Barack Obama en Mitt Romney: de parallellen

De twee Amerikaanse presidentskandidaten volgden ieder hun eigen weg naar de top, maar van een afstand bezien is het soms alsof hun wegen zich naar elkaar toe buigen.

BIJZONDERE JONGENS

Nog voordat Barack Obama kon lopen, wist zijn oma op Hawaï het al zeker: hij is een genie. Haar broer had dat vreemd gevonden. Hoe kon zijn zus, normaal de nuchterheid zelve, zoiets zeggen over een kind dat te jong was om ook maar iets te kunnen hebben gedaan? Maar ook de kleine 'Barry' zelf had al vroeg grote plannen. Toen hij met zijn moeder in Indonesië woonde, was hij op school altijd de eerste die zijn vinger opstak. 'Ik weet het, juf, ik weet het!' Als derdeklasser schreef hij in een opstel: 'Eens wil ik president worden.'

Toen Mitt Romney 2 was en voor het eerst de kerstman ging zien, schreef zijn vader George trots in een brief: 'Hij liep kaarsrecht als een man en schudde iedereen de hand!' Als jongetje kreeg Mitt te horen dat hij een leider moest zijn. Dat vloeide voort uit het mormoonse geloof. In een portret van Romney in The New Yorker vertelt een kennis, Kim Clark, hoe mormonen geleerd wordt nooit een speelbal te worden van anderen, zoals in de tijd dat hun kerk werd vervolgd. 'Mijn moeder keek me elke dag in de ogen en zei: je bent een leider!' Clark kan erom lachen. 'Ik was 5!' Hij leidt nu een mormoonse universiteit in Idaho. Maar het was niet alleen het geloof. Vader George Romney zag iets in Mitt dat hij kennelijk niet in zijn andere kinderen zag.

Presidentiële predestinatie bestaat niet, maar in de omgeving van Obama en Romney leefde al vroeg het besef dat zij bijzondere jongens waren. Romney lijkt na zijn 2de nooit meer gestopt te zijn met handen schudden. Obama is altijd de man met het vingertje gebleven. Zoals van hem werd gezegd dat hij 'de eerste zwarte president' kon worden, werd in Romney een mogelijke 'eerste mormoonse president' gezien. 'Zij waren ongelooflijk indrukwekkend, actief en leergierig', zei de econoom Jonathan Gruber in juni in The New York Times over de keren dat hij hen adviseerde.

Geen revolutionairen

Obama is de zoon van een alleenstaande moeder en werd grotendeels opgevoed door zijn grootouders aan moederskant. Romney kwam uit een hecht gezin, met een vader die de universiteit niet afmaakte, timmerman werd, zich opwerkte tot baas van een auto-onderneming en als gouverneur van Michigan een mislukte gooi naar het presidentschap deed. Mitt Romney verafgoodde zijn vader, die zijn zoon vormde maar ook een bevoorrecht leven bood. Obama heeft zijn vader nauwelijks gekend en zijn familie had het niet breed.

Hoe sterk het vertrekpunt van de twee ook verschilt, hun levens vertonen parallellen. Romney was atypisch voor de jaren zestig. Hij was gezagsgetrouw, moest niets hebben van het protest tegen de Vietnamoorlog en had op Stanford University zelfs geen spijkerbroek. Zo ver ging het niet bij Obama, maar ook die was bepaald geen revolutionair. In zijn studententijd had hij de meest ingetogen variant op een afrokapsel en van de jaren zestig, waarin hij geboren werd, is hij niet erg gecharmeerd. Hij moet niets hebben van het extreme individualisme, is eerder voor sterke gemeenschapsbanden.

Toen ze jong waren, woonden beiden tijdelijk in het buitenland. Obama in Indonesië, Romney in Frankrijk als mormoonse zendeling. Ze deden beiden sociaal werk, de een in de mormoonse kerk, de ander als buurtwerker in Chicago. Beiden trouwen met vrouwen aan wie ze heel trouw zijn en die veel invloed op hen hebben. De jonge paren leefden bescheiden. De Romneys hadden een bureau dat bestond uit een deur die was neergelegd op twee schragen. De Obama's waren trots op een koffietafel uit het grof vuil.

GEEN ALLEMANSVRIENDEN

Mijn moeder drijft op emotie, mijn vader op logica, zei ooit Tagg, de oudste zoon van Mitt en Ann Romney. Het lijkt op wat Michelle Obama in de campagne van 2008 uitriep, toen haar man zich tijdens een voorbereiding op een debat verloor in beleidsdetails: 'Barack, voel! Niet nadenken!'

Romney en Obama mogen in afkomst, uiterlijk en ideologie van elkaar verschillen, maar als persoonlijkheid hebben ze verrassend veel gemeen, schreef The New York Times na een reeks bekenden van de twee te hebben gesproken.

Ze zijn beiden analytisch ingestelde binnenvetters in een politieke wereld vol extraverte spelers. Ze houden niet van instinctief genomen beslissingen. Altijd willen ze zoveel mogelijk informatie, adviezen en discussie, voordat ze de knoop doorhakken.

Ze zijn geen allemansvrienden, eerder afstandelijk, verlegen bijna. Ze hebben niet veel aanleg en geduld voor smalltalk. Ze zijn ordelijk en gedisciplineerd.

De journalist Frank Bruni betreurt dat: hij mist the thrill of Bill and Hill, deze politieke dieren, woest en onvoorspelbaar. Bill Clinton was in zijn tijd in het Witte Huis een nachtbraker die in de late uren gezelschap zocht, aan de telefoon zat of kaartte met vrienden, kletsend over politiek en geschiedenis. Obama trekt zich 's avonds alleen terug in zijn werkkamer in de privévertrekken. Hij leest dan brieven van Amerikanen, denkt na of schrijft.

Buitenstaanders

Niet zelden worden hij en Romney outsiders genoemd. Buitenstaanders. Wie Romney wil begrijpen, staat in het portret van The New Yorker, moet de subculturen begrijpen die hem hebben voortgebracht. Dat is de mormoonse kerk, maar ook de financiële wereld, die vanaf de jaren zeventig enorm aan betekenis won, van buitenaf moeilijk te doorgronden en daarom gewantrouwd. Dat achtervolgt Romney in de campagne, meer dan zijn mormoonse achtergrond. Als ex-baas van investeringsfirma Bain Capital moet hij constant vechten tegen de verdenking geld boven mensen te stellen.

Bij Obama speelt het idee van de outsider sterker. Zijn biografie als zoon van een vader uit Kenia en moeder uit Kansas omvat zwart en blank, Afrika en Amerika, islam en christendom. Niet alle Amerikanen zien dat als een pre. 'Obama is niet Amerika. Hij is de vijand', zo verwoordde Malcolm Daigle dat, een 67-jarige ijshockeyfan, op zomaar een januari-avond in Tampa, Florida.

Obama werd volgens zijn vrienden een floater - iemand die behendig tussen allerlei culturen en politieke groepen door manoeuvreert. 'Het helpt zijn voorzichtigheid te verklaren, zijn neiging zich in te houden en het leven te zien als een schaakbord, kijkend waar hij mat kan worden gezet, twee tot drie zetten vooruitdenkend', schreef biograaf David Maraniss.

Ook Romney leerde laveren. In 2007 werd hij op Slate.com de Jay Gatsby van de Amerikaanse politiek genoemd. Naar de hoofdpersoon uit The Great Gatsby, de beroemde roman van F. Scott Fitzgerald. 'Hij werd geboren in het Midden Westen (van Amerika. red.), werd rijk aan de Oostkust en stopt nooit met het heruitvinden van zichzelf als manier om indruk te maken op degenen die hij onderweg tegenkomt.' Dat 'heruitvinden' wordt in de campagne 'flipfloppen' genoemd, een negatieve term voor het voortdurend veranderen van standpunt.

Romney is er ver mee gekomen.

Net als Obama met zijn stoïcijnse afstandelijkheid.

NOODZAKELIJK KWAAD

Obama en Romney houden de kiezers voor dat zij op 6 november de keus hebben tussen twee verschillende Amerika's. In Obama's land heeft iedereen gelijke kansen en kan op de overheid worden gerekend als het tegenzit. In het land van Romney zijn mensen voor zichzelf verantwoordelijk en blijft de regering op afstand. Hoewel de kandidaten in dat opzicht tegenpolen zijn, vormen ze ook twee loten van dezelfde politieke stam.

Net als andere leden van de Amerikaanse politieke klasse zijn ze rijk. Romney is veruit het rijkst, bezit ongeveer 250 miljoen dollar, Obama zo'n 11,8 miljoen (de winst van zijn boeken). Beiden vallen onder de 1 procent van rijkste Amerikanen. Bovendien studeerden ze aan de bekende topuniversiteiten: Stanford, Columbia, Harvard. Beiden zijn inmiddels stevig geworteld in de elite van de VS.

Beiden houden niet van politiek, hoe gek dat ook klinkt voor een president en een presidentskandidaat. Romney is altijd gericht op het oplossen van het probleem van de dag, zegt een oud-medewerker. 'Hij is geen visie-man.' Hij is Mr. Fixit, de man die de economie wil repareren, maar niet geniet van het politieke spel. Dat geldt ook voor Obama. Ik ben geen Bill Clinton, zei hij zelf ook eens. Met Michelle besloot hij het land te willen veranderen, dat kan alleen langs politieke weg. Maar de politiek is voor hem een noodzakelijk kwaad, geen levensbestemming.

Hij laat zich nauwelijks met Congresleden in en verzuimt artiesten die voor hem in de campagne hebben opgetreden een bedankje te sturen. Ook Romney houdt afstand. Hij praat nooit over zichzelf, ook niet in de kerk, zeggen kennissen. Alleen zijn gezin gunt hij een inkijkje in zijn gevoelsleven.

Het doel heiligt de middelen

Maar er is nu wel een verkiezing die gewonnen moet worden en dan blijken Romney en Obama minder vroom in hun afkeer van politiek. De Republikein sloopte in de voorverkiezingen zijn tegenstanders met een barrage aan negatieve filmpjes. De Obama-campagne probeert nu hetzelfde te doen met Romney. Het doel heiligt de middelen als het erop aankomt. Ook voor Obama en Romney, hoezeer ze dat ook proberen te maskeren.

In dat laatste zijn beiden vrij bedreven. Als politici die niet tot de mainstream behoren, laten ze zich moeilijk vangen. Romney heeft zoveel geflipflopt dat iemand pas schreef: 'Wat het meest opvalt aan Mitt Romney als politicus is het ontbreken van elke verantwoordelijkheid voor zijn verleden.' Wat gisteren zwart was, is morgen wit bij hem. Dacht Obama in het debat in Denver een conservatief tegenover hem te krijgen, stond daar ineens een gematigde. De president was op slag zijn tekst kwijt. Mogelijk is Romney in zijn hart nog altijd de gematigde gouverneur van Massachusetts, maar niemand die dat zeker weet. Met nog 25 dagen te gaan en na een campagne van meer dan een jaar is de vraag naar 'De Echte Romney' onbeantwoord.

Zo ver gaat het niet bij Obama. Maar zijn hoogdravende retoriek ontneemt soms ook bij hem het zicht op waar hij werkelijk voor staat. De Republikeinen schelden hem uit voor een Europese socialist. Het Britse blad The Spectator ziet in Obama echter een Tory , een pragmatische reformist met respect voor traditie en een afkeer van revolutionaire verandering. 'Obama lijkt veel linkser dan hij is. Hij is zeer, zeer gematigd', zegt ook columnist E.J. Dionne.

Door de betrekkelijke ongrijpbaarheid van Obama en Romney lijkt het er soms op dat verkiezingen gaan tussen een linkse president die rechtser is dan gedacht en een rechtse uitdager die mogelijk linkser is dan hij doet voorkomen. Waardoor ze elkaar ergens in het midden ontmoeten. Dat gaat te ver. Het is niet lood om oud ijzer. Er ligt een keus.

Het zal er hard aan toe gaan. Nog een gelijkenis tussen de twee mannen is dat zij nooit een nederlaag hebben geleden die het einde van hun dromen en ambities betekende.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden