Bang voor miljardste meters

Onderzoekers in de nanotechnologie beginnen zich zorgen te maken over de angsten bij het publiek voor hun werk aan superkleine kunstmatige structuren en machientjes....

Prof. dr. Hans Mooij, hoogleraar nanofysica in Delft, houdt zijn hart vast voor het moment dat Prey! wordt verfilmd, de nieuwste bestseller van Michael Crichton. Hij las eerder dit jaar Crichtons verhaal over virusachtige robots die uit een lab in Nevada ontsnappen en razendsnel evolueren tot moorddadige zwermen die hun schepper dreigen te elimineren. Hij besefte: dit kan behoorlijk mislopen.

Niet dat Mooij, een kopstuk in het onderzoek naar piepkleine componenten voor quantumcomputers, een moment denkt dat zoiets echt kan gebeuren. Het is science fiction, een extreme fantasie. 'Maar als dit de angstbeelden zijn waarmee de echte nanotechnologie wordt omgeven, mogen we die niet negeren', zegt de Delftse hoogleraar.

En dus gaat Mooij zijn collega's van Nanonet binnenkort om de tafel roepen, het consortium van negen Nederlandse onderzoeksgroepen op het gebied van nanotechnologie. Om te praten over de vraag hoe ze een publiek wantrouwen vóór kunnen blijven. Ook al bouwen ze geen robotjes, maar maken ze, dankzij steeds verfijndere technieken om atomen en moleculen te manipuleren, superdunne laagjes, quantumelektronica, optische schakelingen.

Mooij: 'Er zijn parallellen met de weerstand tegen gentechnologie. We moeten niet de fout maken te denken dat irreële bezwaren er dus niet toe doen.'

Donkere wolken lijken zich samen te pakken voor de nanotechnologie, het vakgebied dat functionele structuren probeert te maken die niet groter zijn dan een duizendste millimeter (een nanometer is een miljardste meter).

Al meer dan een decennium doen verhalen de ronde over robotjes van virus-formaat, die ooit van binnenuit het menselijke lichaam kunnen diagnosticeren en repareren. Van slimme kunstmatige materialen, mogelijk atoom voor atoom opgebouwd. Van supersnelle quantumcomputers. Energiezuinige processen.

Allemaal mooi en aardig, werpt een steeds luidruchtiger groep sceptici tegen, maar weten de nanotechnologen eigenlijk wel wat de risico's van hun bezigheden zijn? De structuren die ze maken hebben goeddeels onbekende, en wellicht dus gevaarlijke fysische eigenschappen. Zijn ze giftig? Veroorzaken ze kanker? Hoe zijn ze op te ruimen? En wie zegt dat niet ooit de nanorobotjes inderdaad aan de haal gaan?

Ruim een jaar geleden bepleitte de Canadese milieugroep ETC, tot dat moment vooral actief tegen genetisch gemanipuleerde gewassen van Monsanto, zelfs een wereldwijd moratorium op het onderzoek in de nanotechnologie. Tot beter was nagedacht over de risico's. Nota bene de Britse prins Charles waarschuwde eerder deze zomer dat nanotechnologen niet moeten proberen Gods schepping nog eens over te doen.

Vorige week publiceerde Greenpeace een uitgebreide studie door Britse experts van Imperial College in Londen naar de impact van nieuwe technologieën, waaronder nanotech. En deze week maandag lag er opnieuw een rapport, ditmaal van de Britse sociaal-economische research council ESRC en de universiteit van Sheffield, over de maatschappelijke kanten van nanotechnologie.

Beide rapporten doen een poging om feiten en fictie uit elkaar te halen. Nanotechnologie staat nog in de kinderschoenen, daarover is iedereen het eens. Zelfs Greenpeace noemt het verhaal over de grijze smurrie (grey goo) van zelfreplicerende nanomachines irreëel.

'Dat verhaal leidt af van de echte risico's', zei hoofdwetenschapper van Greenpeace UK, Douglas Parr, afgelopen weekend in New Scientist.

Waarmee Parr bedoelt dat in steeds meer producten, van zonnecrême's tot geneesmiddelen, deeltjes van nanometers worden toegepast. 'Zonder dat iemand precies weet wat de effecten op gezondheid en milieu zijn. Wat dat betreft worden de fouten weer herhaald die we eerder met DDT en PCB's maakten.'

'De huidige ophef is waarschijnlijk het eerste voorbeeld van een tegenbeweging nog voordat een technologie bestaat', schrijft iets gematigder de ESRC, dat vooral een verkenning is van de argumenten van de tegenstanders. Gezondheid en milieu zijn punten van zorg. Maar ook de vraag wie er eigenlijk van de ontwikkelingen profiteert en wie niet.

Dat laatste, constateerde het weekblad Nature vorige week in een reportage over de tegenstanders van nanotechnologie, sluit nauwer aan bij de gedachtenwereld van veel tegenstanders van gentechnologie dan nanotechnologen lief is.

In Nederland is het tot nog toe stil gebleven, melden betrokken onderzoekers desgevraagd. In Groningen heeft bijvoorbeeld chemicus prof. dr. Ben Feringa, een paar jaar geleden de maker van de eerste moleculaire nano-motor, eigenlijk nog nooit argwanende vragen gehad. 'Misschien komt het nog, maar ik ben een optimist. Tegen de tijd dat we zo slim zijn om echte nanobots te kweken, weten we ook wel hoe we ze in de hand moeten houden.'

Mooij in Delft, intussen, hoopt er maar het beste van, de komende tijd. 'Ik denk wel eens: dit krijg je er nou van. Eerst doen alsof je met nanotech alles kunt, dan moet je niet verbaasd zijn als mensen dat eng beginnen te vinden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden