Bassist William Parker houdt vast aan revolutionaire potentie van de avantgarde 'Jazz is niets iets dat je in de magnetron kunt opwarmen'

De Amerikaanse bassist William Parker vertegenwoordigt de meest compromisloze avantgarde in de jazz, een stroming die volgens hem de kans niet krijgt een groter publiek te bereiken....

FRANK VAN HERK

Van onze medewerker

Frank van Herk

AMSTERDAM

'Een jongen die door wilde dieren in het bos is opgevoed, wordt door de mensen gevonden. Ze denken dat hij doof is omdat hij niet op hun geluiden reageert, al maken ze nog zo veel herrie. Maar als iemand achter hem zachtjes een noot openbreekt, draait hij zich bliksemsnel om.'

De Amerikaanse bassist William Parker gebruikt dit verhaal, een scène uit Truffauts film l'Enfant Sauvage, om zijn opvattingen over geluid te illustreren. We horen niet alles, we horen wat we willen en kunnen horen. Dat geldt ook voor muziek.

Parker vertegenwoordigt de meest compromisloze avantgarde in de jazz, een genre dat er nog altijd moeite mee heeft om gehoord te worden; en hij bespeelt de contrabas, een instrument dat letterlijk vaak onhoorbaar wordt door de harde geluiden van het omringende ensemble.

De bassist is sinds 6 december te gast op het Rotterdamse conservatorium om over deze onderwerpen te praten tijdens masterclasses, workshops en een lezing; bovendien zal hij de mogelijkheden van de lage instrumenten in de geïmproviseerde muziek hoorbaar maken in de concertserie How Low Can You Go, samen met collega-bassisten Hideji Taninaka en Wilbert de Joode, en bassaxofonist Klaas Hekman.

William Parker (41) behoort tot de tweede generatie Amerikaanse jazzmusici die, in navolging van o.a. saxofonist Albert Ayler en pianist Cecil Taylor, hun muziek proberen te bevrijden van beperkende structuren. Muziek is georganiseerd geluid in de ruimste zin van het woord, iedereen is vrij om dat op zijn eigen manier tot stand te brengen. Akkoorden werden clusters, trossen noten zonder duidelijk tooncentrum. Het vaste ritme werd een puls, een golfslag van aanstormende en wegebbende energie. Zelfs vaste toonhoogten waren niet heilig, zoals bleek uit de duizelingwekkende glissandi en door overblazen diffuus gemaakte kreten uit Aylers tenorsax.

Parker wilde bas spelen zoals die sax klonk, en hoewel hij het vak in de praktijk heeft geleerd door het begeleiden van blueszangers, komieken en buiksprekers, is hij in zijn eigen werk nooit van die weg afgeweken. Tussen 1980 en 1993 speelde hij met Cecil Taylor, sinds vorig jaar geeft hij zijn eigen projecten de voorrang, zoals het Little Huey Creative Music Orchestra en het sextet In Order To Survive.

De streams of energy-muziek van Taylor en geestverwanten heeft volgens Parker een spirituele en een politieke kant. 'Je moet de muziek ontsluieren die in de natuur besloten ligt. Want muziek is veel meer dan geluid, dat is er maar één manifestatie van. De muziek is ook niet door de mens uitgevonden, ze was er altijd al. De muzikant moet de muziek doorgeven, door hem heen laten stromen. Als hij dat doet, uit hij iets dat diepgang heeft, en de luisteraar boven zichzelf uittilt.

'Onze stijl is nooit echt doorgebroken omdat veel mensen er bang voor zijn. Muziek is een vibrational belief system: je moet sterk geloven in dingen die je niet kunt zien of beetpakken. Wie dat niet durft, probeert klanken aan banden te leggen door ze in notenschrift te fixeren, of in een keurslijf te dwingen van akkoordenschema's en vaste ritmes. Of door bepaalde genres tot norm te verheffen, zoals Wynton Marsalis nu probeert te doen. Hij zegt: dàt is jazz, en alles na die periode is waardeloos. Dat is gelogen. Wat hij maakt zijn reconstructies, zoals van Duke Ellingtons muziek. Jazz moet spontaan zijn, het is niet iets dat je in de magnetron kunt opwarmen.

'De bestaande machtsstructuur in Amerika is ook bang voor vrije jazz omdat die revolutionaire potentie heeft. In de jaren zestig stonden de zwarte Amerikanen a hot minute lang op het punt zich te verenigen. Daar had deze muziek veel mee te maken. Maar ze werd doodgezwegen en de beweging zakte in elkaar.

'Free jazz zou een stuk populairder kunnen zijn dan ze nu is, want als je er eenmaal in doordringt is het geen moeilijke muziek. Maar het publiek krijgt de kans niet. Door de constante keiharde popmuziek zijn hun oren doordrenkt geraakt van één soort tonaliteit, één ritme; natuurlijk klinkt onze muziek dan aanvankelijk vreemd. We worden afgesneden van onze wortels. Veel zwarte Amerikanen weten niet eens dat we bestaan. Negentig procent van ons publiek is blank. We zijn gedwongen om veel in Europa te toeren; daar is niets mis mee, maar we zouden ook in Atlanta, Georgia moeten spelen.'

Parker heeft deze en andere theorieën vastgelegd in twee boeken, omdat er nauwelijks een terminologie bestaat waarmee je de waarde van vrije improvisatie bespreekbaar kunt maken. Intussen geeft hij studenten, en interviewers, ook wat pragmatischer informatie. 'Je moet je door de muziek laten leiden. Alles kan goed klinken, het gaat om wat je eronder, ervoor en erna hoort. In een ensemble moet je niet denken: dit is mijn kans om ze eens wat te laten zien. Je moet overwegen: is het nu goed voor de muziek om de anderen te volgen? Of moet ik juist iets contrasterends toevoegen?

'Als de anderen lange, trage slierten melodie spelen, moet je oppassen voor 'het grote janken'. Por ze op met wat ritmische stoten. Als je denkt dat een swingende beat, een voorwaartse beweging nodig is, speel die dan gerust.

'Wat die lage instrumenten betreft: hun toon is breder, daardoor kunnen ze meer geluiden op hun rug dragen. Ze zijn echter niet alleen maar geschikt om de bodem te vormen. Een contrabas heeft een veel groter bereik dan een viool, maar de meeste bassisten gebruiken slechts een klein deel. Zit elkaar niet in de weg. Luister naar elkaar, en orkestreer jezelf. Er is altijd een register waar niemand anders in speelt.'

Op zaterdag- en zondagmiddag geeft William Parker open workshops in Rotterdam (informatie: 010-4141666). Zondagavond is het presentatieconcert van de masterclass en open workshop. Van 15 t/m 17 december zijn er concerten in De Unie in Rotterdam, in het kader van het How Low Can You Go-project.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden