Bedorven Bordeaux

De Bordeaux-wijnen zijn niet heilig meer, wat de Franse chateaux er ook over beweren. Een Amerikaan ontdeed de crus classvan hun bijna-religieuze betekenis....

Het moet een jaar of twintig geleden zijn geweest dat Jeremy Paxman de uitzending van het prestigieuze BBC-programma Newsnight opende met de plechtig uitgesproken woorden: 'The claret is dead.' In Zuidwest-Frankrijk zal het op een ongelegen moment hebben gevroren, of er was een septemberhagelbui gevallen. Hoe dan ook, de Bordeaux-oogst van dat jaar was finaal weg. Voor de Britten was dat een ramp, aangezien zij sinds eeuwen maar wijn kenden: de claret.

Omstreeks dezelfde tijd deed zich een omwenteling voor, die zich weliswaar langzamer voltrok dan een hoosbui of een vriesnacht, maar met een niet minder dramatisch gevolg. De ouderwetse Bordeaux kreeg meer en meer te maken met buitenlandse concurrentie, en omgekeerd evenredig daaraan was er steeds minder ontzag voor de Franse mooispraak waarmee het gewichtige wijngebied altijd was omringd.

In Noble Rot A Bordeaux Wine Revolution vertelt de Amerikaanse journalist William Echikson hoe het traditionele monopolie van de 'aristocratie van de kurk' van Bordeaux, uitgedrukt in onbegrijpelijke etiketten, gecompliceerde productievoorschriften en achterhaalde classificatiestelsels, stap voor stap werd uitgehold. Als het in dit verband niet tamelijk ridicuul klonk, zou je spreken van de emancipatie van de wijndrinker.

Noble rot, in het Frans pourriture noble, is het rottingsproces in de druif dat haar geschikt maakt voor de zeer late pluk, noodzakelijk om er de zoete Sauternes van te maken. Ooit was dit de edelste van alle Franse wijnen, en nog altijd mag alleen de beroemdste Sauternes, Chateau Yquem, de classificatie premier cru supeur voeren. Uiteraard bedoelde Echikson met zijn titel niet zozeer de druif, als wel de overdrachtelijke verschimmeling van de hele Bordeaux-geschiedenis.

De befaamde indeling van Bordeaux-wijnen in crus classwerd ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling in 1855 ingevoerd. De vier hoogst geklasseerde wijnen, Margaux, Lafitte, Latour en Haut-Brion, werden een eeuw voordien ook al aangeduid als de allergrootste. En anderhalve eeuw na dato is dat nog steeds zo. Met kwaliteit had het classificatiesysteem weinig te maken; het was gebaseerd op de prijzen van 1855. Het systeem was toen al omstreden en is dat nog altijd, maar crus blijven crus, even onwrikbaar als bijbelteksten.

Vroeg of laat moest het wel misgaan. Al veel te lang had de streek gedreven op luie reputaties en werd er gedacht dat de concurrentie door rigide regels, politieke vrienden en intimidatie wel buiten de deur kon worden gehouden. De Bordeaux verkocht op zijn naam. Maar terwijl wijn in Frankrijk nog altijd een beetje religie is, werd het overal elders niet meer dan een eenvoudige drank. In Australis het leeuwendeel van de markt in handen van drie merken en koop je wijn bij wijze van spreken als Amstel of Heineken. Terwijl alleen al in de Bordelais nog steeds tienduizenden chateaux met bijbehorend mysterie in omloop zijn.

Het vonnis over de Franse wijnen werd voltrokken door een zekere Robert Parker, een buitenstaander en Amerikaan bovendien. Alleen een niet-ingewijde en misschien wel juist een respectloze Amerikaan kon verklaren dat de keizer geen kleren aanhad. Parker, bijgenaamd 'de neus', begon in 1978 zijn blad The Wine Advocate. Hij proefde wijnen en gaf cijfers. Wijnkritiek bestond natuurlijk allang. Parker had zijn inderdaad unieke neus vop de concurrentie. Daarbij kwam dat hij geen ontzag had voor traditie, voor stambomen en vooral niet voor de grands crus van 1855. 'Ik geef geen shit om die dingen', verklaarde hij tot schrik van de Fransen.

Parker was onkreukbaar. Hij liet zich niet paaien met discreet aangeleverde dozen wijn in de kofferbak, accepteerde geen advertenties in zijn blad en betaalde alle wijn die hij proefde zelf. Hij bleef wonen in het Amerikaanse provinciestadje Monkton, ver weg van alles en in het bijzonder van Franse druk. Parker dankt zijn reputatie vooral aan de internationale markt. De duurdere Bordeaux worden namelijk vooral gekocht door Amerikanen en Japanners. Gaandeweg breidde zijn reuk zich uit naar Frankrijk zelf. Inmiddels, na een kwarteeuw, betekent 'een Parker-score onder de negentig dat een wijn niet te verkopen is, en boven de negentig dat hij niet te krijgen is', vertelt een wijnboer.

Onder invloed van Parker werden de grote chateaux kritischer op hun eigen prestaties. Ze gingen later oogsten om rijpere druiven te krijgen, meer met de hand werken voor een betere selectie, en het productieproces werd beter bewaakt. Bovendien werd er aan het bijna-monopolie van de crus van buitenaf geknaagd. Nieuwe wijnhuizen doken op die, ongekroond, heel goede wijn maakten, en de bijbehorende Parker-cijfers verdienden. 'De huidige wijn is veel beter dan die van een generatie geleden', zegt Parker zelf. Geen wonder dus dat William Echikson, die bij de ultraliberale Wall Street Journal werkt, meer dan content is met deze voorbeeldige geschiedenis van hoe de open markt zijn zegenrijke werk heeft gedaan.

De Fransen blijven het met gemengde gevoelens aanzien. Parker krijgt tegenwoordig een paginagroot interview in Le Figaro als hij in het voorjaar weer overkomt om de bokken van de schapen te scheiden. Hij is door president Chirac persoonlijk benoemd tot chevalier in het Legioen van Eer. Maar het wantrouwen blijft. Ekeer stuurde een wijnkasteelheer met een slecht cijfer zijn hond op Parkers kuiten af. De argumenten tegen de 'Coca-colaring' of 'homogenisering' van de wijn onder invloed van Parker horen bij een terugkerend ritueel. Parker is Amerika, is een anglosaxon, en 'elke fles Amerikaanse of Australische wijn is een bom op de Franse cultuur', aldus een wijnboer die daarmee een wijdverbreide gedachte verwoordt.

De crisis van de Bordeaux is in die zin een parabel over de crisis van de Franse ziel. Le Bordeaux c'est la France, net als het atoomwapen, de kaas of de culturele uitzondering. En de schimmel zit overal. De laatste weken windt Frankrijk zich weer op over de dreiging van genetisch gemanipuleerde wijn, en in Le Figaro loopt deze zomer de zoveelste serie onder de zelftwijfelende titel 'Wat is het om anno 2004 Fransman te zijn?' In Nederland zijn we geneigd te gniffelen over die altijd van zichzelf vervulde Fransen. Laten we dat niet doen. Het navelstaren is hier geen haar minder en dan hebben we van eigen bodem zelfs geen slechte wijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden