Barbara van Beukering over haar carrière, moederschap en achter de geraniums vandaan komen

Anderhalf jaar zat oud-hoofdredacteur van Het Parool Barbara van Beukering thuis. Ze schreef in die tijd een boek over ouder worden en wil nu snel weer aan de slag.

Beeld Oof Verschuren

'Ik zit met mijn beste vriend Cornald op het witte strand van Kaapverdië', zo begint Barbara van Beukering (51) haar boek, dat 27 februari verschijnt. 'Twee maanden eerder had ik De Persgroep, de grote krantenuitgeverij, verlaten om een sabbatical te nemen. Ik was 21 jaar hoofdredacteur geweest, 28 jaar had ik fulltime gewerkt. (...) Daar zit ik dan op mijn 50ste, met lege handen en veel tijd. Ik voel me niet vrij, maar leeg. Ik had mijn identiteit voor een groot deel ontleend aan mijn werk en aan mijn moederschap.'

Van Beukering zit bijna dertig jaar in de journalistiek. Zevenenhalf jaar was ze hoofdredacteur van Het Parool, daarna van Paper, een digitaal nieuwsmagazine van hetzelfde bedrijf dat na een dik jaar aan Blendle werd verkocht. Na veertien jaar verliet Van Beukering De Persgroep, waar ze als chef van Volkskrant magazine begonnen was. Opeens zat ze thuis. Hoe nu verder, vroeg ze zich af, nu ze geen vaste baan meer had om in alle vroegte naartoe te fietsen - in de jaren dat ze hoofdredacteur van Het Parool was, stond ze om zes uur 's ochtends op en was ze 's avonds nog vaak op een Amsterdams feestje of evenement te vinden. Nu was dat weggevallen. Ook thuis was het opeens stuk rustiger sinds haar stiefzoon en drie grote dochters allemaal het huis uit waren. Haar moeder was overleden, dus ook de bezoekjes aan het Marie Heinekenplein, waar haar moeder de laatste jaren woonde, waren voorbij. Wat te doen met al die oningevulde dagen?

Kruip nooit achter een geranium heet haar boek en de hoofdvraag is: hoe leuk oud te worden? Daarvoor interviewde ze oudere vrouwen als Hedy d'Ancona, Ans Markus, Gerdi Verbeet, Neelie Kroes en anderen die ze als rolmodel beschouwt. Ze vroeg ze naar hun werk, hun relaties, hun moederschap en vriendschappen, maar ook hoe ze op gewicht blijven en wat ze aan hun uiterlijk (laten) doen. De interviews wisselt ze af met anekdotes uit haar eigen leven. Hoe ze als puber van huis wegliep, bijvoorbeeld, en met Kerst weer veilig thuiskwam. Maar ook hoe haar seksleven verbeterd is sinds echtgenoot Thomas, aan de Cialis, een soort Viagra, is. 'Zo stijf had ik mijn grote vriend in geen jaren gezien', schrijft ze vrolijk. Tuurlijk, zegt ze thuis in Amsterdam, mag iedereen dat weten. 'Ik vond het relevant als je over ouder worden schrijft. Cialis is een briljante uitvinding om seks te hebben voor mannen op hoge leeftijd. Thomas is twintig jaar ouder dan ik. We hebben het een paar jaar geleden ontdekt en we zijn er echt ontzettend blij mee. Mensen hebben steeds minder seks, het stond laatst nog in de krant. Dat is toch jammer? We zijn er wel achtergekomen hoe groot het taboe erop is. Als Thomas aan vrienden vertelde dat hij Cialis gebruikte, reageerden die geschokt: 'Dat heb ik niet nodig hoor.' Om dan later te bellen: 'Hoe heette het ook alweer?' Ja, ik vond het bij het thema van het boek horen. Ik dacht: hier hebben mensen wat aan. Zeker toen ik het er met Hedy d'Ancona over had en zij vertelde dat ze dezelfde ervaring heeft met Aatje (Veldhoen, red.). Die is er zo enthousiast over, hij deelt het zelfs uit.'

Hoe was het om opeens thuis te zijn na bijna dertig jaar fulltime werken?

'Dat was wel even gek. De keihard rijdende trein waar ik altijd in had gezeten, was met piepende remmen tot stilstand gekomen. Maar het was mijn eigen beslissing en ik had ook wel zin in even niets. Als je altijd zulke banen hebt gehad, gaat dat je persoonlijkheid bepalen. Dat gaat vanzelf. Maar ik wist al door mijn overstap van Het Parool naar Paper dat ik niet statusgevoelig ben. Als hoofdredacteur van Het Parool ben je in Amsterdam een graag geziene gast. Je wordt overal voor uitgenodigd, krijgt in restaurants de beste tafel, iedereen klampt je aan. En op de dag dat je weggaat, is er helemaal niets meer. Uitnodigingen komen niet meer, op straat spreekt niemand je meer aan. Bij Paper, waar ik zonder uitnodigingen tussen de twintigers zat, realiseerde ik me dat me dat helemaal niets deed. Dat vond ik geruststellend. Ook daarna, tijdens mijn sabbatical, heb ik ontdekt dat ik ook een identiteit heb zonder baan en zonder het moederschap. En dat ik me daar eigenlijk prima bij voel. Er komen een hoop andere dingen voor in de plaats. De vrijheid om weer eens een boek te lezen bijvoorbeeld, zomaar, zonder dat het hoeft voor mijn werk.'

Of er een te schrijven. Wat was de aanleiding om dat te doen?

'Een mailtje van een redacteur van de uitgeverij, of we eens koffie konden drinken. Ik was verbaasd: huh, ik een boek? Waarover dan? Dat mocht ik zelf bedenken. Ik wist het eigenlijk meteen. Ik was al jaren bezig vrouwen als Nelleke Noordervliet en Ans Markus te bewonderen. Ik kende ze niet, maar ik kwam ze wel eens tegen en dan viel mijn mond open: wat een energie en wat zien ze er goed uit. En ze zijn nog zo geïnteresseerd in alles. Ik heb tegen de uitgever gezegd: ik wil die vrouwen spreken. Hoe worden zij op deze manier oud?

Beeld Oof Verschuren

En? Welke inzichten leverde dat op?

'Je moet altijd bezig blijven. Vandaar de titel van het boek. Op het moment dat je wel achter de geraniums gaat zitten, is dat het recept om snel oud te worden. Nooit stoppen, dat is de grootste les. Aftellen tot je 67ste: zoveel jaar moet ik nog werken, dat is geen goed idee. Het gaat erom je hele leven leuk en nuttig bezig te blijven. Het schrijven thuis is me goed bevallen, maar ik ben nu ook weer in gesprek voor leidinggevende banen. Welke? Nee, dat zeg ik niet, maar ik kijk nu ook rond buiten de journalistiek.'

Jouw man Thomas is al vroeg gestopt met werken.

'Ja, dat klopt, al is hij sinds de kinderen naar de middelbare school gingen wel weer 20 uur per week huismeester en hij staat ingeschreven bij castingbureaus, hij speelt af en toe een rolletje. Afgelopen Kerst nog in een Lidl-reclame, daarin was hij een opa die met zijn kleinzoon stiekem chocolaatjes eet. Vindt-ie heel leuk om te doen. Maar toen de kinderen opgroeiden is hij inderdaad lang thuis geweest. Thomas had altijd in de reclamewereld gewerkt, maar dat werd een blablavak in zijn ogen, hij vond het steeds minder leuk. Toen ik hoofdredacteur van het vrouwenblad Avantgarde kon worden en toch wel heel hard moest gaan werken, was hij op het punt dat hij er niets meer aan vond. Toen is hij huisman geworden. Maar met een jaarlijkse evaluatie, hoor. We zeiden: we proberen het een jaar uit en als het een van ons niet bevalt, gaan we het anders doen. Elk jaar begon Thomas de evaluatie meteen met: ik ben hartstikke gelukkig!'

Had je dezelfde carrière gemaakt als hij een fulltimebaan had gehad?

'Ja, want ambitie laat zich niet onderdrukken. Dan hadden we het ook wel georganiseerd. Toen Thomas nog wel werkte, hadden we een kindermeisje in huis. Dan was het meisje gebleven en dan hadden de kinderen ook een warme en gelukkige jeugd gehad.

'Ik denk niet dat ik een afwezige moeder was. Mijn banen waren altijd in Amsterdam, dus voor een tienminutengesprek op school kon ik even heen en weer fietsen. Ik heb de kinderen altijd naar school gebracht en ook altijd in bed gelegd toen ze nog klein waren. Ik was om zes uur thuis, las ze voor en ging om acht uur weer mijn avondprogramma in. Een leidinggevende zei ooit: je hebt twee dingen nodig, veel energie en een groot organisatietalent. Dat is het. Ik heb gewoon geluk gehad dat ik daarmee ben geboren. Als je niet kunt organiseren, kom je echt nergens. Ik heb vriendinnen die dat niet kunnen en dan zie ik hoe zwaar dat is. Die lopen altijd achter de feiten aan: o God, mijn kind moet naar een feestje - alles is dan chaos. Dat heb ik gewoon nooit, omdat ik precies weet wat er moet gebeuren en daarop anticipeer.'

Zat dat er al vroeg in?

'Mijn moeder zei altijd: met Barbara kun je alle kanten op, als het maar háár kant is. Ik vond dat altijd vervelend, maar ze bedoelde gewoon: Barbara weet vreselijk goed wat ze wil. Dat is wel de rode draad, ja. Toen ik 3,5 jaar was, stond ik al met mijn koffertje klaar omdat ik graag naar school wilde. Mijn moeder legde uit: nee, dat mag pas als je 4 bent. Maar zo'n kind was ik wel, heel gedreven en perfectionistisch en georganiseerd. Toen ik 8 was, richtte ik de KKC op, de kattenkwaadclub. Ook die had ik helemaal georganiseerd: mijn broertjes moesten daarbij en mijn vriendinnetjes, er moest een clubhuis komen en eigen codes, en elke zaterdag kwamen we bij elkaar. Op de middelbare school zat ik bij de schoolkrant, bij de soosclub, ik had altijd de voortrekkersrol.

'Toen ik 16 was, dacht ik: ik wil een creatief beroep, ik ga nooit leiding geven. Daar ben je 16 voor, hè. Na de School voor Journalistiek ging ik vervolgens in mijn derde baan al leiding geven, haha, dus dat is echt hopeloos mislukt. Het zit in je. Het heeft er denk ik ook wel mee te maken dat ik de oudste ben. Ik zie het aan mijn oudste dochter, dat is ook een leider pur sang.'

Wat is er voor jou leuk aan leiding geven?

'Ik hou ervan om het beste uit mensen te halen, samen iets moois maken. En ik hou ervan om beslissingen te nemen. Als ik ergens niet tegen kan, is het dat er mensen aan het roer staan die er niets van snappen. Dan kan ik het beter zelf doen.'

Beeld Oof Verschuren

Je bent niet overal met open armen ontvangen.

'Toen ik bij het Volkskrant magazine was aangenomen, hebben enkele redactieleden van destijds een brief geschreven waarin stond: wij zijn gymnasiasten en we krijgen nu een macraméjuf van de lom-school voor de klas. Zo zagen ze mij: ik was een blonde bladendame, ik kwam niet uit de echte journalistiek. Er is de eerste maanden behoorlijk obstructie gepleegd. Niemand zei iets tegen mij als ik een vergadering leidde. Als ik naar de wc ging, hoorde ik ze praten, kwam ik terug, dan viel het weer stil. Dat is naar. Maar ik dacht ook: ik ga door, ik moet het niet persoonlijk nemen. Ik ben namelijk intelligent en deskundig en ik weet hoe ik het magazine beter kan maken, ik moet hier gewoon doorheen. Na een half jaar kwam er een restyling van het blad en vanaf dag één was dat een succes. Toen was ik de held.'

Ook bij Het Parool werd je met argusogen bekeken.

'Nee hoor, ik vind dat ik daar ontzettend ruimhartig ben ontvangen. Er moest daar volgens de statuten door de hele redactie gestemd worden over de komst van de nieuwe hoofdredacteur, dat waren meer dan honderd mensen. Ik zat er bij met samengeknepen billen, dacht: daar gáán we weer. Uiteindelijk waren er maar drie stemmen tegen. Nee, ik werd daar met open armen binnengehaald.

'Pas later heb ik daar wel een paar botsingen gehad, maar ik zou bijna willen zeggen: welke hoofdredacteur niet? Een krant is anders georganiseerd dan een tijdschrift dat je maakt met vijftien mensen, daar heb ik lang aan moeten wennen. Ik was altijd te snel. Als ik een goed idee heb, wil ik dat het morgen wordt uitgevoerd. Met een kleine club kan dat, maar bij een krant moet je eerst naar de redactieraad en dan weer naar alle chefs, het gaat veel langzamer dan ik wil over het algemeen. Geduld, dat heb ik moeten leren.'

Thuis ook? Je schrijft dat je een dominante moeder was, en: 'Mijn kinderen noemen mij 'dwang'.'

'Ja, ik heb een dominant karakter, dat zit in de aard van het beestje. Dwang zit 'm in dat overgeorganiseerde, dat ik op maandagochtend tegen de kinderen zei: zo, we gaan even de week doornemen. Woensdagmiddag, Ruby, heb jij dit, en jij, Laura, heb vrijdagochtend dat. En zaterdagochtend moeten jullie je kamer opruimen, want dan komt oma langs. Dan hadden ze iets van: ooo, wat is ze weer dwang. Dat is ook zo, ik zal de laatste zijn om dat te ontkennen. Ik heb mijn kinderen veel vrijheid en eigen verantwoordelijkheid gegeven, maar ik was ook streng. Of streng... Veeleisend. Hoe ik voor mezelf ben, ben ik ook voor mijn kinderen. Niet zeuren, flink zijn, hard werken, en ook met een snottebel kun je best naar school.'

Ik begreep dat je een tijdje gebrouilleerd bent geweest met alle drie je dochters.

'We hebben vorig jaar een groot conflict gehad. Toen hebben we elkaar tweeënhalve maand niet gezien. De aanleiding doet er niet per se toe, maar de onderliggende reden was het losmakingsproces. We waren een extreem hecht gezin, gingen nog steeds elk jaar met elkaar op vakantie, vierden alle verjaardagen samen. De kinderen hebben zich in de puberteit nooit echt losgemaakt, zeker niet van mij, als dominante moeder. Dat moest kennelijk alsnog gebeuren en dat ging heel heftig. Het was een soort explosie. Vooral de oudste, Ruby, en ik botsten heel erg. En de zusjes zijn heel close en die vormden een front. Dat was pijnlijk voor mij, maar ook wel weer mooi dat de meisjes zo close met elkaar zijn, zo solidair.

'We zijn een paar keer met het hele gezin bij een psycholoog geweest. Dat was erg nuttig. Zij liet ons al snel inzien: dit heeft te maken met een losmakingsproces. Kinderen moeten niet meer bij alles vragen: mam, wat zou jij doen? En ik als moeder moest een stapje opzij doen. Die navelstreng moet een keer worden doorgehakt. Achteraf gezien is dat hartstikke gezond.'

De beste vriend Cornald uit je boek is tv-presentator Cornald Maas. Hij zei dat je een bezinningsperiode achter de rug hebt en dat je het vast rustiger aan gaat doen, minder franje.

'Zei hij dat? Wat een kletskous is het toch. Ik ben alweer in gesprek over banen, ik ga het helemaal niet rustig aan doen. Ik weet nog niet wat het gaat worden, maar ik heb er nu al zin in. En met veel franje, hoor.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden