Barbertje moet zingen

Zingen is geluk voor schrijfster en vertaalster Barber van de Pol. Ze schreef er een boek over. Wat zingt zij - type onder de douche - het liefst?

Verwacht geen wetenschappelijke verhandeling over het fenomeen. Ze is geen musicoloog. Ze is geen bioloog. Barber van de Pol (68) is schrijfster, gelauwerd vertaalster (van onder meer Moby Dick, Don Quichot en werk van Jorge Luis Borges), essayiste, recensente.


De analyse van de letteren kwam dit keer op het tweede plan, er ligt nu een boek over haar hartstocht: het zingen. Ze heeft geschreven over wat die passie met haar doet en heeft gedaan - als kind, als adolescent, als ouder, als grootouder. Het zijn vooral haar eigen ervaringen, maar ze informeerde en noteerde ook wat anderen in haar omgeving ter zake meemaakten en sloeg erop na wat deskundigen erover hebben beweerd. O, zeker, het is haar liefhebberij - ze heeft een lage sopraan en zingt in een oratoriumkoor - maar er is niks particuliers aan. Er zijn er zo veel die de dag beginnen met een lied onder de douche of die neuriënd op de fiets zitten.


Zingen is geluk is een ode geworden aan het kwinkeleren, het jubelen, het galmen, het kwelen, het jammeren, het schreeuwen, het lispelen. Dat zingen geluk is, is haar definitie. Maar in het boek staan er misschien wel tweehonderd en ze zijn allemaal waar. 'De een zegt poëtisch: als ik zing, omhels ik de eeuwigheid. Een ander zegt nuchter: als ik zing, heb ik lucht. Wie religieus is, zegt misschien: ik heb de stem van God gehad en wil hem zo bedanken. Kom daar maar eens tussen. Alhoewel: ik ben zelf niet religieus, maar ik voel tijdens het zingen dat ik buiten mezelf treed en iets groters ervaar.'


De wetenschap biedt hier onderbouwing: het lichaam maakt prettige stofjes aan als iemand een lied aanheft - zo'n beetje de cocktail die bij onder anderen sporters, vrijers en verliefden vrijkomt. 'Endorfine, dopamine, serotonine, het is chemie, natuurlijk.'


Dit zong ze zelf het liefst, door de jaren heen. En wat blijkt? Je bent wat je zingt.


Als kleuter Poesje mauw. 'Poesje mauw, kom eens gauw, ik heb lekkere melk voor jou.'


'Op die leeftijd vind je alles mooi. Sinterklaasliedjes, kerstliedjes, de naarbedbrengliedjes. Die zijn met rituelen verbonden. Dat geeft een gevoel van veiligheid. Thomas Mann heeft er een mooi woord voor: stalwarmte.


Als kind Ferme jongens, stoere knapen. 'Ferme jongens, stoere knapen. O, hoe suffend sta je daar.'


'Een heel levenslustig lied. Vrolijk, spetterend. Je voelde de branie. Je begreep niet precies wat je zong. Wat is een ferme jongen? Wat is een stoere knaap? Het doet er ook niet toe. Er was de belofte van avontuur. Ze gingen naar zee. Iedereen wil naar zee.


'Het kwam voorbij op school. Zingen was nog een vak. Je mocht ineens zingen. Wel tien liedjes achter elkaar! Het geeft zo'n meerwaarde. Je doet iets in groepsverband. Je levert je even uit. Het is ook zo prachtig een schat aan liedjes mee te krijgen. Niet alleen die van nu, maar ook de klassiekers. We zijn niet uit de lucht komen vallen, er is een hele geschiedenis geweest. Zonder dat je de teksten helemaal snapt, word je er een beetje wijzer van.


'De voor mij vanzelfsprekende patronen waarin kinderen zingen, raken in het gedrang. Op school is het geen vak met een cijfer meer. In de auto kijken kinderen dvd's. Dat vind ik soms jammer. Zingen is zo logisch. Zing toch!'


Als puber Till I kissed you (Everly Brothers). 'Never felt like this. Until I kissed you. How did I exist. Until I kissed you.'


'In die fase begint zich het kritisch vermogen te ontwikkelen. De smartlappen van mijn vader bijvoorbeeld, ik moest er niks meer van hebben. Ik vond nog veel mooi hoor. Arbeidsvitaminen, Tijd voor Teenagers, het wringende luisterlied van Jaap Fischer, ik vond zelfs Corry Brokken op het Songfestival prachtig - mijn stem leek een beetje op die van haar. Maar het nummer dat ik misschien wel tweeënhalfduizend keer heb gezongen was Till I kissed you. Ik was natuurlijk never been kissed, laat staan dat ik de moed had een ander te kussen. Ik vond de puberteit verschrikkelijk, maar dit was innig, intiem, vol verlangen.'


Als student One too many mornings (Bob Dylan). 'For I'm one too many mornings. And a thousand miles behind.'


'Waar ik in woonde, was het gruizige geluid van Bob Dylan. Ik had even een onderkomen op een schip, dat deinde op Dylan. Dat getob, dat geneuzel, de maatschappijkritiek en dat voortdurende gedonder met de liefde erdoorheen. Ik draaide het tien keer achterelkaar. Ik praatzong met hem. Ik voelde hem. Ik was hem. Ik was een tobber toen, maar je voelde dat het tijd werd je verantwoordelijkheid te nemen.'


Als ouder Leise flehen meine Lieder. (Franz Schubert). 'Leise flehen meine Lieder durch die Nacht zu dir.'


'Een vriend introduceerde me in de klassieke muziek. Het betekende een enorme inhaalslag. Ik ben zangles gaan nemen. Het eerste liedje dat ik moest instuderen was dit leerlied van Schubert. Een heel kalm lied, je kunt het al gauw. Het was fijn om te doen. Je komt dieper in de muziek. Je gaat er echt moeite voor doen om het te beheersen. Je leert je ademhaling gebruiken. Ik ontdekte toen hoe fysiek, hoe oer, zingen eigenlijk is.


'Mijn kinderen protesteerden weleens als ik zong. Wat moesten ze ook met die gemoedsontladingen? Ze zijn wel eens de kamer uitgelopen. Mijn jongste dochter heeft me destijds verzocht niet meer te humeuren, zoals ze dat noemde, waar zij bij was. Natuurlijk begreep ik dat. Ik ben niet gek. Maar het moest eruit.'


Als grootouder Schommelliedje. 'Schommelen, schommelen heen en weer. Hoger hoger, keer op keer'.


'Alles komt weer binnen. Een hele hutspot. Het bewaken van het domein is voorbij. Ik zing weer van alles wat lief en grappig is. Ik ben de enige grootouder die als de kleinkinderen aan het schommelen zijn in de speeltuin, dit schommellied aanheft. Niet keihard, ik wil niemand storen, maar ik schaam me er ook niet voor. Het versje beweegt. Je kunt ineens een hogere stem opzetten. Stevig houd ik de touwtjes vast, als een matroosje in de mast. Dan ben je echt een vogel, op de wieken van het gezang. Wel mooi, als je er zo bij stilstaat: bij oudere mensen komt in het geheugen het kind weer terug. Dat kritische zelfbewustzijn vervaagt. En zo liggen de liedjes van vroeger weer voor het oprapen.'


Nietzsche

'Nietzsche zei dat je met spieren naar muziek luistert. Zingen is al helemaal een kwestie van spierinzet, maar hoe fysiek zingen ook is, de mentale breuken en barsten krijgen een pleister opgeplakt. Wie zingt is even de versplintering voorbij, hij is heel en zit zo vol zuurstof dat hij van de grond raakt.'


Uit: Zingen is geluk van Barber van de Pol, De Bezige Bij. euro18,90.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden