Barack Obama¿s omweg naar het Midden-Oosten

Het komt wel voor: een politiek leider die aan het thuisfront weinig klaarspeelt en wiens binnenlandse aanzien gering is, maar die op het wereldtoneel een geduchte kracht vormt.

Paul Brill

En soms is er sprake van het omgekeerde: een president of premier die in eigen land de nodige successen boekt, maar internationaal voortdurend mistast of nauwelijks meetelt.

Vaker evenwel is er een relatie tussen binnenlands en buitenlands prestige. Ligt de leider thuis onder vuur, dan hindert hem dat meestal ook bij het bereiken van zijn doelstellingen op buitenlands gebied.

Dit geldt in het bijzonder voor democratische landen, waar vrijheid van meningsuiting heerst en de media politieke misslagen breed uitmeten en becommentariëren. Neem George W. Bush. Buiten de Verenigde Staten was zijn reputatie natuurlijk al stevig beschadigd vanwege de ongenaakbaarheid die hij vooral in het begin aan de dag legde in het diplomatieke verkeer, en vanwege de chaos die volgde op de interventie in Irak.

Van het voetstuk
Maar hij viel pas echt van zijn voetstuk toen hij op binnenlands gebied ernstig tekortschoot (falende hulpverlening na orkaan Katrina) en de Amerikaanse kiezers zich blijkens de peilingen steeds meer van hem afwendden.

Hoewel de VS hoe dan ook een macht van betekenis zijn en de bewoner van het Witte Huis er dus per definitie toe doet, speelde de afkalvende binnenlandse waardering Bush ook parten in de buitenlandse politiek. Veelzeggend was wat hem overkwam tijdens zijn reis door het Midden-Oosten in mei 2008: de Saoedische leiders wilden vooral weten wat die Barack Obama voor iemand was; voor zijn eigen vredesplan bestond minder interesse.

Ontevreden burgers, dalende cijfers in de peilingen – vanouds hebben autocratische regimes daarvan niet zo veel last. Maar dankzij mobiele telefoon en facebook is hun controle toch ook niet meer wat ze is geweest.

De Chinese leiders konden separatisten en religieuze fanatici de schuld geven van de ongeregeldheden in de provincie Xinjiang, maar ze konden niet verbloemen dat ze hadden plaatsgevonden en dat ze ernstig waren geweest. Zo ernstig dat president Hu Jintao het raadzaam achtte om zijn aanwezigheid bij de G8-top in Italië te bekorten en spoorslags naar huis terug te keren. Waarmee de wereld er nog eens aan werd herinnerd dat het economische succesverhaal, hoe indrukwekkend ook, slechts een deel van de Chinese werkelijkheid dekt. Er is ook een China waarvan de eenheid fragiel is, waar het gezag van de communistische partij erodeert. Een China dat de wil of de kracht ontbeert om het grillige buurland Noord-Korea, dat de hele regio destabiliseert, tot de orde te roepen. Een China waarvan de hoogste leider de gelegenheid om als opkomende grote mogendheid te schitteren op een internationale conferentie, moet laten schieten teneinde in eigen land een etnisch conflict te bezweren.

Demasqué in Iran
Nog verder strekkend en saillanter is het demasqué van het Iraanse regime. In het verleden werd ervan uitgegaan dat de islamitische scherpslijperij in Teheran misschien niet aan alle Iraniërs was besteed, maar dat de militante taal van met name president Mahmoud Ahmadinejad wel degelijk appelleerde aan een breed levend sentiment in het land, zo niet van islamitische dan wel van nationalistische makelij. Er moest dus vooral voor worden gewaakt om dat sentiment nog te versterken door het regime te hard aan te pakken, zo luidde de overheersende mening.

De zaken blijken anders – zeg maar gerust: een stuk gunstiger – te liggen. De hevige protesten tegen het doorzichtige gesjoemel met de verkiezingsuitslag laten zien dat er een enorme kloof bestaat tussen het regime en een groot deel van de bevolking. En het gaat niet om een eenmalige eruptie van onvrede, want de onrust houdt aan en werkt ook als een splijtzwam binnen de top.

In plaats van de Grote Satan wordt nu in de straten van Teheran Ahmadinejad en zelfs geestelijk leider Ali Khamenei de dood toegewenst. Al degenen die hun hoop hadden gevestigd op de ‘hervormingsgezinde krachten’ in Iran, maar niet zeker wisten of ze echt bestonden en waar ze zaten, hebben nu het antwoord, aldus Fareed Zakaria in Newsweek: het zijn er vele miljoenen en ze laten zich niet snel afschrikken.

Regime change
Of dit op afzienbare termijn zal leiden tot een regime change in Iran, valt niet te zeggen. Het bewind heeft nog altijd een geducht repressie-apparaat tot zijn beschikking. Maar zeker is wel dat het politieke en morele gezag dat het Iraanse bewind meent te kunnen uitoefenen in de hele islamitische wereld, stevig is aangetast nu het in eigen land zo massaal met hoon en afgrijzen wordt bejegend.

Dat is goed nieuws, niet in de laatste plaats voor president Obama, voor wie een Israëlisch-Palestijnse vredesregeling topprioriteit heeft en die met het oog daarop niet rouwig zal zijn om een verzwakking van de Iraanse invloed. Helaas zijn zowel de Israëli’s als de Palestijnen onwilliger dan ooit. Er is maximale prestige vereist om hen tot enige toenadering te bewegen. Daarmee zijn we terug bij het begin van dit verhaal.

De competentie en koelbloedigheid die Obama etaleert, hebben in de eerste maanden een weldadig effect gehad. Maar de verrukking neemt af blijkens de peilingen. Na alle beloften en initiatieven moet nu een tastbaar resultaat worden geboekt. Het is crunch time, om met The Economist te spreken. Te beginnen in Washington. Je zou kunnen zeggen: de weg naar een vergelijk in het Midden-Oosten loopt via het uiterst ingewikkelde kruispunt waar de hervorming van de Amerikaanse gezondheidszorg haar beslag moet krijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden