Bang uitgevallen blaffer

In een prachtige omslagtekening vat de Duitse illustrator Wolf Erlbruch samen waar zijn prentenboek Leonard over gaat: balancerend op de lange steel van de 'd' in de titel staat een angstig jongetje omlaag te staren, naar een kleine, bepaald onschuldig uitziende gevlekte hond....

Leonard is bang voor honden.

Binnen in het boek lijkt het daar nog niet onmiddellijk op. Erlbruch laat Leonard een jongetje zijn dat alles over honden weet ('als Leonard zei: 'Dat is helemaal geen Dalmatiër', dan was dat ook zo') en dat niets liever doet dan voor hond spelen. Blaffend wekt hij zijn ouders, nog voor het ontbijt staat hij naar buiten te blaffen, het enige dat hij tekent zijn enge honden en met oma speelt hij uitsluitend dat ze hond zijn.

Maar toch is hij bang voor honden, ontzettend bang. Erlbruch tekent Leonard als een heel klein kind, dat zich vastklampt aan zijn moeders hals, terwijl de moeder zuchtend, berustend naar boven kijkt.

Het zijn knappe illustraties die Erlbruch maakt, collages van getekende figuurtjes die op het vel lijken te liggen, tekeningen met weinig achtergrond die zich niet laten tegenhouden door de kaders eromheen, want steeds tekent hij buiten zo'n kader ook nog iets: een plant in de huiskamer van oma, een lezend jongetje dat op zijn skateboard uit een tekening op straat lijkt te skaten, losse bierblikjes van een omvallende stapel in de supermarkt.

Ook het verhaaltje in Leonard is geslaagd, grappig en origineel. Leonard, die zo bang is voor honden, krijgt de kans in iets anders te veranderen, en natuurlijk kiest hij ervoor een hond te worden, een grote, sterke hond. De geschiedenis lijkt zich te herhalen wanneer hond Leonard voor het eerst een klein jongetje tegenkomt - nu vliegt op de tekening een enorme, grote, sterke hond de vader om zijn hals.

Aan het eind van het verhaal heeft Leonard zijn gewone gedaante weer terug, maar echt veranderd is er niets, angst voor honden verdwijnt niet zomaar - Erlbruch wekt hooguit de suggestie dat Leonards angst zou kunnen verdwijnen.

Ook voor De beer in de speeltuin maakte Wolf Erlbruch de illustraties. Ze zijn mooi: een enorme, schonkige beer speelt met alle, eigenlijk te kleine, speeltoestellen in de speeltuin, terwijl de kinderen die er bezig waren voortdurend boos toekijken.

Als boek is De beer in de speeltuin minder geslaagd dan Leonard. In zijn tekst laat Dolf Verroen kansen liggen. Zo is eigenlijk onduidelijk waarom de kinderen nu zo boos zijn en dat maakt de verzoening op het einde onwezenlijk.

'Ik mag nergens in', zegt de beer daar. 'Jullie willen alles voor jezelf houden. En ik wil juist zo graag met jullie spelen.' Maar in de scènes daarvoor mocht de beer alleen niet op de schommel, en nergens heeft hij de indruk gewekt dat hij mee wilde spelen.

Erlbruch is een illustrator met een heel eigen stijl. Het is dan ook merkwaardig ineens een prentenboek tegen te komen waarvan de illustraties erg lijken op werk van hem. De Vlaamse uitgeverij De Eenhoorn gaf zo'n boek uit: Niel, geïllustreerd door Carll Cneut, een mij onbekende naam. Misschien heeft Cneut in totale afzondering zijn eigen stijl ontwikkeld, maar de overeenkomsten zijn opvallend: dezelfde techniek van uitgeknipte en opgeplakte tekeningen zonder veel achtergrond, en in de tekeningen dezelfde forse neuzen en dezelfde kleine, ronde ogen als witte knikkers met een stipje.

Dat leidt onherroepelijk tot vergelijken, en die vergelijking valt zonder meer uit in het nadeel van Cneut, wiens tekeningen zoveel houteriger, zoveel minder expressief, zoveel fletser ook zijn dan die van Erlbruch.

De tekst van Geert De Kockere, over een jongetje dat voortdurend valt, is behalve traag vooral erg woordspelerig (tegenover 'zo'n geval' staan de dokters machteloos, 'Niel werd een ster, een vallende ster', hij 'viel altijd in goede aarde').

De Kockere revancheert zich met het rijgverhaal Mosje, vriendelijk geïllustreerd door Johan Devrome, waarin 'Mosje van het sleutelbosje' op zoek gaat naar 'een lieveling', iedereen die ze tegenkomt afwijst ('Oei, zegt Mosje, nee, zegt Mosje') tot ze als laatste haar moeder tegenkomt, die natuurlijk geknipt is voor de rol van lieveling.

Hanneke de Klerck

Wolf Erlbruch: Leonard.

Vertaald uit het Duits door Jacques Dohmen.

Querido; * 29,90.

ISBN 90 214 6158 7.

Dolf Verroen: De beer in de speeltuin.

Illustraties Wolf Erlbruch.

Leopold; * 24,90.

ISBN 90 258 4858 3.

Geert De Kockere: Niel.

Illustraties Carll Cneut.

De Eenhoorn; * 25,90.

ISBN 90 73913 82 9.

Geert De Kockere: Mosje.

Illustraties Johan Devrome.

De Eenhoorn; * 27,50.

ISBN 90 73913 83 7.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden