Bedriegen en uitmelken hoort er gewoon bij

In Griekenland wordt zondag opnieuw een parlement gekozen. De slechte economische postie van het land staat bij de verkiezingen centraal, maar het echte probleem, dat van het elkaar baantjes toeschuiven, wordt angstvallig gemeden. 'Voor echte verandering heb je een generatiewisseling nodig.'

De Griekse minister van Financiën George Papaconstantinou stuitte in 2009 op een afdeling van 270 mensen die belast waren met het digitaliseren van foto's van het mooie Griekse landschap. Helaas hadden ze geen van allen verstand van fotografie. Ze waren kapper, loodgieter of boekhouder, maar in elk geval geen fotograaf.

Dat deed er ook niet toe. Het interesseerde niemand of de foto's ook echt gedigitaliseerd werden. De 'fotografen' waren slechts aan een rustig baantje geholpen omdat zij - en waarschijnlijk hun hele familie - op de regerende partij hadden gestemd. Een typisch geval van cliëntelisme of rousfeti, zoals de Grieken zeggen. In Griekenland is de staat een machine die banen en andere gunsten uitdeelt aan de kiezers. Het algemeen belang komt op de tweede plaats.

Zondag gaan de Grieken opnieuw naar de stembus. In de media staan economische vragen centraal: krijgen de Grieken hun begroting op orde, zullen zij hun schulden terugbetalen? Maar veel belangrijker is de onderliggende politieke vraag, zegt Dafne Halikiopoulou, een Griekse docent politicologie aan de London School of Economics. Zijn de Grieken bereid te breken met een systeem van cliëntelisme en corruptie? Willen ze van Griekenland een moderne staat maken, met een veel kleinere overheid, een onpartijdige bureaucratie, een samenleving die verdienste beloont in plaats van relaties en familiebanden? Alleen dan is economische groei mogelijk en kan Griekenland in de euro blijven.

Corrupt systeem

Voorlopig ziet het er nog niet erg naar uit, zegt Halikiopoulou. 'De Grieken zijn boos. Maar ze zijn niet boos over een corrupt systeem, ze zijn boos dat ze niet langer door het systeem worden bevoordeeld.' De 'oude' partijen PASOK en Nea Demokratia zeggen dat ze willen veranderen, maar zijn helemaal met het bestaande systeem vergroeid. Ook de nieuwe uitdagers lijken niet radicaal met het verleden te willen breken. Het linkse Syriza maakt een goede kans morgen te winnen. In de beste Griekse tradities blinkt de partij uit in populistische retoriek en onhaalbare beloften, zoals het verhogen van het minimumloon en het terugdraaien van pijnlijke bezuinigen. Niet voor niets is de partij populair onder ambtenaren. In het Griekse psychodrama vertegenwoordigt zij eerder de laatste fase van de ontkenning dan een frisse nieuwe start. 'Syriza telt ook veel ex-politici van PASOK, die het zinkende schip hebben verlaten', zegt Halikiopoulou.

Het cliëntelisme heeft Griekenland enorme schade toegebracht. De opgeblazen ambtenarij is niet alleen veel te duur, maar ook ineffectief. Burgers en bedrijven worden van het kastje naar de muur gestuurd. Dat is ook precies de bedoeling. Een ondoorzichtige bureaucratie geeft politici de kans om te interveniëren ten gunste van hun klanten. En ambtenaren kunnen een centje bijverdienen. Als je extra betaalt, komt het rijbewijs veel sneller of word je wel fatsoenlijk geholpen in het staatsziekenhuis. In 2009 kocht 13,5 procent van de Grieken een ambtenaar om, blijkt uit onderzoek van Transparency International. Gemiddeld waren zij 1.355 euro kwijt. De Griekse samenleving staat niet alleen voor een economisch, maar ook voor een moreel bankroet, stelde financieel journalist Michael Lewis in zijn boek Boomerang.

Cliëntelisme komt vooral voor in economisch achtergebleven gebieden. Griekenland is altijd een arm land geweest, waarin de staat met zijn belastingopbrengsten als een interessante inkomstenbron werd gezien. Aan het einde van de 19de eeuw had Griekenland al 214 ambtenaren per 10 duizend inwoners, tegenover 176 in Frankrijk, 126 in Duitsland en 73 in Groot-Brittannië. Tegelijkertijd werd de staat gewantrouwd en verafschuwd. Vaak wordt die houding verklaard uit de lange Ottomaanse overheersing. De staat, dat waren de Turken, die je rustig mocht bedriegen en uitmelken. Na de Griekse onafhankelijkheid in 1832 werd die houding voortgezet. 'In Griekenland wordt het als oneervol gezien om de regels te gehoorzamen', zei hoogleraar economie Stavros Katsios tegen de Wall Street Journal.

Militaire dictatuur

Na het einde van de militaire dictatuur in 1974 werd het cliëntelisme geperfectioneerd door moderne politieke partijen. Het land ontspoorde in de jaren tachtig onder PASOK-premier Andreas Papandreou. Griekenland werd lid van de Europese Unie, maar werd geen moderne Europese democratie. Het gebruikte de Europese subsidies juist om nog meer gunsten aan zijn burgers uit te delen. Het feest begon pas echt toen Griekenland tot de euro toetrad en de rente sterk daalde. Het land werd volgepompt met goedkope leningen - ook door Noord-Europese banken die een kwalijke rol speelden. Op die manier werd de levensstandaard kunstmatig verhoogd. Ondertussen steeg de staatsschuld van 34 procent in 1981 tot 133 procent in 2010. De eurocrisis maakte een einde aan dit piramidespel.

Kritische reflectie

Sindsdien lijdt de Griekse bevolking. De werkloosheid bedraagt meer dan 20 procent, veel mensen leverden 20 procent in van hun toch al niet zo hoge salaris - 700 tot 800 euro was heel gewoon. Van kritische reflectie is echter nauwelijks sprake, zegt Dafne Halikiopoulou van de London School of Economics. 'De politieke partijen zeggen wel dat ze tegen corruptie zijn. Vooral de extreem-rechtse Gouden Dageraad maakt er een speerpunt van. Maar het is allemaal populistische retoriek. Het is 'zij', de corrupte politici tegen 'wij', de eerlijke, hardwerkende Grieken. Maar in werkelijkheid hebben ook gewone Grieken jarenlang van het systeem geprofiteerd.'

Kleine ondernemers

Zolang ze er baat bij hadden, stemden de kiezers massaal op de corrupte partijen. Niet alleen de rijke Grieken ontdoken de belasting, maar ook de talloze kleine ondernemers en iedereen die ook maar de kans kreeg. In een verkiezingsjaar was het altijd gebruikelijk om geen belastinginspecteurs op pad te sturen, vertelde minister van Financiën Papaconstantinou tegen journalist Michael Lewis.

Als een regering impopulaire maatregelen wilde nemen, gooiden de vakbonden het land plat. Zelfs Andreas Papandreou, voor veel waarnemers een van de grote boosdoeners in dit verhaal, kwam al in 1985 tot de conclusie dat zijn beleid van gunsten uitdelen financieel onhoudbaar was. Hij besloot de lonen te bevriezen en kondigde een flink pakket van bezuinigingen aan. Onder druk van de vakbonden haalde hij echter bakzeil. Uiteindelijk verhoogde hij de lonen zelfs, met de plechtige verklaring dat 'het volk superieur is aan de instituties'. In 1990 wilde premier Mitsotakis van Nea Demokratia bezuinigen. Hij werd niet herkozen.

'Het cliëntelisme is diep geworteld in de Griekse cultuur', zegt Dafne Halikiopoulou. 'Daarom is er ook zo weinig verzet tegen geweest. Bij veel privébedrijven gaat het niet anders. Je wordt aan een baan geholpen, omdat je vriend of familie bent.' Griekenland bevindt zich nog altijd in een Catch 22-situatie: om het cliëntelisme te doorbreken, is economische ontwikkeling nodig. Maar zo lang het cliëntelisme regeert, zal de economie zich niet ontwikkelen.

De ontkenning van de realiteit wordt sterk in de hand gewerkt door het extreme nationalisme van Griekenland. 'De Grieken hebben een underdog-cultuur', zegt Halikiopoulou. 'Wij zijn het kleine, dappere volk dat de koloniale overheersers trotseert. Eerst de Turken, nu de Duitsers.' De underdog voelt zich slachtoffer, zijn problemen zijn altijd de schuld van een ander.

'Voor echte verandering heb je een generatiewisseling nodig', zegt Halikiopoulou. 'Helaas gaan veel jonge, goed opgeleide Grieken naar het buitenland, omdat ze in eigen land geen toekomst zien.'

Cliëntelisme is op allerlei manieren schadelijk voor de productiviteit

Er zijn twee Europa's, schreef politiek filosoof Francis Fukuyama onlangs in het tijdschrift The National Interest: een cliëntelistisch Zuiden en een niet-cliëntelistisch Noorden. Cliëntelisme is het sterkst in Griekenland, daarna volgt Italië, vooral het zuiden van Italië. Spanje en Portugal worden als minder cliëntelistisch gezien, al is het verschijnsel daar zeker niet afwezig.

Het overleven van de euro is niet alleen afhankelijk van begrotingsdiscipline. Een muntunie wordt onhoudbaar als de verschillen in productiviteit tussen de verschillende landen te groot zijn. Cliëntelisme is op allerlei manieren schadelijk voor de productiviteit. In Griekenland en Italië is de publieke sector te groot, omdat kiezers met banen zijn beloond. De uitgedijde bureaucratie is bovendien nadelig voor het ondernemingsklimaat. In landen als Griekenland en Italië wordt concurrentie aan banden gelegd door de toegang tot bepaalde beroepen - zoals apothekers in Italië en vrachtwagenchauffeurs in Griekenland - te beperken. Cliëntelistische landen zijn ook geneigd een oogje dicht te knijpen als er belasting moet worden geïnd. Deze praktijken ondermijnen ook de bereidheid van Noord-Europese burgers om financieel bij te springen in Zuid-Europa.

Hoe taai het cliëntelisme kan zijn, blijkt uit de recente Italiaanse geschiedenis. Na de Tweede Wereldoorlog domineerden de christen-democraten, die in Zuid-Italië op grote schaal gunsten verleenden in ruil voor stemmen. In 1992 implodeerde het politieke systeem, na een reeks schandalen rond corruptie en samenwerking met de mafia. Silvio Berlusconi beloofde een nieuwe start, een Angelsaksische koers die zou breken met de oude vriendjespolitiek en ruim baan zou maken voor hardwerkende ondernemers. Uiteindelijk gebruikte hij de staat om zichzelf en zijn vrienden te bevoordelen. Nieuwe politiek werd oude politiek, maar dan met andere begunstigden.

'Cliëntelisme is het sterkst in Zuid-Italië, waar burgers verder weinig mogelijkheden hebben', zegt Bertjan Verbeek, Italië-kenner en hoogleraar politicologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

'In een gebied als Calabrië worden aubergines en olijven verbouwd, verder is er weinig bedrijvigheid. In zulke gebieden heb je vaak een heel hiërarchische structuur, waarin grootgrondbezitters de dienst uitmaken. Gewone burgers hebben weinig kans op sociale mobiliteit. Wie vooruit wil, moet zich wenden tot de lokale machthebbers', zegt Bertjan Verbeek. 'In Noord-Europa had je van oudsher meer grote steden, met een open economie en een middenklasse die meer mogelijkheden heeft.'

Ook het katholicisme wordt vaak als een factor gezien. De katholieke visie op sociale ordening is hiërarchischer dan die van het noordelijke protestantisme.

De wens tot verandering lijkt in Italië sterker dan in Griekenland. Premier Monti heeft een ruim mandaat, ook omdat veel Italianen bang zijn voor 'Griekse toestanden'. 'Daarnaast heb je de beweging rond komiek Beppe Grillo. Die heeft in een aantal steden burgemeesters en wethouders die zeggen dat ze het echt anders willen doen. Ik ben benieuwd wat dat oplevert', zegt Verbeek.

'Je kunt cliëntelisme het beste doorbreken door meer sociale mobiliteit te creëren. Zo bevrijd je mensen uit die hiërarchische relaties. Maar in tijden van crisis is dat natuurlijk moeilijk.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden