Column

Bang voor Thomas Mann

Boekenweek

Meer dan 1.300 pagina's. Arjan Peters liet zich intimideren door de omvang van het magnum opus van Thomas Mann, dat pas nu een Nederlandse vertaling kreeg.

Deze week werd Jozef en zijn broers (1933-1943) van Thomas Mann ten doop gehouden. De eerste complete Nederlandse vertaling, ruim dertienhonderd pagina's in een kleine letter, van Manns vierdelige hervertelling van het Jozefverhaal uit het Bijbelboek Genesis.

De Wereldbibliotheek is de trotse uitgever, de vertaler heet Thijs Pollmann, en hij werd bijgestaan door een redactieraad. Allemaal omstandigheden die indruk maken.

Jozef en zijn broers heet Manns magnum opus te zijn. Nooit een letter van gelezen. Het boek is van een intimiderende omvang. Aanvankelijk heb ik er zelfs het cellofaan omheen laten zitten. Ik durfde nog niet.

Ook het hoofd op het achterplat boezemt angst in. We zien Thomas Mann in 1937. Toen had hij nog een deel te gaan, maar daar al kijkt hij je aan met een geringschattende blik. Je hebt mijn meesterwerk in je tengels, lijkt hij te denken, maar dat betekent dat het aan jou is, luie donder, om dit ding geheel en al te savoureren. Zonder dus een paginaatje of hoofdstuk, of de helft over te slaan, omdat je het wel gelooft allemaal.

Als het van jou had moeten komen, drukt het hoofd van Thomas Mann uit, dan hadden we Jozef en zijn broers op onze buik kunnen schrijven.

Beeld Hilde Harshagen en Antonia Hrastar

Pure angst beving mij. Ik bladerde vast wat, drapeerde het blinkend-blauwe leeslint tussen de pagina's 626 en 627, maar besefte direct dat ik me als een kale opsnijder gedroeg.

Welja, jij wil de huisgenoten en visite, en jezelf, wijsmaken dat je al op de helft bent van Jozef en zijn broers?

En toen ontdekte ik een laatste uitvlucht. Het nawoord! Vanaf pagina 1329 vertellen redactieraadleden Henri Bloemen en Theo Kramer over Manns bedoelingen en over deze vertaling. Hij heeft niet één woord van dit boek geschreven, opperen zij filosofisch, want Mann schreef Joseph und seine Brüder, en wel in een zo moeilijk Duits dat een goede vertaler er iets ánders mee doet. 'Net door dat verschil kan de vertaling een soort voortzetting van het origineel zijn.'

Een mooi uitgangspunt. Maar ik vroeg mij ook af of er een grens aan de vrijheid zit. In het vertaalblad Filter las ik laatst over het Poesjkin-gedicht 'Over een tabaksnuivende schone'. Vertaler Hans Boland maakte daar in 2002 van: 'een door de Gratiën en Amor met de VUT gestuurde schone die de zestig gepasseerd is'. Poesjkin stierf, u weet dat, in 1837.

Bolands adagium is: je moet níet vertalen wat er staat. Klinkt alweer mooi. Maar dan kun je ook die laatste stap zetten, de vertaling gewoon overslaan, en zelf iets scheppen.

Alleen zouden we dan nóg geen Thomas Mann-vertaling hebben.

Zo had ik mij, druk in gesprek met mijzelf, ongemerkt aan de leesplicht onttrokken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.