Bang voor het geboefte

Wie zegt dat het vroeger veiliger was, heeft gelijk. De criminaliteitscijfers dalen de laatste jaren weliswaar, maar vergeleken met de jaren zestig en zeventig zijn ze nog altijd torenhoog.

'Over de hele linie van de high-impactcrimes zie je de cijfers de goede kant op gaan', juichte Ivo Opstelten op Prinsjesdag in zijn nieuwsbrief. 'Delicten als overvallen en straatroof, waar burgers en ondernemers veel last van hebben, nemen zichtbaar af. Overvallen zelfs al vier jaar op rij. En in de eerste zeven maanden van dit jaar opnieuw 17 procent minder dan vorig jaar!' Je ziet de minister van Veiligheid en Justitie nog net geen vreugdesprong maken.


Het is inmiddels een bekend geluid. Of het nou bewindspersonen of politiecommissarissen zijn: ze vertellen ons de laatste jaren keer op keer dat het de goede kant op gaat met de misdaadcijfers. Als we de berichten mogen geloven stromen de gevangenissen harder leeg dan de schatkist. Maar, klinkt dan vaak de verzuchting, het gevoel van onveiligheid blijft hoog . Het beeld dat beklijft: er is amper iets over om bang voor te zijn, maar de angst voor het geboefte blijft doorzeuren, als een erwt dwars door de stapel matrassen heen.


Zo schreef NRC-columnist Frits Abrahams twee jaar geleden dat een bepaald rapport nauwelijks media-aandacht kreeg omdat de centrale boodschap ervan was dat Nederland veilig is. 'Nederland is een onveilig land, dát willen we lezen voor we ons fluitend op straat begeven om vermoedelijk onbedreigd een ommetje te maken.' De teneur: het valt reuze mee allemaal. Terugverlangen naar vroeger is misplaatste nostalgie.


Anderzijds pleiten conservatieven - zeker sinds Pim Fortuyn het debat over veiligheid openbrak - juist voor een herwaardering van de jaren vijftig, toen de Nederlandse polder een oase van rust zou zijn, met dank aan het gezag. O gelukkig land, waar de fiets niet op slot hoefde en de touwtjes om de deur te openen gewoon uit de brievenbussen hingen.


Dus hoe zit het nu eigenlijk: was het vroeger écht veiliger, of is dat een valse illusie?


Geweld

Het rottige is dat je op verschillende manieren kunt bepalen wat veiligheid is. Hebben we het over de officiële cijfers van meldingen en aangiften bij de politie? Of over de resultaten van slachtofferenquêtes, waarin mensen antwoord geven op de vraag of zij in het afgelopen jaar het slachtoffer zijn geworden van criminaliteit, en zo ja, wat voor criminaliteit? Als je dat laatste doet, kom je ook achter de delicten waarvan mensen niet de moeite nemen om er aangifte van te doen, en dat - zullen we zo zien - blijken er behoorlijk veel te zijn. Bovendien kun je in één moeite door allerlei vragen stellen, bijvoorbeeld hoe tevreden men is over het werk van oom agent. Heerlijk materiaal.


Maar omdat deze peilingen pas vanaf de jaren zeventig worden gehouden, moeten we voor een vergelijking op langere termijn toch terugvallen op de cijfers van de politie, ofwel de geregistreerde misdaad. Die gegevens heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek liggen vanaf eind jaren veertig. Wie de tabel ziet, kan onmogelijk om één conclusie heen: de golf van criminaliteit is sinds 1950 als een tsunami blijven aanzwellen, om pas sinds 2002 enigszins tot bedaren te komen (grafiek 1).


Dat plaatst badinerend gepraat over onveiligheidsgevoelens in perspectief: het is waar dat de misdaad al een poos afneemt, maar de criminaliteit is enorm toegenomen sinds de jaren vijftig en zestig. En er lopen genoeg mensen rond met directe of indirecte herinneringen aan het Nederland van een paar decennia geleden, dus zo gek zijn die gevoelens dan niet.


Achteraf kun je vaststellen dat 1951 een gedenkwaardig jaar was, omdat er toen voor het eerst meer dan 100 duizend delicten werden gemeld bij de politiebureaus. In 1984 gingen we voor het eerst door het miljoen, en op de piek in 2002 noteerden de mannen in het blauw 1.401.000 misdrijven.


En nee, dat komt niet doordat er gewoon meer mensen in Nederland wonen. Het beeld blijft hetzelfde als we de cijfers omrekenen naar de omvang van de bevolking. In 1950 werden er op elke duizend inwoners 9,6 misdrijven geregisteerd. Dat getal kroop gestaag omhoog, om pas na het 'hoogtepunt' van 87,0 in 2002 langzaam af te zakken naar 68,1 in 2012. Nog altijd zeven keer zoveel als in de eerste naoorlogse jaren (grafiek 1).


Klinkt dramatisch, zou je kunnen tegenwerpen, maar gaat achter die berg cijfers niet eenvoudigweg een gigantische stapel gestolen fietsen schuil? Relatief onschuldige Spielerei, met een marginale impact op het leven van het slachtoffer?


Als iéts impact heeft, letterlijk en figuurlijk, is dat uiteraard geweld. Van bedreiging tot zware mishandeling tot doodslag. De vraag is of dit net zo hard is gestegen als de totale omvang. Hier is iets merkwaardigs aan de hand met de statistieken, want in het jaar 2005 is besloten de definitie van gewelds- en seksuele delicten aan te passen.


Voor die tijd hoorden daar ook beroving en afpersing bij. Maar sinds 2005 worden ze geteld bij de vermogensdelicten. In ruil daarvoor hoort 'schennis der eerbaarheid' er nu bij, een enigszins ouderwets aandoende categorie die relatief weinig vinkjes kent. Wie de cijfers dus goed wil laten aansluiten op die van vorige decennia, dient beroving en afpersing er bij op te tellen. Dat maakt voor de trend geen verschil, maar wél voor de absolute cijfers: die vallen (nog) hoger uit.


In 1950 werden er in totaal 13 duizend geweldsdelicten geregistreerd. Dat getal bleef lange tijd redelijk stabiel, om in de jaren zeventig, tachtig, negentig en nul te exploderen. Na de top in 2007, toen de teller pas stopte bij 137.190, is er weer een dalende lijn te zien (grafiek 2). In 2012 eindigde de teller op 122.595. Die daling is natuurlijk mooi, maar gecorrigeerd voor de bevolkingsomvang ligt het totale geweldscijfer nog steeds rond de zes keer zo hoog als in 1950.


Het mag duidelijk zijn dat nostalgici een punt hebben: het was vroeger aanzienlijk veiliger. Je liep minder kans om bestolen te worden of een klap op je bek te krijgen, of nóg erger. Dus is het misschien ook niet zo gek dat menig Nederlander zich, ondanks de trendbreuk in de laatste paar jaren, niet altijd fluitend op straat begeeft.


Zoals gezegd, beschikken we helaas niet over slachtofferenquêtes uit de jaren vijftig en zestig. We kunnen wel kijken naar de ontwikkelingen in het laatste decennium.


Dan blijken de politiecijfers slechts het spreekwoordelijke topje van de ijsberg te zijn. Op basis van slachtofferenquêtes raamde het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie het totaal aantal delicten in 2010 op liefst 8,2 miljoen. Burgers kregen er 5,7 miljoen voor de kiezen, bedrijven de rest. Ook deze ondervonden criminaliteit is de laatste jaren dalende, zoals blijkt uit verschillende enquêtes.


Wij volgen hier de cijfers van het CBS: die laten de laatste acht jaar een duidelijke afname zien. Was in 2005 nog 33,7 procent van de bevolking van 15 jaar en ouder naar eigen zeggen slachtoffer van minstens één misdrijf, in 2011 eindigde de teller bij 24,9 procent (grafiek 3). Internationaal gezien is Nederland daarmee een 'middenmoter': veiliger dan beruchte oorden als Colombia en Zimbabwe, maar duidelijk onveiliger dan bijvoorbeeld Finland, Spanje, Italië en Japan.


Heeft die daling ook effect op hoe senang de man op straat zich voelt? Jazeker, nog steeds voelen veel Nederlanders zich onveilig, maar anders dan columnist Abrahams suggereert is het niet zo dat ze de daling van de criminaliteit niet willen zien. Bij de onveiligheidsgevoelens zien we namelijk wel degelijk ook een daling. Voelde in 2005 32,6 procent van de Nederlanders van 15 jaar en ouder zich 'wel eens' onveilig, sindsdien daalde dat aandeel om in 2011 uit te komen op 25,2 procent ofwel een kwart (grafiek 3).


Uit onderzoek blijkt dat wie zelf slachtoffer is geworden van criminaliteit, meer kans loopt om zich onveilig te voelen. Een emotie die je bovendien niet een-twee-drie weer kwijt bent. Zo bezien valt het dus eigenlijk best mee met die vermeende prinses op de erwt.


Startonderbrekers

Als het gaat over die onveiligheidsgevoelens gaat het vaak over de media, of bepaalde media, die de angst zouden aanwakkeren. Maar die invloed is niet overtuigend aangetoond. Onderzoek van het SCP wijst eerder naar andere factoren, zoals verloedering van de eigen buurt. Ook als ergens in korte tijd veel niet-westerse allochtonen komen wonen, voelen sommige (naar het SCP aanneemt: autochtone) bewoners zich minder veilig. Daarnaast zijn er veiligheidsgevoelens die niet zozeer met de persoonlijke situatie te maken hebben, maar met zorgen over criminaliteit als maatschappelijk probleem.


Die zorgen mogen overdreven zijn, ze zijn misschien wel erg nuttig. Hotshots in de criminologie denken dat misdaad vooral verband houdt met de kansen die criminelen krijgen om toe te slaan. Tot de wal het schip keert. Zo probeert de Tilburgse wetenschapper Jan van Dijk aan te tonen dat de daling van de criminaliteit het gevolg is van allerlei preventieve maatregelen. Van een keurmerk voor veilig wonen tot startonderbrekers in de heilige koe, het werkt - althans, tot de boeven er iets op vinden en de wedloop vrolijk voortgaat (zo zijn er de laatste jaren juist méér woninginbraken).


Dus als de maatschappelijke focus op geweld en criminaliteit voor een scherpere overheid en alertere burgers heeft gezorgd, is daar niets mis mee. Of Fortuyn de katalysator was voor die aandacht, of dat het sowieso al in de lucht hing, zal nooit met zekerheid kunnen worden vastgesteld. Maar vreemd is het niet dat de onveiligheidsgevoelens nog vrij groot zijn, terwijl de tsunami over het hoogtepunt heen is: die was zo immens, die heeft indruk gemaakt.


PAKKANS: 1,8 PROCENT


Het ophelderingspercentage (opheldering van een misdrijf betekent dat er tenminste één verdachte bekend is) kwam in 2012 uit op 23,7 procent. In dat jaar loste de politie bijna 30 duizend zaken minder op dan in 2011. Tellen we ook alle officieuze zaken mee waarvan geen aangifte wordt gedaan, dan becijfert de Leidse rechtseconoom Ben van Velthoven de pakkans voor een gemiddeld misdrijf op 1,8 procent.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden