Barkeeper

Karel is een opvliegerig kereltje, een vaste klant. Fel, intelligent. Een typisch produkt van deze tijd. Coke, bier en nacht, dat is zijn formule als hij geld heeft....

'Normaal is hij al cynisch, die avond werd hij venijnig naar mensen aan de bar. Ik had al een paar keer gezegd: Karel, gedraag je, maar blijkbaar was de combinatie van allerhande roesmiddelen hem nu echt naar het hoofd gestegen, want hij bleef maar de grens opzoeken. Op een gegeven moment ging hij in discussie met een oude man die aan de bar stond, ook een vaste klant en bovendien in zijn soort een momument in het café. Schopenhauer noemden we hem, vanwege zijn wijduitstaande grijze haren, zijn temperament en het feit dat hij altijd Schopenhauer citeerde. Die had zijn intelligentie mee en stond zijn mannetje.

'Waar ze het over hadden weet ik niet meer, maar plotseling gaf Karel de oude man een kopstoot, zomaar uit pure agressie. Hij richtte zich op van zijn kruk en knikte. Tik! Nu kon die oude man ook wel eens giftig uit de hoek komen, maar hij was nooit een kopstoot waard.

'Ik sprong in één beweging over de bar en sleurde Karel zonder geweld aan zijn jas naar buiten. Daar wilde hij me meteen een klap geven. Toen heb ik hem twee keer tegen de grond geslagen. Ik was zó kwaad. Ik wilde hem nog een klap geven maar ik dacht, als ik zo doorga sla ik hem dood. Ik ben iemand, die altijd heel klein is geweest voor zijn leeftijd. Tot dertien, veertien jaar was ik te klein om te vechten. Daarna ben ik gaan groeien. Toen ik vijftien was kwam ik erachter dat ik heel sterk was geworden. Hou je in, hou je in. Loop weg, loop weg, zei ik tegen mezelf. Ik trok mijn vuist terug en liep naar binnen. Mijn ademhaling en hartslag kwamen weer op Normaal Amsterdams Peil.

'Ik was nog niet binnen of hij kwam alweer achter me aan, als een dolle terrier. Hij schreeuwde dat ik zijn shag gestolen had en wilde me te lijf gaan.

'Mijn adrenaline stroomde nog en ik gaf hem een klap op zijn slaap. Hij viel achterover over een tafeltje heen, rolde er van af en bleef minutenlang bewusteloos op de grond liggen, de ogen boven in hun kassen.

'Ik kan er nu nog kwaad over worden. Hij had die oude man een geroutineerde kopstoot gegeven. Hij richtte zich op en mikte. Het was vals.

'Als mensen die je dierbaar zijn worden aangevallen, dan kun je zelf heel sterk worden. Je hebt dan het gevoel dat je zelfs Mike Tyson de kroeg uit zou kunnen werken. Direct na zo'n gevecht voelt 't heel goed, al die adrenaline. Het is een mengsel van angst, dronkenschap en blijdschap. Je voelt je de ultieme man. Je denkt: ik ben een man met ballen en spierballen. Daar kun je niks aan doen, het is de natuur. Je voelt dat je leeft. Je moet moeite doen om niet te glimlachen.'

Peter Bekkers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden