Basketbal staat voor mager seizoen

Na het om financiële redenen afhaken van Amsterdam en Bergen op Zoom begint zaterdag het basketbalseizoen in de eredivisie met nog maar acht teams. Alleen in 1984/1985 namen er even weinig clubs deel. Hoe nu verder?

UTRECHT - Eigenlijk zou je het niet moeten willen. Toch staat het te gebeuren. Acht clubs gaan een wazig competitietje afdraaien. 'Funest voor het Nederlands basketbal', noemt Jos Frederiks het. Vorig jaar nam hij afscheid als speler, nu is hij algemeen manager bij Eiffel Den Bosch. 'De eredivisie in z'n huidige vorm is ten dode opgeschreven.'


Buitenstaanders snappen niet dat na afloop van het reguliere seizoen en voor het begin van de play-offs nog een soort poulefase moet worden gespeeld, vreest hij. 'Terwijl er juist een voor iedereen herkenbare competitie moet zijn voor de lange termijn. Dit is niet onze toekomst.'


Het grootste bezwaar van Frederiks is dat door het wegvallen van twee verenigingen er voor de Nederlandse spelers in de eredivisie minder plek is. Een aantal van hen, waaronder vijf internationals, zit nu al zonder club. 'Een slechte zaak. Dit raakt de doorstroom van Nederlandse spelers en uiteindelijk de nationale ploeg.'


De overige bestuurders menen dat de situatie waarin de clubs zijn beland zorgelijk is, doch niet rampzalig. 'Het is niet wenselijk, maar het zou best zo kunnen doorgaan', vindt voorzitter Hajo Bijleveld van Landstede Zwolle.


Zijn collega Rob Schuur van Groningen is op zoek naar een toekomstbestendige eredivisie. 'Het is vijf voor twaalf. De hoogste tijd om principiële keuzes te maken. Investeren in de top, wetende dat die smaller zal worden, of de onderkant stimuleren en langs een langzame route naar boven groeien.'


Voor vijf ondervraagden is het vormen van een gezamenlijke competitie met de Belgen, die hun Ethias League gaan uitbreiden van negen naar twaalf teams, een mogelijkheid. Al heeft Michael de Jager van Weert zijn bedenkingen. 'De Belgische competitie is betaal-intensiever dan de Nederlandse. Er bestaan strenge eisen voor minimale budgetten van rond een miljoen euro. Daar kunnen weinig clubs in Nederland aan voldoen.'


Frederiks wijst een samengaan met België van de hand. 'Dat is het ene gat met het andere dichten. Dan loop je om de kern van het probleem heen. Je moet eerst een eigen en duidelijk product neerzetten: hoe zien competitie en play-offs er uit. En voor mij het belangrijkst: met hoeveel Nederlanders ga je spelen, wat zit daaronder wat betreft opleiding en structuur. Dan pas kun je kijken of je er met de Belgen een gezamenlijke bekercompetitie bij kunt doen.'


Om uit de impasse van dit moment te geraken heeft Frederiks wel een idee. 'Puur naar de cijfers kijkend, moet je durven zeggen: je speelt nu met acht teams, we doen een stapje terug. Het minimum aantal Nederlandse spelers per team, dat nu zes bedraagt, ga je oprekken.'


Ondanks de beslommeringen vinden alle bestuurders dat basketbal in Nederland op een professionele wijze kan worden beoefend. Volgens Rob Schuur biedt de sport in Groningen voldoende commerciële mogelijkheden. 'Er is een economische crisis, maar ons gaat het steeds beter. Als je de accommodatie hebt, de drive, vrijwilligers en een commercieel zakelijk ingesteld bestuur moet het op meerdere plekken in Nederland mogelijk zijn.'


Gert Schurer, manager van Leeuwarden, wijst naar zijn club als voorbeeld. 'Toen we acht jaar geleden naar de eredivisie promoveerden, hadden we twee ton nodig. We stapten naar onze sponsors en vroegen drie keer meer dan wat ze betaalden. Daar stemden ze mee in. Met de entree die we gingen heffen, kwamen we aan het benodigd bedrag. Het kostte tijd, energie, geduld en een hoop gekheid, maar zo kan het ook.'


Voor Hajo Bijleveld betekent professioneel ook de manier waarop je iets aanpakt. 'Als je naar Zwolle kijkt, wij betalen niet het meeste, maar we hebben wel een mooie accommodatie en verzorgen onze spelers goed, ook maatschappelijk. Dat is een andere vorm dan met veel geld een heleboel spelers halen.'


Frederiks brengt het Bosman-arrest uit 1995 in herinnering. 'Begrotingen schoten omhoog, veel buitenlanders in de basketbalcompetitie, fullprofs deden hun intrede. Nu is de markt veranderd. Lagere begrotingen, clubs moeten reëler bekijken wat ze kunnen besteden. Ze hoeven niet allemaal fullprofs te hebben. Zo erg is dat niet. Komend seizoen zal Rotterdam wel weer onderaan bungelen. Als je een competitie hebt met meerdere teams van dat niveau, vroeger was het niet anders, dan is dat niet meer vervelend. Dat hoort er bij.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden