Bambi en de beestenman 'De rode strik' van Mensje van Keulen is subtiele thriller

door Arjan Peters Sommige dingen zijn om te lachen, terwijl het om iets ergs gaat. Sommige andere dingen lijken gewoon, maar zijn eigenlijk eng....

De onverwachte gruwel die het gewone in zich bergt is het thema van Van Keulens nieuwe roman, en dat zal niemand bevreemden die ander werk van haar kent, inclusief het nu in de bibliografie pompeus als 'biografie' aangeduide Geheime dame (1992), de kwebbelschets over een populaire schrijver annex rel-travestiet te Warmond.

Een aanzienlijk deel van De rode strik bestaat uit korte scènes waarin de jeugd van een Haags meisje gestalte krijgt. Een heel gewoon Haags meisje uit de zesde klas van de Heilig Hartschool die door nonnen wordt geleid. Met een paar terloopse toespelingen situeert Van Keulen het verhaal in de tijd: de ontdekking van jazzmuziek, Blonde Dolly, hoorspelen, Comedy Capers, ADO, Brigitte Bardot. Ofwel, de tijd toen vandalisme onder de noemer kattekwaad viel, fuck gadverdarrie heette, Mieke Telkamp nog jong was, en er tenminste echt nog mensen onder de tram kwamen in plaats van enkel bij wijze van spreken.

Meer sociologie bedrijft Van Keulen niet. Dat kan ze ook bezwaarlijk vanwege het vertelperspectief: Maria Talberg is de vertellende ik-figuur, en hoewel De rode strik in de verleden tijd is gesteld, weet ze zich hele dialogen te herinneren en zich met kennelijk gemak weer in de elfjarige die ze ooit was te verplaatsen. Een enkel keertje hoorde ik de schrijfster boven het kind uit ('Dan lag er bij de schutting een loper van zonlicht') maar niet in storende mate.

Maria is een griet die noch op haar mond is gevallen noch terugdeinst voor geniepigheidjes, en die het daarom ver zal brengen. Niet zonder opzet laat Van Keulen moeder Talberg, veruit het zwakste en meest meelijwekkende personage, lijdzaam zwoegen en vooral veel zwijgen.

Moeder heeft het zwaar. Naast Maria dient ze de twee jaar jongere Cornelia (roepnaam Bee) op te voeden, terwijl ze ook als werkster voor inkomsten moet zorgen sinds haar echtgenoot Cor lang geleden is weggelopen.

Leuk voor haar dat ze weer kennis aan een man krijgt. Leen, een neef van Cor. Minder leuk dat de dochters hem niet zo moeten, maar dat was te verwachten. Die twee willen hun vader terug, en beschouwen een instant-pa als een indringer. Bee en Maria fluisteren onderling dat 'oom' Leen maar dood moet.

Van daar af wordt De rode strik waarachtig boeiend. Niet dat de eerste honderdveertig bladzijden vervelen - Van Keulen beheerst de kunst van het dialoogschrijven, wat weinigen haar kunnen nazeggen -, maar pas in het laatste kwart wordt het gewone ook een beetje eng. Niet te veel. Voor echte griezelverhalen moet je bij andere auteurs zijn. Maar net dat beetje maakt Van Keulen subtiel. Welk kind (en trouwens, welke volwassene) wenst er nooit eens iemand de hel in? 'Hou me vast, ik vermoord die man', riep eergisteren een bullebak in het café. Men hield hem vast. Een kwartier later zat hij met zijn rivaal te klinken.

In een dergelijke context lijkt Maria's geprevelde hartewens ook te moeten worden geplaatst. Ze vindt oom Leen een zuiplap en een smeerlap, maar keiharde bewijzen daarvoor heeft ze niet. Waarschijnlijk kan ze het niet hebben dat hij steeds vaker bij haar moeder blijft pitten. Akkoord, de 'beestenman' (Leen drijft een dierenspeciaalzaak) is misschien niet chic. Een ploert wordt hij daardoor nog niet. Hij brengt een konijn mee voor de kleintjes, neemt de drie dames mee op een vakantiereisje, en geeft Maria de bijnaam Bambi. Die is ervan overtuigd dat hij hun huishouden entert.

In de artikelen en documentaires die de afgelopen jaren over (serie-)moordenaars zijn gemaakt, wordt opvallend vaak gesteld dat de daders weliswaar een onevenwichtige jeugd hebben gehad, maar verder uiterlijk het leven van een modale burger leidden. Mensje van Keulen draagt in deze ragfijne roman haar exemplaar bij. Aan De rode strik is hoegenaamd niets bloedstollends te ontdekken - en net dát is horribel, want toch wordt er een moord met voorbedachten rade in gepleegd, en staat uiteindelijk alleen Maria nog met beide beentjes op de grond. Is ze te ver gegaan of niet? Het vertelperspectief is verneukeratief. Is die meid nou een Bambi of een lelijk kreng?

Een leerlingetje dat zoveel van haar schooljuf Schalker houdt dat ze er over denkt haar later als oude vrijster in huis te nemen, zo'n kind kan moeilijk anders dan een schat zijn. Nee, er is niets schokkends aan de hand. Mensje van Keulen heeft gewoon een roman geschreven over een goedaardig grietje waar je je zo over zou ontfermen. Weet jíj alleen veel, dat je dat wel kunt doen maar het dan aan niemand meer zult kunnen navertellen?

Mensje van Keulen: De rode strik.

Atlas, ¿ 29,90.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden