Basja's wanhoop

Het is een merkwaardige titel, die het eerste jeugdboek van Sera Anstadt heeft meegekregen: Basja en haar broer - Kinderen uit Polen....

Sera Anstadt schreef totnogtoe voor volwassenen. Ze debuteerde, vijftien jaar geleden, met een boek over haar schizofrene zoon, Al mijn vrienden zijn gek. Over haar jeugd als kind in een Pools-joods immigrantengezin schreef ze Een eigen plek, een bundel verhalen die zich afspelen tussen 1930, toen ze zeven was en met haar moeder en broer Milo uit Polen arriveerde in Nederland waar haar vader al kwartier had gemaakt, en het einde van de Tweede Wereldoorlog.

Over diezelfde periode, voor en tijdens de oorlog, gaat Basja en haar broer, al komt het meisje in het boek een paar jaar later, maar wel als 7-jarige, naar Nederland dan het gezin-Anstadt, en is ze aan het eind van de oorlog pas zestien, waar Sera begin twintig was.

Veel van wat Anstadt in Basja en haar broer vertelt, is gebaseerd op haar eigen jeugdherinneringen. Het vooroorlogse lidmaatschap bijvoorbeeld van de niet bij name genoemde 'vereniging van mensen uit Oost-Europa', waar de kleine Basja met groot enthousiasme toneel speelt.

Ook in Een eigen plek speelt deze Oost-Joodse Cultuur Vereniging Sh. An-Ski, genoemd naar de jiddische auteur Anski, een rol. Anstadt beschreef al eerder het pesten van de kinderen op school, die totaal niet gewend waren aan klasgenoten van buitenlandse afkomst, of de Blasiusstraat in het Amsterdam van voor de oorlog, waar tussen andere Poolse joden het gezin Anstadt woonde, en waar Sera Anstadt de woning van het gezin van Basja Epstein situeert.

Basja en haar broer is, ondanks de onbenullige titel, een mooi boek, dat alleen in het begin af en toe ontsierd wordt door een bekend probleem in jeugdromans: de moeite die het kost om uitleg, zonder dat die storend wordt, door het verhaal heen te vlechten. Zeker bij 'historische' onderwerpen is het soms moeilijk in te schatten wat voor jeugdige lezers nog wel begrijpelijk is en wat niet, en zeker bij historische onderwerpen ontkomt een jeugdboekenauteur er niet aan uitleg te geven. Anstadt doet dat door Basja in dialogen te laten vragen naar wat voor haar niet anders dan de bekende weg kan zijn, zodat de antwoorden kunnen dienen om de lezer op de hoogte te brengen. Daardoor komt de informatie wel over, maar wordt de tekst hier en daar houterig.

Dat is een kleine onvolkomenheid in een ontroerend boek. Anstadt begint haar verhaal met een schets van het leven in Polen, zodat ze mooi de onwennigheid kan beschrijven van de kleine Basja na aankomst in Nederland. Ze maakt een knix voor de juf en wordt daarom uitgelachen. Ze durft niet op straat te spelen, omdat kinderen in Polen op binnenpleinen spelen. Ze verbaast zich over de fietsen die zomaar op straat staan, en de bakker die zijn broodkar niet afsluit, omdat ze verwacht dat alles gestolen wordt dat onbeheerd is achtergelaten.

Het gezin vindt geen aansluiting bij de Nederlanders, maar leeft in een eigen Oost-Europees, joods milieu - op de vereniging, in de Blasiusstraat. Met al die kennissen uit Oost-Europa heeft Basja ook geen pestende, Nederlandse vriendjes meer nodig. Pas in de oorlog, wanneer ze onderduikt, komt ze in aanraking met Nederlanders.

Anstadt beschrijft geserreerd hoe moeilijk de kinderen van het gezin Epstein het hebben, na aankomst in Nederland, met ouders die zelf ook niet gelukkig zijn en zich niet op hun plaats voelen, zodat hun zoon en dochter altijd flink moeten zijn en nooit te erg uit het veld geslagen.

Dat kind-zijn gaat er helemaal af als het oorlog wordt. Salo, de broer uit de titel, wordt ondergebracht op het platteland.

De ouders en hun dochter wachten af. Als ze bijna uit huis gehaald worden, dwingt de vader zijn dochter zich te verstoppen op zolder. Daarna is Basja, ze is dan dertien, alleen en moet ze zichzelf redden, letterlijk en figuurlijk. De wanhoop van het meisje wordt akelig goed beschreven, vooral helemaal aan het eind van het boek, als Basja ternauwernood ontsnapt aan een inval op haar onderduikadres in het oosten van het land en ze ten einde raad op weg gaat naar het westen, naar Amsterdam, waar de man woont die haar in de onderduik heeft gebracht. De absolute onverschilligheid waarmee Basja onderweg overleeft, is hartverscheurend.

Natuurlijk loopt een boek als dit niet goed af. Salo heeft de oorlog overleefd, Basja heeft de oorlog overleefd, maar hun ouders komen nooit meer terug. Dat Basja's toneelleraar, de jonge man die haar het leven heeft gered, op de laatste bladzijden grootse plannen voor haar heeft en haar vraagt in zijn buurt te blijven, is niet meer dan een voorzichtig optimisme, om het idee mogelijk te maken dat Basja ondanks alles een toekomst heeft.

Hanneke de Klerck

Sera Anstadt: Basja en haar broer - Kinderen uit Polen.

Vanaf 11 jaar.

Piramide; 160 pagina's; * 29,90.

ISBN 90 245 0906 8.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden