Bangladesh klaagt eindelijk daders aan van genocide 1971

AMSTERDAM Een nieuw tribunaal voor oorlogsmisdrijven in Bangladesh heeft maandag de eerste vier aanklachten uitgevaardigd. Vier leiders van de fundamentalistische partij Jamaat-i-Islami worden verdacht van misdrijven tegen de menselijkheid....

De aanklachten zijn een uitvloeisel van de bevrijdingsoorlog van 1971, toen Oost-Pakistan zich van West-Pakistan afscheidde en Bangladesh vormde. Het wrede optreden van het Pakistaanse leger kostte volgens officiële cijfers aan drie miljoen Bengalezen het leven. ‘Vermoord er drie miljoen en de rest zal uit onze hand eten’, had de Pakistaanse president Yahya Khan gezegd op de vergadering waar Operatie Zoeklicht werd voorbereid. Het werd een van de vijf grootste genociden van de twintigste eeuw, tevens een van de minst bekende.

De Bengalezen die met de Pakistanen samenwerkten, behoorden veelal tot paramilitaire mantelorganisaties van de Jamaat-i-Islami. Hun collaboratie is hun al die tijd nagedragen, maar tot vervolging kwam het om politieke redenen nooit. Diverse keren was de kleine Jamaat nodig als partner in een coalitieregering. Wanneer de seculiere Awami Liga aan de macht was, ontbeerde die de tweederde meerderheid die nodig was om de juridische beletselen voor vervolging op te ruimen.

Anderhalf jaar geleden kreeg de Awami Liga die meerderheid echter wel. Premier Sheikh Hasina deed haar verkiezingsbelofte gestand en maakte werk van het nooit verwerkte nationale trauma. In maart dit jaar begon het speciale tribunaal voor oorlogsmisdrijven zijn werk.

Op de officiële lijst met mogelijke verdachten, opgesteld door een onderzoekscommissie, staan veertig namen. De verwachting is dat spoedig meer arrestaties zullen volgen. De vier eerste arrestanten behoren tot de top van de Jamaat-i-Islami.

Een van de vier, secretaris-generaal Muhammad Kamaruzzaman, wees twee jaar geleden tegenover de Volkskrant de aantijgingen als ‘politieke chantage’ van de hand. Volgens hem was al in 1974 in een verdrag tussen Pakistan, India en Bangladesh een streep onder alle strafzaken gezet. ‘Het is een dode kwestie.’

Ook de partijleider, Matiur Rahman Nizami, behoort tot de vier verdachten. Volgens het particuliere War Crimes Fact Finding Committee zaten Nizami en Kamaruzzaman in de leiding van de militie Al-Badr, die vlak voor de Pakistaanse capitulatie huishield onder intellectuelen. ‘Zonder precedent’, zo schrijft het comité, ‘is de beestachtige manier waarop deze bloeddorstige kliek, geleid door Nizami, Kamaruzzaman en anderen, de beste zonen van onze natie heeft vermoord aan de vooravond van de nederlaag van het Pakistaanse leger.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden