Beatrix

Een portret zegt iets over de geportretteerde én over de beschouwers. Hoe ziet de koningin zichzelf? En hoe willen wij haar zien?

Het onverwachte portret: Peter Struycken


De Rotterdamse humanist Erasmus had er zo zijn gedachten over: het koninklijk portret. In 1516 schreef hij voor de toen 16-jarige hertog van Bourgondië en koning van Spanje, de latere keizer Karel V, het traktaatje De opvoeding van een christenvorst. De ijdelheid van een prins, waarschuwt Erasmus zijn jonge broodheer daar, wordt gevoed door externe symbolen waarvan er weinig zo inhoudsloos zijn als voorvaderportretten. Hij ging aardig in tegen de ideeën uit zijn tijd met die opmerking: het portret, als beeld van dynastieke continuïteit, werd juist gezien als hoogst waardevol. Maar Erasmus vond het in de weg staan van goed leiderschap. Het portret moet macht en waardigheid van een persoon verbeelden, maar leidt vooral tot vleierij, vond hij, en dat is een van de grootste vijanden voor de prins.


Macht, waardigheid, continuïteit. De bestanddelen van een koninklijk portret, soms ongewild. Eeuwenlang golden ze voor koninklijke portretten - de meest formele van alle portretvarianten. Je ziet het bij Van Dyck en Rubens, bij Rafaël en Vélazquez, bij Holbein en Reynolds. Maar zet de ingrediënten af tegen een van de eerste officiële portretten van koningin Beatrix, gemaakt voor op de Nederlandse postzegel in 1981 1 en je ziet toch een aardige stijlbreuk in de traditie. Een koningin met de flair van oude Hollywoodsterren, glimlachend - niet bedeesd als Mona Lisa, maar genereus, bijna vol - frontaal. Een gezicht van mechanische stippels, dat nu heel erg vroeg-computer-tijdperk-achtig aanvoelt. Gemaakt door Peter Struycken, die naast dit portret alleen abstract werk maakte. De stippelstructuur maakt haar ook tot een efemere verschijning. Vriendelijk maar ongrijpbaar.


De macht, als die er al in te vinden is, is hooguit een dienende, een pleasende bijna. Er is geen spoor te vinden van een koninklijk attribuut - voor een buitenstaander had ze ook een huisvrouw kunnen zijn. Het zit 'm qua macht in de vrijmoedigheid van haar houding. Want frontaal is actief, wat haar minder bescheiden en gereserveerd maakt dan veel vroegere vrouwen in portretten. De waardigheid in het portret komt via haar wellevendheid en is verstoken van hiërarchie. En toch is ze er niet helemaal, is ze slechts een verschijning in stippels, als een wolk paardebloempluizen die je zo wegblaast.


Van continuïteit met eerdere Oranjeportretten, statig en meestal in vol koninklijk ornaat, is al helemaal geen spoor te vinden. Rest de vleierij, waarvoor Erasmus waarschuwde: sorry, maar ja, dat roept dit portret ook op. Ze is mooi en ze lacht alsof ze instinctmatig op je reageert. Alsof je iets goeds hebt gedaan, iets grappigs hebt gezegd. Van alle uitdrukkingen die een gezicht in een portret kan hebben, is lachen de meest engagerende. Lachen is reageren, alsof er een band is met de beschouwer.


Voor het hofportret waren eeuwenlang vele conventies, maar lachen was daar nooit één van. Lachen is voor de boeren en de dommen, niet voor mensen met status. Oké, Frans Hals brak al met dat voorschrift in de 17de eeuw, maar niet met een koningsportret. Met koopmannen en koopmansvrouwen. Da's toch anders dan een vorst.


Het portret waarin alles samenviel: Andy Warhol


Een goed portret laveert tussen de waarden van de geportretteerde en die van de beschouwers. Het houdt het midden tussen de manier waarop de geportretteerde zich wil presenteren en de manier waarop het publiek haar wil zien, de conventies van een tijdperk. En zegt dus iets over beiden.


Die twee vielen in één portret van Beatrix subliem samen, in 1985. In de serie Reigning Queens maakte de Amerikaanse Andy Warhol 2 vier zeefdrukken van vier koninginnen die op dat moment regeerden. Van de vier, naast Beatrix ook koningin Elizabeth van Groot-Brittannië, Margrethe van Denemarken en Ntombi laTfwala van Swaziland, was Beatrix favoriet: 'Want ze is de mooiste', zei Warhol. Zijn fascinatie voor schoonheid, roem en aristocratie maakt deze voorkeur begrijpelijk. Beatrix schijnt het, volgens een nieuwsreportage van de NOS destijds, ook als enige van de vier echt leuk te hebben gevonden dat Warhol een kunstwerk van haar maakte.


Ze werd er in een klap een pop queen mee. De glamour van een filmster, de kleurigheid van Madonna in de absolute topdagen van het popstardom: 1985. De portretfoto zelf is conventioneel, zonder glimlach, met kroon en koninklijke sjerp, maar alle zweem van traditie is er met de knalkleuren van de zeefdruk uitgezwiept. Blauw haar, rood haar, paars haar. Glitterende 'diamond dust' langs de contouren. Roze, gele of blauwe blokken dwars over haar tere schouders heen, een achtergrond alsof er zo een discolamp aangaat en aerobicdansers met beenwarmers voorbij komen hupsen. There's a new headline, there's a new sensation. Tweehonderd jaar koningshuis en zeshonderd jaar Oranjegeschiedenis kwamen zo de eighties ingevlogen. Maar het toont niet alleen wat wíj wilden zien, ook hoe zij gezien wilde worden.


Beatrix was niet voor niets ideaal voor Warhol: ze is de eerste koningin in de geschiedenis die zichzelf als icoon vormgaf. Ze had haar publieke persoonlijkheid zorgvuldig opgebouwd en sinds haar inhuldiging als een ijzersterk beeldmerk neergezet. Ze voelde in het opkomend communicatietijdperk haar pr-waarde haarfijn aan. Beatrix was geworden voor Nederland wat Coca-Cola was voor Amerika: een logo voor het land.


Dat maakt haar tegelijk geen eenvoudig materiaal voor een kunstenaar: ze had zichzelf immers al tot kunstwerk gemaakt. Met herkenbaar haar, herkenbare stijl, herkenbare handgebaren en, daar had ze al mazzel mee, herkenbare gezichtstrekken. Die hoge ronde jukbeenderen, alsof ze van verre iets Aziatisch heeft, die haar schoonheid tot in de 60 garandeerden. Beatrix zelf zei in een interview: 'Ik vertegenwoordig iets, een land, waarvoor men respect vraagt. Ik probeer die waardigheid over te dragen.' Een consistente stijl hoort daarbij, dat geeft vertrouwen en een gevoel van stabiliteit.


Misschien dat daarom zo weinig echt indringende portretten van haar zijn gemaakt. Het koninginmerk was zo bedacht, haar persoonlijk karakter zo achter het icoon afgeschermd, dat alleen minimalisten ermee uit de voeten konden. Jeroen Henneman bracht de koningin in 2000 terug tot een paar lijnen in brons 3. Als een ultiem logo, een verkeersbord bijna. Het heeft iets geruststellends.


Het onvermijdelijke portret: Luc Tuymans


De overeenkomst tussen de bekende portretten van Beatrix - van Peter Struycken (1981), Vincent Mentzel (1980, de foto en profil die op de gulden en euro staat) 4, Herman Gordijn (1985) 5, Jeroen Henneman (2000) en Carla Rodenberg (1995) 6 - is dat ze alle dit icoon bevestigen. Haar publieke waardigheid en schoonheid vallen erin samen, als een ideaal van Plato. Misschien is ze in het echt grover, heethoofdiger, koppiger en hooghartiger, maar die persoonlijkheid drong zelden tot haar publieke karakter door. En dus ook nauwelijks in haar portretten. Tot vorig jaar ineens Luc Tuymans 7, een gereputeerd kunstenaar die ze al langer kende, een levensgroot portret van haar maakte dat niet geruststellend bleek.


Beatrix lijkt op het portret in haar eentje voor een publiek te staan, als een ongemakkelijke actrice op een rode loper - dat was althans mijn eerste associatie toen ik voor het schilderij stond. Eenzaam in de massa. Ontmanteld en bekeken. Het bleek niet te kloppen overigens; in een documentaire zag ik later dat Luc Tuymans haar heeft gefotografeerd in haar eigen huis en op basis van die polaroid het portret maakte. Een portret van een foto dus - anders dan een portret waarvoor iemand dagenlang model zit. Het is daarmee evenzeer een portret van een imago als van een persoon.


Beatrix' glamoureuze blauwe oogschaduw, die ze als een moderne Grace Kelly droeg tijdens haar inhuldiging, heeft zich hier tegen haar gekeerd. Als een blauw geslagen bokser, achtergelaten in de ring. Beatrix staat op de foto in de Oranjezaal, de enige ruimte in Huis ten Bosch waar ze zich echt niet op haar gemak voelt. Alsof ze met Erasmus meevoelt en de excessieve ijdelheid van haar voorvaderen Willem van Oranje en Frederik Hendrik, in monumentale allegorie op de wand geschilderd, amper verdraagt. Ze wil het niet. Bij Tuymans is Beatrix voor het eerst niet smetteloos. Het is een echo van haar als icoon.


Er zit tussen de eerder besproken portretten en Tuymans' H.M. (2012)dan ook een gat van meer dan een decennium. Een periode waarin Beatrix' smetteloosheid werd aangevreten door buitenaf en langzaam meer van haar privé doorschemerde. Akkefietjes met de herkomstgeschiedenis van schoondochters, verlies van moeder, vader en man, ontwikkelingen in de samenleving die haar zichtbaar zorgen gaven, een aanslag op haar en haar familie in Apeldoorn, een tragisch ongeluk van haar zoon Friso in 2012.


Het klopte misschien tot 2000, maar een serieus kunstenaar die nu nog een gestileerd portret van het merk Beatrix zou maken, zou er bij het Stedelijk Museum niet in komen en voor het publiek onwaarachtig zijn. Het kon niet anders of een menselijker kant van de koningin kroop in de kunst - net zoals het tot haar publieke verschijnen was doorgedrongen.


De ziel kan nooit worden gevangen, vond Erasmus, recht tegen de gangbare theorie van zijn tijd in. Een lijf, een beeld van een lijf nog meer, is slechts in beperkte mate een expressie van de ziel. De portrettist kan verdriet, vreugde, woede, angst, aandacht en verveling verbeelden, schreef hij. Voor zover mogelijk, transfereert hij de vorm van de levende naar het woordloze beeld. Meer kunnen we niet vragen van een kunstenaar. Er blijft altijd iets van de werkelijke persoon missen in het portret. Al komt Tuymans erg dichtbij.


NewYorkLondonParis


John Mackinnon, Schrijver en schaker, wandelt in Dulwich, Zuid-Londen. 'Dat is ongetwijfeld een koningin. De Hollandse? Ik ken de namen van Beatrix en Wilhelmina. Jullie koninginnen krijgen meestal een tweede leven als Noordzeeferry.' PvIJ


Barrington Campbell (56), medewerker op een advocatenkantoor, is een trotse, grote man. Hij is op weg naar kantoor in Wall Street als hij ineens geconfronteerd wordt met de foto, die zijn dag zal veranderen. 'Is zij een Duitse of Oostenrijkse prinses? Ik ben Amerikaan, maar kom oorspronkelijk uit de West Indies. En daar bouwde een Oostenrijkse prinses in de jaren zeventig een kasteel. Maar ik weet haar naam niet meer.' Barrington pakt zijn mobiel en belt zijn vrouw: ook zij is het vergeten. Alle sporen lopen dood. Wat nu? Als hij hoort dat het Beatrix is, koningin der Nederlanden, begint hij te jammeren. 'Oh, my goodness me. Ik schaam me zo. Ik ben van Jamaica, ik ben een voetbalfan, ik volg Ajax, ik heb van haar gehoord. Dat ik Beatrix niet herkende!' Barrington had pas nog aan zijn dochter gevraagd of ze wist wat het woord 'nether' betekende. Wist ze niet en hij legde haar uit dat het 'laag' betekent en dat Nederland staat voor laag land. Het land met de dijken, onder de zeespiegel. 'Ga je nu schrijven dat ik Beatrix niet herkende? Oh, my goodness me. Ik heb familie in Engeland.' Hoofdschuddend loopt hij weg. Het is een gebroken Barrington, gefaald als het ging om Beatrix terwijl hij zo alle clubs van Leo Beenhakker kon opdreunen. AE

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden