Basisinkomen: Nederland luilekkerland?

Deze week publiceerde een 'denktank' een nieuw plan voor een basisinkomen. Volgens Pauline van de Ven gaat de discussie over dit onderwerp te veel over de cijfers en te weinig over het gedrag van mensen....

PAULINE VAN DE VEN

WAT de discussie over het basisinkomen zo aardig maakt, is dat het eigenlijk niet over economie en geld gaat, maar over psychologie en ethiek. Hoe denkt iemand over 'arbeidsmoraal' en over de vraag of de gemiddelde Nederlander, als het om geld gaat, tot het goede of tot het kwade geneigd is. Te weten of iemand voor of tegen het basisinkomen is, geeft veel informatie over iemands levenshouding.

Voorstanders zijn door de bank genomen optimistisch en goed van vertrouwen, de tegenstanders zijn van die achterdochtige hypochonders die altijd het ergste verwachten.

Het is interessant het basisinkomen vanuit hypochondrisch perspectief te bekijken, want dat strookt met wat in de economie rational man heet en in de politiek de 'calculerende burger'.

Dat is de nutsmaximerende mens die zich bij alles afvraagt: hoe word ik hier beter van? Tot aan de uitvinding van de sociale zekerheid leidde het winstbejag van calculerende burgers automatisch tot een hogere welvaart voor het land als geheel. Daarna niet meer.

Laten we eens kijken wat in het ergste geval - als het met de arbeidsmoraal slecht gesteld is en als Nederlanders, als het om geld gaat, tot het kwade geneigd zijn - de gevolgen van een basisinkomen zijn.

Het uitgangspunt is dat iedere Nederlander, werkend of niet, elke maand netto 500 gulden ontvangt, al of niet via een negatieve belastingheffing.

Meer zit er niet in want we willen een basisinkomen dat ons niet meer kost dan we nu aan uitkeringen kwijt zijn. Het wordt zo krap doordat er ongeveer 2,5 miljoen niet-werkende, geen uitkering ontvangende huisvrouwen bijkomen. Wie aan 500 gulden genoeg heeft, hoeft niet te werken; anderen mogen wit bijverdienen. Het minimumloon wordt afgeschaft zodat er veel goedkope witte baantjes bijkomen. Tot zover zijn de voor- en tegenstanders het wel zo'n beetje eens.

Nu denken wij hypochonders dat lang niet iedereen in staat is zijn of haar inkomen aan te vullen tot een niveau waarvan valt te leven.

Het aantal invaliden mag dan lager zijn dan achthonderdduizend, het bevat echt wel een harde kern. Ook alleenstaande moeders met kleine kinderen, en bejaarden rekenen we tot de harde kern.

Nederland is geen uitgesproken asociaal land en we mogen dan ook verwachten dat de overheid het inkomen voor die groep zal aanvullen tot een niveau waarvan met pijn en moeite valt rond te komen. We nemen dus aan dat het basisinkomen wordt aangevuld tot ongeveer de huidige bijstandsnormen voor iedereen die kan aantonen dat hij of zij het echt nodig heeft.

Dat betekent dat er ook iemand moet zijn die controleert of die aanvullingen terecht worden verstrekt. En daarmee hebben we met een omweg de hele administratieve rompslomp waar we zo graag van af wilden weer in huis gehaald.

Daarnaast roept de mogelijkheid tot aanvulling de wat kwaadaardige vraag op: handelt een werkloze wel rationeel wanneer hij of zij een zee van tijd inruilt voor aanzienlijk minder tijd, en een nog veel lager inkomen - terwijl de oude optie nog open staat. Hiermee wordt niet gesuggereerd dat elke werkloze zijn uitkering wel illegaal zal aanvullen, er zijn ongetwijfeld genoeg mensen die dat soort economische rationaliteit verwerpelijk vinden, maar het is aan de andere kant naïef te doen alsof het niet voorkomt. Dat is bovendien niet in het belang van degenen die echt op een uitkering zijn aangewezen, want veel onrechtmatig gebruik holt op den duur de voorziening uit.

Daarom is het belangrijk te constateren dat het basisinkomen op geen enkele manier minder fraudegevoelig is dan het huidige uitkeringsstelsel. Niet alleen zal het mogelijk zijn het basisinkomen door de overheid te laten aanvullen tot het oude uitkeringsniveau, ook is het nog steeds mogelijk en aantrekkelijk om het basisinkomen zwart aan te vullen. Het gat tussen de opbrengst van wit en zwart werk blijft namelijk onverminderd bestaan. Het basisstel was immers budgetneutraal, het wordt niet duurder maar ook niet goedkoper en het kost dus evenveel sociale premies om in stand te houden.

Als we uitgaan van de noodzaak van aanvullende uitkeringen wordt het stelsel zelfs duurder en stijgt het zwart-wit-gat (de wig) zodat de aantrekkelijkheid van zwart werken nog groter wordt.

Een erg voor de hand liggende, maar daarom niet minder effectieve manier om schade door fraude zo klein mogelijk te houden, is het aantal uitkeringsgerechtigden zo klein mogelijk te houden. Het basisinkomen doet precies het omgekeerde: het aantal uitkeringsgerechtigden wordt zonder enige noodzaak ongeveer verdubbeld.

Niet alleen vergroot het de potentiële schade door fraude, het betekent ook dat de spoeling zo dun wordt dat van een uitkering niet meer normaal te leven valt. De pot moet worden verdeeld over een veel grotere groep, waarvan de meeste leden het geld niet eens nodig hebben.

INDIEN we aannemen dat de fraudekosten toenemen met het aantal deelnemers, dat de uitkering in ieder geval voor een deel van de doelgroep moet worden aangevuld, dat een prestatieloos inkomen mogelijk een internationaal aanzuigende werking heeft en dat er een kans is dat het arbeidsaanbod terugloopt, is de eindconclusie van de hypochonder: zelfs een laag basisinkomen van 500 gulden is waarschijnlijk aanzienlijk duurder dan het huidige uitkeringsstelsel.

Daarmee is niks goeds gezegd over het bestaande stelsel. Wanneer de huidige trend doorzet en als we daarnaast aannemen dat Nederland wil vasthouden aan een acceptabel onderhoudsniveau voor werklozen, dan is het best mogelijk dat de werkloosheid gewoon blijft stijgen en dat er - oplopend vanaf de laagste scholingsniveau's - steeds meer werk uit de witte marktsector verdwijnt.

Niet alleen is dat sinds 35 jaar de trend voor heel West-Europa maar er zijn ook aannemelijke oorzaken voor, zoals de toenemende intelligentie en produktiviteit van ons machinepark. Als dat dat zo is, zullen we afstand moeten nemen van de gedachte dat de vrije markt ooit nog voor volledige werkgelegenheid kan zorgen. Dat wordt dan een zaak van actief overheidsbeleid, anders gezegd, van subsidies.

Het zal de kunst zijn een subsidiestelsel te bedenken dat zo goedkoop mogelijk is en dat zo dicht mogelijk de normale marktwerking benadert. Het basisinkomen voldoet niet aan die eisen.

Pauline van de Ven is freelance journalist.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden