Bangladesh brengt moslimleider ter dood

Bangladesh heeft een zaterdag een prominent figuur van de Islamistische partijtop geëxecuteerd. De 63-jarige mediatycoon Mir Quasem Ali is opgehangen vanwege misdaden die hij begaan heeft tijdens de onafhankelijkheidsoorlog van Pakistan in 1971, aldus de minister van justitie.

Mir Quasem Ali in 2014, na zijn veroordeling Beeld epa

Dinsdag verwierp de hoogste rechtbank in het land het hoger beroep tegen de doodstraf. Quasem Ali was een belangrijke geldschieter van de Jamaat-e-Islamipartij, de een omstreden rol speelde tijdens de onafhankelijkheidsoorlog. Hij is geëxecuteerd in de Kashimpurgevangenis net buiten de hoofdstad, voor moord, opsluiting, marteling en het aanzetten tot religieuze haat tijdens de oorlog.

De executie vond plaats terwijl het land, dat een moslimmeerderheid huisvest, geteisterd wordt door aanslagen door extremistische militanten. De dodelijkste daarvan vond plaats in juli. Zeven gewapende mannen vielen in een dure wijk van Dhaka een bij buitenlanders populair restaurant binnen en hielden de bezoekers urenlang in gijzeling. Ze doodden uiteindelijk twintig bezoekers en twee politiemensen. Bij de bestorming van het pand werden zes gijzelnemers gedood. De zevende dader werd opgepakt en vastgezet.

Wortels van terrorisme

De wortels van het terrorisme liggen volgens analisten vooral in het extreem gepolariseerde politieke klimaat waarin regering en oppositie steeds scherper tegenover elkaar staan. De politiek staat al jaren in het teken van een verlammende vete tussen twee grote partijen, Awami League en Bangladesh National Party, met twee vrouwelijke leiders, Sheikh Hasina en Khaleda Zia, die om beurten aan de macht zijn en elkaars bloed wel kunnen drinken.

De zaak escaleerde in 2013 toen de regering-Hasina, in 2008 na een grote verkiezingszege aan de macht gekomen, met steun van een seculiere jongerenbeweging, de islamistische oppositiepartij Jamaat-e-Islami verbood en de leiders ging vervolgen wegens oorlogsmisdaden begaan tijdens de onafhankelijkheidsoorlog tegen Pakistan in 1971. De islamisten reageerden door massaal de straat op te gaan en invoering van de sharia te eisen.

De regering sloeg terug door de oorlog te verklaren aan elke vorm van oppositie. Met democratie en rechtsstaat als eerste slachtoffer. Oppositieleiders en journalisten worden opgepakt met verzonnen aanklachten wegens laster, opruiing of landverraad. En blijkens een recent rapport van de International Crisis Group maken veiligheidsdiensten en paramilitairen zich op grote schaal schuldig aan marteling, verdwijning, moord en andere mensenrechtenschendingen.

Analyse

Bangladesh kampt al drie jaar met extremistische aanslagen. De autocratische regering speelt daarbij een ambivalente rol. 'Premier Hasina biedt het land op een presenteerblaadje aan de extremisten aan.' (+)

Familie van Quasem Ali arriveert voor de executie Beeld afp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.