Bas-bariton met relativeringsvermogen

Hij kon versteld staan van zijn eigen zangcarrière, zo vreemd als die was begonnen. Pas in 1968 koos Lieuwe Visser, toen al rond de dertig, definitief voor de muziek. Hij had zijn kandidaats geschiedenis gehaald en hoogleraar/historicus Jacques Presser regelde dat hij klassieke zang kon studeren in Rome met een geschiedenisbeurs.


Niet meer dan vijf jaar had hij in de avonduren zanglessen gehad, maar Lieuwe Visser werd in Rome meteen ontdekt als opera- en concertzanger. Een markante podiumpersoonlijkheid was geboren.


Dinsdag overleed bas-bariton Visser op 74-jarige leeftijd in zijn woonplaats Amsterdam. Als telg uit een christelijk gezin in Diemen zong hij in zijn jeugd vooral psalmen en liedjes als Hoeperdepoep zat op de stoep, vertelde hij in een interview. Toen hij als historicus de zangwereld inrolde, had hij niet de faalangst van veel zangers. 'Mocht ik falen dan zou ik gewoon geschiedenisles gaan geven.'


Wellicht dat die pragmatische houding de basis was voor zijn brede muzikale ontwikkeling. Via Reinbert de Leeuw kwam hij in contact met hedendaagse muziek, nogal ongebruikelijk in zijn kringen, maar hij bleef daarnaast liederen zingen uit het klassieke repertoire. Visser was niet bang risico's te nemen met zijn stem en ontwikkelde een groot bereik. Dat was handig: 'Er zijn hoge en lage aria's en er is nooit geld om daarvoor aparte zangers in te huren, dus je moet allebei doen.'


Vanuit zijn vocale kwaliteiten bouwde hij aan een bredere carrière op het podium. In de jaren negentig oogstte hij lof met zijn Sprechgesang, een soort zingzeggen, van gedichten van Markies de Canteclaer op muziek van Ab Sandbrink. De markies is een fictief karakter uit de Ollie B. Bommelboeken van Marten Toonder. Het waren gecompliceerde teksten, maar dat lag hem wel; hij kon ook uit de voeten met teksten van Rilke en Hölderlin. Soms nam Visser een stuk op in zijn repertoire alleen vanwege de tekst.


Zijn relativeringsvermogen en gevoel voor humor werden geprezen, niet de meest voorkomende eigenschappen in de operawereld. Zo speelde hij in 1995 naast Jasperina de Jong een ontslagen operazanger in een musical van Ivo de Wijs en Joop Stokkermans.


Naast het podium ontwikkelde Visser een carrière als beleidsmaker en docent. Hij zat in de Raad voor Cultuur en in de commissie die zich in 2000 in opdracht van staatssecreatris Rick van der Ploeg boog over het orkestenbestel. Vanaf 1987 was hij als zangpedagoog jarenlang verbonden aan het conservatorium in Maastricht. Een raar vak meende hij: 'Het is gokken hoe een stem zich ontwikkelt. Je voelt je soms meer projectontwikkelaar dan docent.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.