Basisuitkering haalt werkloze uit armoedefuik

Discussies over het basisinkomen verzanden al snel in theoretische discussies. Volgens Wim Derksen wordt het tijd voor een experiment met een basisuitkering binnen het huidige stelsel....

STEL: u bent aangewezen op de bijstand, en u wilt graag weer aan het werk. U hebt een goede kans om vrachtwagenchauffeur te worden. Het ontbreekt u echter aan geld om het groot rijbewijs te halen. Deze baan gaat dus aan uw neus voorbij. U krijgt echter onverwachts een baantje van zestien uur aangeboden waarmee u uw rijlessen zou kunnen bekostigen.

Maar de sociale dienst beschikt anders. Volgens de wet moet het grootste deel van uw bijverdiensten in mindering worden gebracht op uw uitkering. U houdt er te weinig aan over om rijles te nemen. U raakt gevangen in de armoede-fuik. Bijstandsgerechtigden komen niet zelden in deze fuik terecht. Het stelsel dwingt hen als het ware om passief èn om arm te blijven.

Begrijpelijkerwijs duikt het idee van een basisinkomen hier steeds weer op. Met een basisinkomen mogen bijverdiensten worden behouden en kan de armoede-fuik worden omzeild. Voorwaarde is wel dat het basisinkomen op zichzelf reeds voldoende is om van rond te komen. Dat is zeer de vraag als iedere burger tussen zestien en 64 jaar daarop recht zou hebben. Om die reden is de discussie steeds meer verschoven in de richting van een basis-uitkering, alleen voor hen die geen werk hebben en bereid zijn om werk dat voorhanden is aan te nemen.

Tot op heden gaat het vooral om een theoretische discussie over 'stelsels', die vaak hypothetisch en zelfs utopisch van aard is. Daarbij wordt wel eens vergeten dat er niet veel nodig is om ook binnen het huidige stelsel met een basisuitkering te experimenteren.

Een goed uitkeringsstelsel moet aan een aantal criteria voldoen. Ten eerste moet het stelsel het 'aanbod' activeren: mensen die op een uitkering zijn aangewezen moeten worden gestimuleerd om zo mogelijk weer aan de slag te gaan. Het moet voor de werkloze aantrekkelijk worden om elke kans aan te grijpen. Het huidige stelsel voldoet niet aan die norm, aangezien het eerder tot passiviteit dan tot activiteit aanzet.

Ten tweede moet het stelsel de vraag naar arbeid op de arbeidsmarkt niet verkleinen. Dat is momenteel wel het geval omdat deeltijdbanen voor werklozen geen optie zijn. Bijverdiensten worden immers in mindering gebracht op de uitkering.

Ten derde moet het stelsel niet bureaucratisch en niet fraudegevoelig zijn. De huidige wetgeving is echter zo gedetailleerd dat zij zowel fraude als bureaucratie stimuleert.

Ten vierde moet het stelsel betaalbaar zijn, hetgeen overigens meer afhangt van de publieke opinie dan van economische maatstaven. Om die reden is de betaalbaarheid van het stelsel momenteel kwestieus.

Ten vijfde moet het stelsel een beschaafd bestaansminimum garanderen voor iedere burger. Gelet op de moderne armoede die momenteel op verschillende plaatsen de kop op steekt, wordt aan dit criterium niet meer voldaan.

Ten slotte moet het stelsel realistisch zijn. Als het aanbod wordt 'geactiveerd', moet er ook een vraag naar arbeid zijn, anders neemt de werkloosheid niet af, maar wordt ze slechts anders verdeeld.

Wat zouden we nu op korte termijn (zonder stelselherziening en zonder afscheid te nemen van het wettelijk minimumloon) kunnen doen om het bestaande stelsel beter te laten functioneren?

Stel dat we werklozen de volledige vrijheid geven om bij te verdienen. Daarmee zou het aanbod worden geactiveerd (vooral door de armoede-fuik weg te nemen) en zou de vraag naar arbeid wellicht worden vergroot omdat deeltijdwerk aan de onderkant van de arbeidsmarkt interessanter wordt. Het stelsel zou beschaafder worden, minder bureaucratisch en even betaalbaar als het huidige systeem.

Er is één probleem: het stelsel is maatschappelijk niet acceptabel en op termijn zeer fraudegevoelig. Daar valt wel wat aan te doen.

Zo zou de vrijheid tot bijverdienen aan een bepaalde termijn kunnen worden gebonden. Indien de betrokkene in die periode erin zou slagen om een volledige baan te vinden, vervalt nadien vanzelfsprekend niet alleen de vrijheid tot bijverdienen, maar ook de uitkering. Verder kunnen we een extra incentive inbouwen door de uitkering voor diezelfde periode met een bepaald percentage te verlagen tot een 'basis'-uitkering. Dat zal ongetwijfeld de maatschappelijke aanvaardbaarheid van de regeling vergroten.

Het is om deze reden dat de Werkgelegenheids Adviesraad van de gemeente Rotterdam (WAR) het voorstel heeft gedaan om binnen de Bijstandswet met een dergelijke basisuitkering te experimenteren.

Het gaat om een regeling die strikt individueel van karakter is. Betrokkene maakt samen met de sociale dienst een contract op waarin wederzijdse plichten en rechten voor een bepaalde periode worden vastgelegd. De werkloze mag onbeperkt bijverdienen en verliest tegelijkertijd de bemoeizucht van de sociale dienst en een beperkt deel van zijn uitkering.

UIT onderzoek van de WAR blijkt dat er onder bijstandsgerechtigden zeker belangstelling voor een dergelijk experiment zal bestaan. Van de werklozen die afhankelijk zijn van de Bijstandswet denkt 38 procent er zeker gebruik van te maken, terwijl twaalf procent het zou overwegen.

Het wachten is derhalve op de overheid en op de politiek. Twee tegen-argumenten laten zich reeds van verre horen. Wordt hiermee niet geknaagd aan 'de hoogte en de duur' van de uitkering? En waar blijft de rechtsgelijkheid indien op individuele basis afspraken worden gemaakt met werklozen?

Deze vragen zijn niet bijster relevant. Niemand wordt immers gedwongen tot een lagere uitkering en iedereen die dat wil kan aan het experiment meedoen. Het vraagt wel een andere visie op de relatie tussen overheid en burgers. De hoogte van de uitkering en de rechtsgelijkheid hoeven inderdaad niet meer te worden gegarandeerd voor mensen die hun eigen kansen willen grijpen om aan armoede en werkloosheid te ontkomen.

Wim Derksen is lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en voorzitter van de Werkgelegenheids Adviesraad van de gemeente Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden