Banken VS bedelen in Azië om hulp

Amerikaanse Citigroup maakt miljardenverlies bekend...

AMSTERDAM Nog maar een jaar geleden waren de Amerikaanse banken van Wall Street de geldmachines van de wereld, en maakten ze jaarlijks vele miljarden dollars winst. Nu moeten ze om te kunnen overleven met de pet rond in het Midden-Oosten en Azië. Want de Amerikaanse kredietcrisis, veroorzaakt door het massaal verstrekken van riskante hypotheken, heeft zo veel schade aangericht dat de banken elke dollar aan investeringen hard nodig hebben.

Dinsdag bereikte de kredietcrisis zijn voorlopige climax. Citigroup maakte het grootste verlies in haar bestaan bekend: 10 miljard dollar in het laatste kwartaal van 2007. Om het gapende gat te dichten heeft Citigroup het staatsfonds van Singapore bereid gevonden 6,8 miljard dollar in de bank te steken. En Merrill Lynch, een van de grootste investeringsbanken van de VS, kreeg dinsdag een financiële injectie van 6,6 miljard dollar uit onder meer Koeweit en Zuid-Korea.

De verliezen van Citigroup leidden tot massale verkopen op de aandelenbeurzen in Europa en de VS. In Amsterdam daalden de koersen met bijna 3, op Wall Street met ruim 2 procent. De beurswaarde van Citigroup is binnen een jaar gehalveerd. De bank, voor de kredietcrisis de grootste van de wereld, is inmiddels door meerdere Chinese banken voorbijgestreefd.

Europa en de VS lijken door de strooptocht naar nieuw kapitaal minder over hun banken te zeggen te hebben. Onlangs stak de oliestaat Abu Dhabi 7,5 miljard dollar in Citigroup. De derde grote aandeelhouder is de Saoedische prins Alwaleed bin Talal.

De staatsfondsen uit Singapore, China en het Midden-Oosten benadrukken evenwel dat het hun niet om macht in de westerse financiële wereld te doen is. Ze presenteren zich als keurige beleggers, die uitsluitend op zoek zijn naar een behoorlijk rendement op het geld dat zij hebben gespaard. Door de snelle economie groei en de hausse op de oliemarkt bulken veel landen in Azië en het Midden-Oosten van het geld.

Hun staatsfondsen zeggen niet onderling te zullen samenspannen en de banken niet te zullen aanzetten tot een voorkeursbehandeling voor klanten uit het Midden-Oosten. Ze beloven plechtig hun invloed niet verder uit te breiden door in het geniep extra aandelen te kopen. En ze nemen er genoegen mee dat zij – in tegenstelling tot grootaandeelhouders bij veel andere bedrijven – geen bestuurders mogen benoemen of zelf een afgevaardigde mogen sturen naar de directiekamers op Wall Street.

Want de staatsfondsen zien de bui al hangen: de overname van een Amerikaans olieconcern, Unocal, door het Chinese staatsoliebedrijf werd in 2005 verboden door Washington. In 2006 ging door het gekrakeel van senatoren een overname van de Amerikaanse havenbedrijven door een concurrent uit Dubai niet door. In beide gevallen was de politiek bang voor ongewenste invloed.

De les die de staatsfondsen daaruit trokken: als de bankendeals naar macht zouden rieken, zou het Witte Huis er binnen de kortste keren een stokje voor steken.

Maar voor de nieuwe vriendschappen in het Midden-Oosten en Azië betalen de westerse banken wel een andere prijs: de staatsfondsen worden beloond met een jaloersmakend hoog rendement, terwijl ze op hun investeringen nauwelijks risico lopen. Dat het met een verzwakte tegenpartij makkelijk onderhandelen is, hoef je ze niet uit te leggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden