BEDENKELIJKE RICHTING

HET WAS een kort maar veelzeggend misverstand. Paul Witteman ondervroeg in het debatprogramma Het Lagerhuis een van de artsen die in opspraak waren geraakt door uitspraken in een Zembla-documentaire....

'Hoeveel abortussen heeft u in uw leven verricht?' was de vraag. 'Ongeveer veertigduizend', was het antwoord. 'Dat is ongeveer een stadion vol', zei Witteman. De arts begreep even absoluut niet waarover Witteman het had. Toen drong het tot hem door dat Witteman bedoelde dat er een stadion had kunnen worden gevuld met de mensen die geboren zouden zijn als er geen abortus had plaatsgevonden.

Witteman ging er van uit dat abortus het afbreken van leven is. De verwarring van de arts kwam voort uit de visie dat abortus niet veel meer is dan het verwijderen van een beetje slijm uit de baarmoeder.

Gewoonte en routine zijn niet alleen een bedreiging voor zorgvuldigheid, ze hebben ook onvermijdelijk tot gevolg dat eventuele normatieve bedenkingen worden geëlimineerd. Gewoonte maakt ook de meest afschuwelijke dingen gewoon.

Zo herinner ik me van lang geleden een televisieprogramma over de Spaanse Burgeroorlog, waarin een Spaanse graaf vertelde hoe hij op zestienjarige leeftijd van zijn vader lid moest worden van een executiepeleton, zodat hij zou leren af te rekenen met dat revolutionaire communistische gespuis. De edelman vertelde dat na verloop van tijd het executeren van mensen voor hem makkelijker was geworden dan het doden van konijnen op de jacht.

Ik ben altijd van mening geweest dat abortus een toelaatbare ingreep was om aan ongewenste zwangerschap een einde te maken. Die opvatting is ook na het zien van de Zembla-documentaire en het debat in Het Lagerhuis en in de Tweede Kamer niet veranderd.

Toch heb ik er een unheimisch gevoel aan overgehouden. Het gemak waarmee sommige vrouwen zich laten aborteren, en de vanzelfsprekendheid waarmee artsen de ingreep verrichten, maken mij ongerust. Minister Borst gaf in de Tweede Kamer het standaardverweer tegen die ongerustheid: 'Vrouwen zien abortus niet als een instrument, maar als een uiterste mogelijkheid om een eind te maken aan een noodsituatie. Artsen willen ook niet de naam hebben dat zij lichtvaardig aborteren.'

Dat antwoord voldoet niet. Want de praktijk, de gewoonte, kan er toe leiden dat vrouwen het wel als een instrument gaan zien, en artsen het bgrip 'lichtvaardig' in dit verband niet meer van toepassing vinden.

Minstens zo bedenkelijk vind ik de richting waarin de euthanasie-discussie zich begeeft. De discussie wordt niet gevoerd over de vraag hoe de angst bij mensen voor ongemotiveerde euthanasie kan worden weggenomen, maar hoe de angst bij artsen voor vervolging door het Openbaar Ministerie moet worden weggenomen.

Artsen blijken massaal het voorschrift te ontduiken dat zij elk geval van euthanasie moeten melden. Om die angst weg te nemen, wil minister Sorgdrager gevallen van euthanasie eerst laten beoordelen door regionale toetsingscommissies, met de bedoeling de officier van justitie op een afstand te zetten.

Hoe je het ook wendt of keert, dat is de omgekeerde wereld. Omdat je bang bent dat mensen onzorgvuldig of tegen hun zin aan hun eind worden geholpen, laat je euthanasie in het strafrecht staan. Het Openbaar Ministerie heeft tot taak de regels te handhaven. Vervolgens blijkt dat artsen zich niet aan de wet houden door euthanasie niet te melden. In plaats van de regels af te dwingen, zegt minister Sorgdrager nu tegen de artsen: je kunt je in het vervolg rustig melden, want we zullen je toch niet vervolgen.

Maar dan kun je ook niet afdwingen dat mensen zich aan de regels houden. Want als je een mechanisme houdt om artsen die zich niet aan de regels houden te vervolgen, dan zal de angst om te worden vervolgd artsen die zich niet aan de regels houden, beletten zich te melden.

De nieuwe regeling zal dus alleen werken voor de 'goede' artsen die zich aan de regels houden. Net als de oude regeling. Terwijl het er natuurlijk om gaat de 'slechte' artsen te vinden. En daarvoor is nodig dat je alle gevallen blijft controleren.

Wat mij in het geheel vooral stoort, is dat euthanasie tot een probleem wordt gemaakt van artsen in plaats van terminale zieken of ondraaglijk lijdende gehandicapten en hun naasten. Kort geleden heb ik in mijn omgeving een sterfgeval meegemaakt van iemand die op zijn sterfbed geen injecties wilde hebben tegen de pijn omdat hij bang was dat ze hem tegen zijn zin zouden doodspuiten. Gegeven de omstandigheden was die angst volkomen ongerechtvaardigd. Maar die angst komt wel ergens vandaan. En volgens mij wordt die angst niet weggenomen door de manier waarop minister Sorgdrager het probleem tegemoet treedt.

Onzorgvuldige of strafbare euthanasie behoort niet te worden bestreden door artsen aan te spreken op het esprit de corps of met de stelling dat het not done is om in strijd met de wet te handelen, maar door onzorgvuldige of strafbare euthanasie te vervolgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.