Bedenktijd

Af en toe pak ik van Hans Magnus Enzensberger nog wel eens het boek uit de kast dat Ach Europa!...

Mooie futurologie.

Een Amerikaanse verslaggever, na jaren weer eens terug in het avondland, gaat in Bonn op bezoek bij zijn oude vriend de ambassadeur. Die blijkt te snakken naar het ogenblik waarop hij Europa mag verlaten. Het continent is hem een nachtmerrie geworden. Terwijl hij in de Europese binnensteden struikelt over de Russische toeristen die van hun regering weer mogen reizen, voelt hij zich als vertegenwoordiger van de Verenigde Staten bijna een outcast.

‘Ze haten ons, Timothy’, zegt hij. ‘De Duitsers, de Spanjaarden, de Fransen – allemaal anti-Amerikaans. Wij hebben geen vrienden meer. Samen met de Russen probeert de Europese Gemeenschap ons ook nog de markt uit te drukken’.

Timothy interrumpeert even:

‘Schei nou toch uit! Je doet net alsof we met een grote mogendheid te maken hebben. Iedereen weet toch dat de Europese Gemeenschap een kippenhok is, een wirwar van steeds kleiner wordende staatjes, als je tenminste nog van staatjes kunt spreken?’

‘Ja’, beaamt de ambassadeur. ‘Als ze onder mekaar een paar eenvoudige dingen moeten oplossen, slaan ze mekaar inderdaad de hersens in. Maar als ze òns kunnen beledigen, vormen ze één hecht front. Wij zijn de gemeenschappelijke vijand. Weet je trouwens dat ze serieus van plan zijn de tekst op hun bankbiljetten in twaalf talen te laten afdrukken? Daar word je toch gek van? Godzijdank word ik binnenkort overgeplaatst naar Seoel. Daar zijn de verhoudingen voorzover ik weet nog een beetje normaal.’

Herkenbare feiten en sentimenten.

Alvorens de epiloog helemaal uit te lezen, sla ik het boek meestal weer dicht, om naar de band te kijken waarop de Europese lappendeken letterlijk is gevisualiseerd in een collage die honderdenéén landkaartfragmenten in willekeurige ordening aan elkaar heeft geplakt.

Je hebt er eigenlijk een loep bij nodig, en je moet het boek telkens een hele, een halve of een kwartslag draaien, omdat de ontwerper (Jirí Kolár – dat moet een Bohemer zijn geweest) de fragmenten aan mekaar heeft gemonteerd zonder op oost, west, zuid of noord te letten. Vlissingen grenst bijna aan Helsinki, Warschau ligt een uurtje gaans van Lissabon.

Warklomp, kakelstal, slangenkuil?

Met al die overhoop gegooide stukjes Michelin in de hand, las ik intussen dat de Europese ministers van Buitenlandse Zaken zojuist in Wenen hebben besloten om een extra jaar bedenktijd uit te trekken voor de bestuurlijke toekomst van de Unie waarvan vorig jaar door ons en door Frankrijk – ondankbare volkeren – de Grondwet werd verworpen.

Met z’n vijfentwintigen zijn ze het er in Wenen wel over eens geworden dat in 2009 alsnog ‘een nieuw Europees verdrag’ op tafel moet liggen waarmee de lidstaten zich kunnen voorbereiden ‘op een verdere uitbreiding op de langere termijn’.

Hoe zouden ze dat verdrag willen noemen?

Volgens onze man in het klooster Neuburg mag de tekst van 2009 geen grondwet meer heten. Hij zei: ‘Ik denk dat het niet zinvol is verder over grondwetten te praten. We zullen de Europese grondwet ook niet opnieuw aan de bevolking voorleggen.’

Je mag aannemen dat hij de ouwe bedoelt, die we toen afwezen. Maar wat zou er tegen zijn om een nieuwe, die van Bohemen aan Zee tot aan Istanbul in de binnenlanden wordt omarmd, ook in Nederland te benoemen met het gevreesde G-woord?

Maar waarschijnlijk gebeurt dat ook zodra we zijn vergeten waarom we de vorige niet wilden.

Ach, Europa. Als je je maar lang genoeg bedenkt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden