf orde op zaken te stellen. Het zijn wereldwijd de centrale banken (en dus, uiteindelijk, de burgers) die met mega-leningen aan de elkaar wantrouwende particuliere banken de nood moeten lenigen.

In de ABN Amro-zaak ging het om meer dan de belangen van een aantal banken, maar was ook de positie van de financiële sector in Nederland als geheel in het geding. Pas achteraf werd bekend dat de top van ABN Amro graag had gezien dat premier Balkenende zijn invloed zou hebben aangewend om alsnog de weg te effenen voor een fusie met de ING. Dat zou uiteraard in de eerste plaats in het belang van ABN Amro zijn geweest, maar ook in dat van Nederland. Helaas liet het kabinet deze uitnodiging van ‘dé bank’ aan zich voorbijgaan.

Een ander dossier waarmee het bedrijfsleven het afgelopen jaar indringender dan ooit werd geconfronteerd is de klimaatverandering. Bij alle inspanningen van bedrijven op het terrein van het milieu is het van belang vast te stellen dat het nog altijd de overheid is die de normen voor bijvoorbeeld de CO2-uitstoot bepaalt. Bedrijven kunnen proberen daar invloed op uit te oefenen, maar dicteren het beleid niet. Sterker: een jaar geleden vroegen tachtig ondernemers in een brief aan het kabinet meer prioriteit te geven aan de bescherming van natuur en milieu. Zij kunnen zichzelf moeilijk strengere normen opleggen, want als de concurrent niet meedoet, lig je eruit.

Ook hier geldt: De rol van de overheid is nog lang niet uitgespeeld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden