'Bankmanagers moeten hun beloning niet geheimhouden voor de buitenwereld'

De variabele beloning van bankiers lijkt verdacht veel op een vaste beloning. Het is de hoogste tijd om bankiers te verplichten openheid van zaken te geven over hun beloning. Dat betogen Jan Bouwens en Sjoerd van Dongen.

OPINIE - Jan Bouwens en Sjoerd van Dongen
Voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), Boele Staal (L) en directeur van de NVB Wim Mijs. © ANP Beeld
Voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB), Boele Staal (L) en directeur van de NVB Wim Mijs. © ANP

Afgelopen zaterdag bepleitte het Sustainable Finance Lab onder leiding van voormalig RABO-topman en SER-lid Herman Wijffels in een artikel in de Volkskrant de afschaffing van variabele beloning in de financiële sector. Dit voorstel werd door de banken hooghartig weggewuifd. Echter, zo lang de financiële sector niet bereid is openheid van zaken te over het variabele beloningsbeleid roept men een verbod over zichzelf af.

Als we op zoek gaan naar salarissen, vinden we alleen gegevens over beloning terug in de jaarverslagen van de banken die aan de beurs zijn/waren genoteerd. De meeste banken zijn dus niet verplicht te vertellen hoeveel geld ze aan hun topmanagers uitkeren. Maar zelfs de beursgenoteerde banken laten -behoudens de ING- de samenleving onwetend over waarom managers hun bonus ontvangen.

Schamele informatie
Uit de schamele informatie die de financiële sector geeft over beloningen kunnen we wel een duidelijk omlijnende schets samenstellen van de prestaties op basis waarvan bankmanagers werden beloond. Hiertoe benaderen we de moeilijkheidsgraad van gestelde targets door de variabele beloning (bonus) te delen op het vaste salaris. We stellen dat alle targets worden gehaald als het variabele salaris gelijk is aan het baste salaris.

Op basis van deze benadering zien we dat een bankmanager in 2005 een kans heeft van 75 procent om alle targets te halen. De kans op het halen van één target ligt dan zelfs op 100 procent. Midden in de crisis van 2008 bedraagt deze kans nog slechts 10 procent, maar de manager heeft nog altijd 20 procent kans om de helft van de gestelde targets te halen en 41 procent kans op het halen van een target. In 2010 bewegen we weer in de richting van de situatie van voor de crisis. We zien dat bankmanagers een kans van 56 procent hebben om al hun targets te halen, terwijl de kans op het halen van een target reeds op 65 procent ligt. Hierdoor lijken de targets in 2010 moeilijker haalbaar te zijn dan voor de crisis. Hebben banken dan toch iets geleerd?

Het antwoord luidt ontkennend. Voor een aanzienlijk deel van de bankmanagers geldt dat hun variabele beloning de facto gelijk is aan een vaste beloning. We zien voor de categorie managers die al hun doelen in 2009 haalden, een kans van 86 procent dat ze in 2010 opnieuw hun targets halen. Voor deze managers stellen de banken dus geen uitdagende doelen.

Wat leren we hieruit?
In de eerste plaats lijkt het variabele deel van de beloning in vele opzichten op een vaste beloning. In lijn met het idee van Wijffels zou men daarom de variabele beloning even goed kunnen afschaffen door de betrokken bedragen definitief aan het vaste deel toe te voegen. Als banken toch willen vasthouden aan variabele beloning, moeten de raden van commissarissen veel meer werk maken van targetstelling. Voor veel bankmanagers is het extreem eenvoudig hun targets te halen. Tot slot moeten het alle financiële instellingen die niet op de beurs staan genoteerd verplicht worden beloningsgegevens openbaar te maken.

Jan Bouwens is hoogleraar Accountancy en Sjoerd van Dongen is student accountancy aan de Universiteit van Tilburg.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden