Bankbiljetten

Twee ontwerpers van 'die wonderlijke visitekaartjes van onze cultuur': bankbiljetten. Vormgever Ootje Oxenaar maakte er negen. Ieder exemplaar kostte hem zo'n drie jaar werk....

Ootje Oxenaar

Verloren zit Wim in een bootje op zee. De nacht is zwart en grenzeloos. Dan ziet hij een lichtje knipperen. . . aan-uit. . . aan-uit. . . Hij grijpt zijn zaklantaarn, zijn leesbrilletje en zijn mooie ¿ 250 biljet. Driemaal één seconde aan. . . tien seconden duister. . . driemaal áán. . .: Ameland! Hij is gered! Het stond allemaal op de achterzijde van zijn bankbiljet! (uit: Wim Kok en de zeesmokkelaars).

Bankbiljetten zijn, behalve soms handig op zee, vreemd, geheimzinnig, inwisselbaar, verleidelijk en knisperig. Maar niet altijd mooi.

Begonnen in 1964, heb ik meer dan 25 jaar 't onzegbare genoegen gekend om die wonderlijke visitekaartjes van onze cultuur te ontwerpen; negen in totaal, ieder biljetje zo'n drie jaar werk. Als ik zo nu en dan eens opkeek uit mijn vlijt, werd mijn verwonderd oog getroffen door de lelijkheid van de bankbiljetten die de mensheid dagelijks laat 'vliegen', zoals de oude Chinezen dat zo treffend noemden.

Vooral die van de laatste tijd. Wat zijn ze lelijk. Voorbeeld (als ik even mag): Hundert Deutsche Mark 1991; niet om aan te zien: Clara Schumann, in de vorm van een dode vis, staart loensend naar mijn borsthaar, bedenkend dat ze op het bordpapieren vleugeltje zal moeten spelen dat op de achterzijde is gefrommeld: Lederhosen - Musik - jawohl!

Bank of England/ five pounds 1990, nog treuriger: een rommeltje vol burgermansplechtigheid, truttige plaatjes, een koningin met ijzerdraadhaar en een taartbodem als kroon, omringd door typografie van een beschonken amateur. Weg design-traditie! Weg Bauhaus! Weg Royal College! O, ik weet wel waarom ze lelijk zijn: ze werden anoniem 'ontworpen' door een groep, door een commissie, en beoordeeld door beambten.

Uitzonderlijk zijn daarentegen de huidige Zwitserse biljetten, ontworpen in de jaren '70/'80. Een perfecte serie in mijn ogen; eenvoudig, helder en met de duidelijke signatuur van een persoon, een intelligente professionele ontwerper: Ernst Hiestand.

Mooier, want origineler en persoonlijker, vind ik de nieuwste Nederlandse biljetten van Jaap Drupsteen. Dank zij een per traditie verlicht beleid van De Nederlandsche Bank (in tegenstelling tot de ons omringende landen en Amerika), is gekozen voor een inventieve, fantasievolle ontwerper die in staat bleek een sterk persoonlijke en vernieuwende vorm aan de moeilijkste aller opdrachten te kunnen geven. Ik vind ze slim en mooi, de 100 't mooist.

Mooiste biljetten dus, daar moest ik 't over hebben. Hiestand maakte er 6 en Drupsteen 2, samen 8. Zodat ik u nog kan vertellen van keizer Wu die al honderd jaar voor Christus zijn biljetten vol bloesems, nachtdromen en wellustige draken liet snijden uit de huiden van zijn witte herten.

En over een biljet van Benjamin Franklin die zelf op hèt dollar (=daalder) biljet staat. Franklin was, behalve moralist, drukker, ontwerper en uitvinder. Hij maakte rebussen op zijn papiergeld, doopte boombladeren in inkt en gebruikte de afdrukken als beveiliging tegen namaak. FIFTEEN SHILLINGS staat er in aandoenlijke klein-kapitalen op een mooi klein biljet uit 1756. En daaronder: 'TO COUNTERFEIT IS DEATH', en daaronder een amandelvormig blad, teder vertakt zoals je ze grijzig vindt in de winter op een landpad; een broos zenuwstelsel van elders.

(In het juni-nummer van Visible Language staat een intrigerend artikel van Dawn Barrett over de vroege Amerikaanse bankbiljetten. Die waren mooi!)

Eigenlijk vind ik ongeveer alle vroege bankbiljetten (zeg maar van vóór 1800) in hun soms primitieve ambachtelijkheid heel erg mooi.

Schoonheid, poëzie, magie. . . Het is 'not done' om over ontwerpen en vormgeving te praten in termen van mooi en lelijk. Maar ik houd er wel van. Het is 'not done' ook om lovend over je eigen werk te praten, maar de door mij ontworpen biljetten vind ik nog steeds best mooi als ik ze soms plotseling in een vreemde geldla samen zie liggen stralen.

Nu is mijn lijstje overvol en ik moet dus ophouden. Mag ik de volgende keer over de mooiste boeken schrijven?

Jaap Drupsteen

De vormgeving van het mondiale bankbiljet is een gebied waar de tijdgeest op velerlei punten is blijven steken.

Om het de namakers lastig te maken, worden er tegenwoordig wel nieuwe elementen toegevoegd, zoals draden, schitterende vlakjes en kleur-kanteleffecten, maar nog al te vaak glimt eveneens het in gravuretechniek uitgevoerde brillantinehaar van een nationale grootheid. Ik heb niets tegen grootheden, maar we kunnen ze best ergens anders eren en de schaarse ruimte op bankbiljetten beter benutten. Die gegraveerde portretten boden vroeger nog een zekere weerstand bij namaak. Dat is al lang niet meer zo. Bovendien blijkt de onbesproken levenswandel van grootheden niet altijd bestand tegen de tijd.

Beroepshalve heb ik inmiddels heel wat bankbiljetten gezien, en ik moet zeggen: de meeste vergeet ik ogenblikkelijk. Ze rieken naar het decreet van machthebbers en een zekere kruiperigheid van ontwerpers en drukkers. De Nederlandse bankbiljetten zijn wat dat betreft al decennia lang in gunstige zin uitzonderlijk. In mijn Top-10 is het Nederlandse bankbiljet dan ook oververtegenwoordigd. Ik heb van verschillende ontwerpers één ontwerp gekozen. Keerzijdes vind ik meestal het mooist. Tenminste als ze bomvol ornamentiek zitten. Guirlandes, op hol geslagen hekwerken, guilloches (onontwarbare lijnstructuren) en waardecijfers. Ik heb bij de keuze dankbaar gebruik gemaakt van het boek Het Nederlandse bankbiljet en zijn vormgeving van dr J. Bolten.

De dollar mag niet ontbreken. De standaard. Een ongehoord verschijnsel eigenlijk. Een nauwelijks veranderd beeld uit de vorige eeuw, dat nog steeds intensief gebruikt wordt over de hele wereld. Goed voor nummer 10.

N. van der Waay, één ontwerp voor ¿ 1000, ¿ 100, et cetera, 1924. Pre-rafaelitische opstelling van een peinzende dame voor een schotje, met daarachter een zonsopgang waarin kunstig een plant is verweven. De dame is het bekende model Grietje Seel, die hier vermoedelijk de Nederlandse Maagd personifieert. Classicisme dat nu lijkt op kitsch, maar ik mag er graag naar kijken. Nummer 9.

Ik heb een zwak voor het (oude?) 200 Franse Franc biljet. Overdadig vol met behangselfrutsels in vermoeide oranje-gelige tinten. Het werk van een onbehouwen sierkunstenaar. Nummer 8.

J.J.B. Sleper, ¿ 25 (Salomo). Het enige gerealiseerde ontwerp van Sleper, die nogal vasthield aan het religieus-inhoudelijke van z'n werk. Dat gaf problemen met bank en drukker. De voorzijde is erg dof van kleur, maar zit wel goed in elkaar. Ik heb iets jeugdsentimenteels, doch ongrijpbaars met die keerzijde. Vandaar nummer 7.

F.G. Wagner jr, ¿ 100, ¿ 300, ¿ 200, ¿ 1000, uit 1860. De voorzijde is niet bijzonder, een krullerig hekwerk in reliëf met medaillon, maar de keerzijde bevat een mooi gegraveerd guilloche rondom het getal 1000. De tekst met het dreigement aan de namaker ligt er elegant overheengebogen. Nummer 6.

H. Nüsser naar J.H. Morriën 1860. Eén ontwerp van ¿ 60, ¿ 40, ¿ 25. Eenvoudig en symmetrisch met een uitbundige hekwerkversiering rondom. Vooral de guilloches in irisdruk maken 'm bijzonder. Bovenin een wapen met een in z'n vuistje lachende Nederlandse leeuw, die opvallende gelijkenis vertoont met Johnny Lion. Nummer 5.

C.A. Lion Cachet, ¿ 10 (grijsaard), 1933. Vreemd eigenlijk. Ik hou er nooit zo van op het eerste gezicht, maar bij nadere beschouwing is het werk van Lion Cachet - zij het dan van een taaie symmetrie - altijd krachtig en evenwichtig. Somber, doch mooi van kleur. Zo wordt ie toch nummer 4.

W.J. Roozendaal, ¿ 25, Flora, 1947. Vooral de keerzijde. Een poëtisch ontwerp met waterlelies en een vis. De uitvoering heeft helaas nogal geleden onder de weerzin die dit onzakelijke ontwerp opwekte bij de drukker, maar het blijft een bijzonder biljet. Nummer 3.

J. Jongert, ¿ 50, Minerva, 1930. Een bijzonder biljet. Kort en hoog als een tv-formaat. Een stevig ontworpen gestileerde kop in een grote reliëfgravure. Het watermerk gloeit in het centrum. Nummer 2.

R.D.E. Oxenaar en J.J. Kruyt, ¿ 50, Zonnebloem. Het topstuk uit de serie van mijn voorganger. Kijk zelf maar. Nummer 1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden