`Bangladesh staat dicht bij Europa¿

Het gaat goed met Bangladesh, verrassend goed. Het vroegere 'hopeloos geval' (een basket case, in de woorden van Henry Kissinger) lijkt na decennia van armoede, natuurrampen en politieke chaos serieus werk te maken van de idealen waarmee het land zich veertig jaar geleden, in de bevrijdingsoorlog volgend op de verkiezingen van 7 december 1970, onttrok aan de Pakistaanse overheersing. Zich beroepend op die idealen - secularisme, democratie en verheffing van de arme volksmassa's - riep het land de onafhankelijkheid uit.


De stabiliteit is terug, constateert Dipu Moni, minister van Buitenlandse Zaken, een kleine, zacht sprekende vrouw in een kleurige sari. 'Dat is wat de kiezers wilden, en ze hebben het gekregen. De mensen verwerpen de repressie, het terrorisme, de krachten die zich keren tegen de idealen van de bevrijdingsbeweging van 1971. Dat maakt onze verantwoordelijkheid groot, we mogen de verwachtingen niet beschamen. Tot nu toe hebben we dat niet gedaan. De landbouwproductie is gestegen, er zijn banen gecreëerd. Er is meer openheid. We tolereren geen fundamentalisme meer.'


De Awami Liga is een seculiere partij, Bangladesh een seculier land, u hecht sterk aan de seculiere traditie. Tegelijk is Bangladesh een van de grootste moslimlanden ter wereld. Het is lid van de organisatie van islamitische landen, de OIC. Zit daar niet een zekere spanning?


'Nee. De OIC is een overlegorgaan van moslimlanden, meer niet. De meerderheid van de Bengalezen is moslim, en tegelijk zijn we geboren uit de overtuiging dat we een seculier, democratisch land zijn. Ik geloof niet dat daar op welke manier dan ook een conflict is, geen enkel. Islam en democratie sluiten elkaar niet wederzijds uit.


'Het soort islam dat we praktiseren is een soefi-islam, niet het militante soort islam dat op andere plekken in de wereld bestaat. Militantisme is géén deel van de islam. Dat is een religie van vrede en tolerantie, die spreekt over vreedzaam naast elkaar leven, over elkaar helpen, over goed zijn voor elkaar.


'Bangladesh is er altijd trots op geweest een inclusief land te zijn. Het staatshoofd is niet de beschermer van het islamitisch geloof. De regering zamelt geen belasting in voor welke religie dan ook. Het wapen van Bangladesh heeft een waterlelie, ons volkslied bezingt Moeder Bengalen, ik zie daar geen spoor van de islam in. De belangrijkste feestdagen van de vier religies in Bangladesh - islam, hindoeïsme, boeddhisme en christendom - zijn nationale feestdagen. Kerstmis is een feestdag voor iedereen, net als de geboortedag van Krishna. Geen ander land in de wereld heeft dat. Wij zijn op de eerste plaats Bengalezen, en dan pas christenen, moslims, boeddhisten of hindoes.'


Sommige landen, zoals Iran, mobiliseren hun islamitische identiteit voor politieke doeleinden.


'Dat zijn marginale types. Ook sommige Europese landen hebben het over hun christelijke erfenis. Dat is een anachronisme. Het idee van Europa stoelt op progressieve waarden: mensenrechten, democratie. Dat is precies waarnaar ook wij streven. Bangladesh staat veel dichter bij Europa dan bij andere delen van de wereld.'


Bangladesh gaat er prat op deel te nemen in internationale fora. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken ziet Bangladesh als 'een gematigde kracht' op het wereldtoneel, meldt het State Department. De Amerikanen geven hoog op van de 'acties ter bevordering van mensenrechten, democratie en vrije markten'. Bangladesh is een van de grootste leveranciers van troepen voor vredesmachten. In maart sloot het zich aan bij het Internationaal Strafhof.


'Het is vanzelfsprekend', zegt Moni, 'dat wij, als een land dat zich heeft bevrijd van tirannie, deze rol spelen. Onze daden weerspiegelen de idealen waarin we geloven.'


Als vrouwelijke minister belichaamt Dipu Moni een ander aspect van de seculiere idealen: verbetering van de positie van de vrouwen. Daarmee boekt Bangladesh opmerkelijke vooruitgang. Vrouwen maken op grote schaal gebruik van microkrediet. Een paar miljoen vrouwen zijn aan het beperkte dorpsleven ontsnapt en werken in de textielindustrie. Meisjes rukken op in het onderwijs, dankzij actief overheidsbeleid. Het progressieve vrouwenbeleid begon kort na de VN-vrouwentop te Peking, in 1995, toen de Awami Liga voor vijf jaar aan de macht kwam.


'In die vijf jaar, 1996-2001, begon de omwenteling in Bangladesh. Veel van de dingen die nu met vrouwen gebeuren, zijn toen begonnen. We legden in een wet vast dat van de zetels in lokale raden 30 procent bestemd is voor vrouwen. Van het ene moment op het andere namen 45 duizend vrouwen deel aan de verkiezingen, 12.500 werden er gekozen. Dat was fenomenaal. Een keerpunt.


'Vrouwen kwamen overal terecht in die vijf jaar. Ze werden voor het eerst benoemd als ambassadeur, als rechter in het Hooggerechtshof, als generaal, overal doken ze op.'


Na de door de Awami Liga verloren verkiezingen van 2001, zegt ze, volgden enkele jaren van repressie, geweld en fundamentalistisch activisme. 'Daar hebben wij paal en perk aan gesteld.'


Wat heeft u gedaan om het fundamentalisme aan te pakken?


'Om te beginnen steunt de regering het niet langer, dat is al heel wat. Voorheen werd veel van het extremisme aangemoedigd door de regering. Dat is nu totaal afgelopen. We hebben groepen aangepakt die banden hadden met organisaties die in het buitenland verboden zijn. Bovendien zijn we begonnen met het vervolgen van oorlogsmisdaden.'


Met dat laatste verwijst Dipu Moni naar een episode die buiten Bangladesh nooit veel aandacht kreeg: de genocide van 1971. Volgens de officiële schatting werden drie miljoen Bengalezen vermoord door het Pakistaanse leger en zijn lokale bondgenoten. Honderdduizenden vrouwen werden verkracht. De Jamaat-i-Islami stond aan de kant van de West-Pakistanen. De huidige leiding van de Jamaat bestaat deels uit vroegere 'collaborateurs'.


De Awami Liga, de partij die Bangladesh zijn onafhankelijkheid bracht, vervult een lang gekoesterde wens met de oprichting, onlangs, van een tribunaal voor oorlogsmisdaden, dat de belangrijkste collaborateurs gaat berechten.


'We weten dat het moeilijk en pijnlijk zal worden', zegt Moni. 'Maar de natie moet hierdoorheen. Met straffeloosheid geen rechtsstaat, en zonder rechtsstaat betekent democratie niet veel. Niemand kan verder met zo'n bagage, we moeten dit hoofdstuk kunnen afsluiten. De slachtoffers moet recht worden gedaan. We willen de wonden genezen die we veertig jaar lang mee hebben gedragen, níét nieuwe wonden creëren.'


Er wordt gesproken over het herstellen van de seculiere grondwet van 1972. Die bevatte een verbod op religieuze partijen. Komt er weer zo'n verbod?


Het is in handen van het parlement. Het is méér dan het herinvoeren van de oude grondwet. Het gaat om terugkeren naar de idealen van 1972, en die aanpassen aan de 21ste eeuw. Een verbod van religieuze partijen, daar beslist het parlement over. Ik kan er niet op speculeren.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden