Bank moet onkreukbaar zijn

Vanaf dag één is een zaak duidelijk: doping is taboe. Een schoon imago is voor een bank veel te belangrijk.

Dopingaffaires Rabo

1999 Erik Dekker krijgt een startverbod voor het wk. zijn hematocrietwaarde is te hoog.

2005 Rory Sutherland wordt betrapt op het gebruik van chlomiphene.

2005 bij Marc Lotz wordt epo gevonden, hij is dat seizoen net overgestapt van rabobank naar quickstep.

2007 Michael Rasmussen wordt uit de tour gehaald omdat hij gelogen heeft over zijn whereabouts. hij draagt op dat moment de gele trui.

2008 Bernard Kohl, ooit lid van de opleidingsploeg, getuigt dat renners bij rabobank de vrijheid hebben om dope te gebruiken.

2009 de naam van Denis Mentsjov duikt op in een schandaal rond humanplasma. ook michael boogerd zou daar klant zijn geweest.

2012 uit een onderzoek van de volkskrant blijkt dat doping werd getolereerd bij rabobank.

2012 Levi Leipheimer getuigt onder ede dat er bij rabo sprake is van een dopingprogramma

2012 Carlos Barredo geschorst vanwege schommelende bloedwaarden.

De 'meest Hollandse' bank besloot in 1995 aan de meest Hollandse sport doen. Fietsen dus. De woorden konden op 6 september van dat jaar worden opgetekend uit de mond van Herman Wijffels. Hij was destijds president-directeur van de Rabobank.


Naast hem, op die persconferentie in Utrecht, zat een dubbelganger. Dat was Jan Raas. Ze leken niet alleen op elkaar, ze hadden dezelfde Zeeuwse achtergrond en ze waren slim genoeg om te beseffen samen aan een spraakmakend avontuur te beginnen.


Van de een op de andere dag stortte de Rabobank zich met zijn volle gewicht op het wielrennen. Zeventien jaar lang, te beginnen in 1996, zou Rabobank de kraam- en de toonkamer van de Nederlandse wielersport zijn. En nu gaan opeens de rolluiken toe.


Halverwege die jaren negentig zat het Nederlandse wielrennen in een ongelooflijk diep dal. Prestaties lieten te wensen over en datzelfde gold misschien nog wel meer voor de financiën. Jan Raas was in 1995 in de marge beland met een ploeg die de naam droeg van softwarebedrijf Novell. Een jaar later wilde het bedrijf ermee stoppen, en Raas was ten einde raad.


Maar de Zeeuwse kennissenkring bracht redding. Het is niet alleen de geboortegrond van Raas en Wijffels, maar ook van David Luteijn. Hij gaf destijds leiding aan de raad van beheer van de Rabobank en hij legde het contact tussen Raas en Wijffels.


Uit de biografie Op z'n Raas blijkt dat doping het eerste gespreksonderwerp was. Jan Raas is niet de eerste ploegleider die een beroep doet op Wijffels. Maar de onkreukbaarheid van banken is eind vorige eeuw nog onbesproken en de Rabobank wil zijn imago van zuinigheid en vlijt niet zomaar op het spel zetten. Wel wil de bank zijn wat belegen imago, verankerd in de oorsprong van boerenleenbank, opgepept hebben.


Gedurende het gesprek rijpt een concept dat veel verder reikt dan naamsbekendheid. Die invalshoek tilt de onderhandelingen naar een niveau waarin geld geen probleem is. De bank wil zich diep en breed in het wielrennen wortelen. De bedoeling is zich ten minste vijf jaar aan het wielrennen te verbinden, zodat binnen het eigen verband ook het Nederlands talent kan worden ontwikkeld.


Wielrennen als breedtesport kan mooi gestalte krijgen in activiteiten die de afzonderlijke vestigingen ontwikkelen. Het is een voor die tijd bijzonder concept: voor het eerst is de sport niet afhankelijk van een toevallig langsfietsende geldschieter, maar onderdeel van een bedrijfsfilosofie.


Eén verantwoorde uitgave van het geld is wel een probleem voor Rabo en dat probleem heet doping. Er is namelijk een kentering merkbaar in de opvatting over dopinggebruik. Tot de jaren negentig werden positieve testen beschouwd als een bedrijfsongeval. Maar het publiek neemt daarmee steeds minder genoegen.


Intern groeit ook de wrevel over het gebruik van epo, een middel dat zichtbaar effect heeft. In Raas' voordeel spreekt dat relatief weinig renners van hem tegen de lamp zijn gelopen en misschien ook wel dat zijn ploeg zo'n marginale rol speelt.


Zo doet Rabobank in 1996 dus zijn intrede in het peloton. Het nieuwe logo op het shirt staat voor het opgefriste imago van de bank. De nationaal getinte kleuren drukken een algemeen belang uit.


Raas geeft de directe leiding uit handen. Hij wordt lid van de directie, Theo de Rooij en Adri van Houwelingen zijn de ploegleiders. De Belgische arts Geert Leinders krijgt in de directie zeggenschap over medische zaken. Leinders' invloed zal later toenemen. Zijn opvatting over doping zou je genuanceerd kunnen noemen.


Van de Nederlandse renners kan nog niet veel verwacht worden en dus mikt Raas in eerste instantie op ervaring uit het buitenland. De Deen Rolf Sörensen is de bekendste nieuwkomer. Erik Breukink, de vaandeldrager van een generatie, wordt gecontracteerd in de rol van mentor.


Andere nieuwe namen: de Belg Johan Bruyneel en de Rus Viatsjeslav Ekimov. Zij zouden ruim tien jaar later de discutabele steun en toeverlaat worden van Lance Armstrong, de een als ploegleider en de ander als collega. In de Tour de France van 1996 valt Bruyneel in een ravijn. Herman Wijffels, die dag te gast in de auto van de ploegleider, hijst hem er uit.


Die eerste Tour verloopt verrassend goed. Vanaf de start in Den Bosch vliegen de renners erin, met name de Nederlanders. Michael Boogerd, overgenomen uit de inventaris van Novell, wint de zesde etappe dankzij een ontsnapping in de laatste kilometer.


Boogerd werpt zich dankzij zijn zege onverwacht op als het gezicht van de Rabobank, zowel van de sponsor als van de ploeg. De lach waarmee hij in Aix-les-Bains de finish passeert, fleurt in bordkarton de filialen op.


Misschien moet de conclusie wel zijn dat de Raboploeg in dat eerste jaar het meest aan de eigen verwachtingen beantwoordt. De aanvallende manier van rijden past in het beeld van een ondernemende bank en de successen zijn onverwacht groot.


Daarna loopt Rabo vaak klem tussen verwachtingen en tegenvallende resultaten. Neem Michael Boogerd. Hij wint in 1999 de Amstel Gold Race en drie jaar later een zware bergrit in de Tour. Hartstikke knap, maar hij heeft ook de illusie een vooraanstaand klassementsrenner te zijn. Al reikt zijn talent zo ver niet.


De eigen opleiding levert lang te weinig op. Wie in de jeugdcategorie nog een onweerstaanbaar talent lijkt, valt bij de profs door de mand. Karsten Kroon en Pieter Weening winnen beiden een Touretappe, maar de doorbraak blijft uit. Weenings etappezege in 2005 betekende meteen de laatste Nederlander die deze prestatie in de Tour de France leverde.


Thomas Dekker, de volgende in de reeks, lijkt wel gemaakt voor de echte top. Hij kan klimmen én tijdrijden, maar wordt in 2008 uit de ploeg gezet. Afwijkende waarden in zijn bloed duiden op dopinggebruik, dat een jaar later ook wordt bewezen.


De maatregel past in de nieuwe start die Rabobank zichzelf gunt. Ruim tien jaar na dato is het Raboplan alleen nog maar een voornemen. De ontwikkeling van Nederlands talent is ondergeschikt aan buitenlands succes op de korte termijn.


Achtereenvolgens maken de Amerikaan Leipheimer, de Rus Mentsjov en de Deen Rasmussen hun opwachting. Alleen Mentsjov beantwoordt aan de verwachtingen met zeges in de Ronden van Italië en Spanje. Maar het wordt steeds aannemelijker dat dat niet vanzelf is gegaan.


Rasmussen ging al aan de schandpaal toen hij in de Tour van 2007 op weg was naar de eindzege en door de ploegleiding van de weg werd geplukt. Leipheimer verklaarde vorige week in het onderzoek naar de praktijken van Armstrong dat hij (en hij niet alleen) in zijn tijd bij Rabo evenmin brandschoon was. Daarvoor werd ook al de naam van Boogerd in verband gebracht met een dopingnetwerk in Wenen.


Wie in 2012 terugkijkt op zeventien jaar Rabo ziet een schip dat al snel water maakt. Tien jaar geleden werd de kapitein overboord gezet. Officieel functioneert Jan Raas niet langer, officieus kan hij zich niet verenigen met de jacht op instant succes en de risico's die daarmee gepaard gaan.


Ironisch genoeg functioneerde Raboploeg de laatste vijf jaar zoals destijds afgesproken. Daartoe wordt onder meer afscheid genomen van Geert Leinders, al was het maar om elke suggestie van doping te mijden.


Zelf opgeleid talent krijgt de tijd te rijpen en zich te bewijzen. De resultaten vallen tot nu toe enigszins tegen, maar ze dragen nog altijd de belofte in zich van betere tijden. Het speelveld wordt in 2012 bovendien verbreed naar de mountainbikers en de vrouwen. Daarmee ontfermt de bank zich over het complete spectrum.


En nu gaan de rolluiken neer. Wat in 17 jaar de allure van een goed doel had gekregen, blijkt uiteindelijk toch een zakelijke deal. Zoals Herman Wijffels al in 1996 zei over de sponsoring van Jan Raas: 'Het is geen altruïsme.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden