Beam me up!

De popcorn heb je al, net als goed verduisterende gordijnen en een grote, witte muur. Nu alleen nog een beamer voor de ultieme bioscoopervaring thuis. En een flinke portemonnee.

Televisies doen iets wat de economie al een tijdje lijkt te zijn verleerd: ze groeien elk jaar een beetje. De beelddiagonaal neemt jaarlijks met ongeveer 5 centimeter toe, tot vorig jaar ongeveer 94 centimeter gemiddeld. Voor wie het breed wil laten hangen, zijn er ook al schermen van meer dan 2 meter. Groter kan ook, maar dan wordt het begrotelijk. Wie echt groots wil kijken, kan ook de aanschaf van een beamer overwegen.


Een beelddiagonaal van 3 of 4 meter is met een projector geen enkel probleem. Erg duur hoeft het bovendien niet meteen te worden. Er zijn al heel aardige hd-ready beamers te koop voor een paar honderd euro, zegt Maarten Kuenen van Epson. Hd-ready betekent dat ze een scherper beeld geven dan conventionele beamers en oudere televisies, maar ze zijn niet zo scherp als full hd.


Wie dezelfde detaillering wil als op de full-hd-televisie, moet ten minste 1.000 euro uittrekken. Een flink bedrag, maar aanzienlijk minder dan een paar jaar geleden, toen zo'n projector nog minstens het drievoudige kostte. De prijzen dalen dus, net als bij gewone televisies. Niet dat de gewone televisie het huis uit kan, zegt Kuenen. 'Je gebruikt een beamer voor als je een bioscoopervaring wilt, bij het kijken van films dus. Niet om Hart van Nederland of Het Journaal even te zien.' Dat komt onder meer doordat een beamer eerst even moet opwarmen. Neerploffen en kijken is er niet bij. En het vergt ook wat ingrepen in het interieur om optimaal te kunnen genieten van een projector. Zo moet hij doorgaans worden opgehangen aan het plafond en is een projectiescherm een pre. Daarom zie je dat beamers vaak niet in de huiskamer worden geplaatst, maar dat filmliefhebbers een speciale bioscoopkamer bouwen, op zolder of in de kelder, compleet met lekkere stoelen en een goede geluidsinstallatie.


In Nederland is die ruimte in huis er vaak niet. Nederlandse woningen zijn doorgaans kleiner dan in bijvoorbeeld België of Scandinavië, zegt Kuenen. In noordelijke landen zijn de nachten in de winter bovendien lekker lang, waardoor een beamer beter tot zijn recht komt. 'En we houden hier van veel licht, dus onze ramen zijn groot.' Geen ideale combinatie met een beamer, al bederft buitenlicht niet onmiddellijk de kijkervaring. 'Overdag kijken is niet echt een probleem meer, al blijft het een indirecte lichtbron en daalt het contrast als het licht is.' Minder contrast betekent een minder goed beeld, iets waarvan televisies ook last hebben maar in mindere mate, omdat het directe lichtbronnen zijn; ze 'stralen' zelf licht uit en hebben daardoor minder last van invallend zonlicht.


Overdag kun je inderdaad prima een film bekijken met een beamer. Rond Kerstmis probeerde ik er twee, van Sony en Epson. Midden op de dag met de gordijnen open, ging het kijken prima, al was er vanwege de lage zonnestand geen direct zonlicht in huis. Een scherm ontbrak, een gladgestuukte witte muur deed dienst als reflector. Ging prima, Earth Flight was nog vele malen spectaculairder dan op tv. Al krijg je de echte bioscoop-onderdompeling als de woonkamer helemaal verduisterd is, het geluid via de hifi-installatie komt en popcorn onder handbereik is.


Waar moet je op letten bij de aanschaf van een beamer?


* Een lichtopbrengst vanaf 2.000 lumen is doorgaans voldoende.


* Meer is niet per se beter: in een verduisterde kamer met een goed reflectiescherm kan het beeld zelfs te fel zijn.


* Hoe hoger het contrast, hoe liever. Een beamer met een hoog contrast geeft meer nuances grijs weer. Resultaat: natuurlijker beeld. In een speciaal ingerichte thuisbios is een hoog contrast belangrijker dan de lichtopbrengst, omdat de ruimte doorgaans toch al is verduisterd.


* Een scherm heeft de voorkeur, maar is niet noodzakelijk. Een goede, gladde en vooral haakse muur kan ook voldoen. Bij veel oudere huizen wijken de muren soms een beetje, waardoor onscherpte in het beeld kan ontstaan. Dan ontkom je eigenlijk niet aan een projectiescherm.


* Er bestaan draadloze beamers, maar kabels hebben de voorkeur. Hoewel het beeld via een draadloze verbinding net zo goed is, is de kans op verstoringen groter.


* Neem voor de woonkamer een witte projector. Die zie je minder aftekenen tegen het plafond. Voor een speciale 'bioscoopkamer' is een zwarte beter. Schilder daar ook het plafond zwart. Dan zijn er minder reflecties en verkrijg je een beter beeld.


Extra: Testbeamer

Epson EH-TW6100w

De W bij deze beamer staat niet voor wit, maar voor wireless, draadloos. Ook deze beamer is full hd en heeft een contrastomvang van 40.000:1. Werkt volgens 3lcd-systeem. De lichtopbrengst is 2.300 lumen. De kwaliteit van het beeld doet nauwelijks onder voor die van de Sony, al is de laatste net iets sprankelender. Ook ontbreekt een duur lensverschuivingssysteem, wat betekent dat het beeld niet omhoog en omlaag verplaatst kan worden en de beamer dus precies goed voor het projectiescherm moet hangen. Mooi is dat beelden vanuit de blu-ray- of mediaspeler draadloos naar het apparaat worden gestuurd. Dat is prettig als deze aan het plafond hangt, waar vaak wel een stroompunt is van een lamp, maar waar je liever geen dikke hdmi-kabel voor het beeld naartoe trekt. De koeling van deze Epson produceert een fractie meer ruis dan die van de Sony. Hier staat een lagere prijs tegenover: de EH-TW6100w kost rond de 1.800 euro. Er is trouwens ook een zwarte versie, niet draadloos en zo'n 300 euro goedkoper.


Sony VPL-HW50ES/W

Full hd-beamer met een contrastomvang van 100.000:1. Lichtopbrengst 1.700 lumen. 3lcd-systeem. 3.500 euro. Ook overdag bij indirect zonlicht is het beeld goed, zelfs als op een gewone muur wordt geprojecteerd in plaats van op een scherm. De koeleenheid is zeer stil, de projector maakt nauwelijks enig gerucht. Scherpstelling verloopt handmatig, net als de lensverschuiving. Dit betekent dat het beeld zowel omhoog en omlaag als opzij kan worden verplaatst zonder dat zogenoemde keystone-effecten ontstaan. Prettig als de projector niet precies recht voor het projectiescherm kan worden geplaatst. Het stroomverbruik bedraagt ongeveer 300 watt. De beeldkwaliteit is bijzonder goed: kleuren zijn verzadigd en sprankelend. De scherpte is zo goed dat je je bijna gaat ergeren aan de minieme compressiefoutjes van de blu-rayspeler. Die zijn er altijd, maar vallen op een gewone televisie nauwelijks op. Op een 'scherm' van 4 meter worden ze zo nu en dan zichtbaar, wat in feite een compliment is voor de beamer.


Extra: dlp en 3lcd

Er zijn grofweg twee type projectoren: dlp en 3lcd. Ze werken volgens verschillende principes en welke de beste is, valt niet zonder meer te zeggen. De goedkoopste beamers zijn meestal dlp en die hebben vaak een matige kleurweergave. 3lcd scoort daar beter.


Het beeld van beide systemen wordt op een compleet andere manier samengesteld. Bij 3lcd wordt het licht van de lamp via spiegels in drie kleuren gesplitst: rood, blauw en groen. Vervolgens wordt het licht door drie afzonderlijke lcd-chips geleid, om daarna door een achterliggend prisma te worden samengevoegd tot één kleurenbeeld.


Bij dlp gaat het lamplicht door een sneldraaiende rotor, die telkens het licht filtert en één kleur doorlaat. Dit beeld wordt vervolgens via een enkele beeldchip geprojecteerd. Doordat de verschillende kleuren in de rotor elkaar zeer snel afwisselen, ervaart het menselijk oog dit als één kleurenbeeld. Goedkopere dlp-beamers geven bepaalde kleuren, zoals rood en groen, minder goed weer, waardoor bijvoorbeeld huidtinten niet natuurlijk zijn. Door de manier van filteren hebben 3lcd-beamers hier minder last van. Duurdere dlp-beamers kennen dit probleem in veel mindere mate. Over het algemeen hebben dlp-beamers een hoger contrast dan 3lcd-systemen van een vergelijkbare prijs.


3lcd-beamers hebben hun eigen zwakten. Zo kunnen convergentieproblemen optreden als de spiegels, lcd-chips en de prisma niet goed zijn uitgelijnd. Dat betekent dat het geprojecteerde beeld minder scherp is of kleurfouten heeft. Experts zijn het niet eens over welke technologie de beste is. Hun advies: bekijk binnen een bepaalde prijsklasse beamers van beide systemen.


Extra: Wie heeft de grootste?

De vraag wie de grootste televisie maakt, is lastig te beantwoorden. Elke fabrikant maakt namelijk weleens een prototype dat groter is dan de apparaten die ze in de winkel verkopen. De grens van 100 inch is inmiddels echter geslecht. Dat betekent dat de afstand tussen de hoek linksonder en rechtsboven ruim 2,5 meter is. Bij de BCC zul je over dergelijk grote schermen nog niet struikelen, maar dat is een kwestie van tijd. Het grootste toestel daar meet 84 inch(2,13 meter) en is van LG. Kost 19.999 euro, dat wel.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden