Balletorkest en Fraillon delen kaneelstokken uit

Tjaikovski's Notenkraker door het Ballet Orkest o. l. v. Nicolette Fraillon. Muziektheater, Amsterdam...

Het zou overdreven zijn, te stellen dat Tsjaikovski met plezier en zelfvertrouwen aan zijn Notenkraker werkte. Op reis door Frankrijk maakte hij in 1891 een eerste balans op. Wat er uitkwam, was 'kleurloos, droog, gehaast en beroerd'. De suikerkastelen in het scenario achtervolgden de componist als in een 'nachtmerrie': 'Het besef dat het niets wordt, is ondraaglijk.'

Toch is het mooi geworden. De Suikerfee, de Dans van de rietfluitjes en de andere miniaturen die in de concertsuite naar de Notenkraker een plaats kregen: tere associaties maken ze los, verrassend als ze telkens weer zijn door hun uitgekookte melodie- en instrumentatievondsten - wellicht het meest Tsjaikovskiaanse dat Tsjaikovski ooit voor elkaar kreeg.

Nu de hartverwarmendste aller schoolconcert- en ochtendradioklanken van nieuwe passen en beelden zijn voorzien, is het aan het Nederlands Balletorkest en de muzikaal leider van het Nationale Ballet Nicolette Fraillon om er in de bak van het Muziektheater weer dansmuziek van te maken - en die in te bedden in het grotere geheel dat buiten de theaters zelden tot klinken komt.

Het lukt ze ten dele. Van dwingende concepties betreffende de muzikale vorm en motoriek is bij Fraillon weinig te bespeuren. Haar vraag aan de choreografen of ze het te snel of te langzaam wilden hebben (om het samenwerkingsprobleem nog eens kort samen te vatten), zullen Eagling en Van Schayk in de regel hebben beantwoord met 'te langzaam'. In de tempi en in de pauzeringen klinkt meer consideratie met dansersbeperkingen en decorwisselingen door dan goed is voor de muzikale continuïteit.

In die zin stelt de bijdrage van Fraillon - wier carrière in het lopende en in het komende seizoen interessante vormen begint aan te nemen, met directies bij vier regionale orkesten in Nederland en het Residentie Orkest - lichtelijk teleur. Haar ondersteuning van de massataferelen blijft aan de voorzichtige kant; van het pathos en de ritmische trucs in de eerste grote pas deux komt weinig aan de oppervlakte, en het 'Russische' vuurwerk in de korte Trepak, bekend uit de concertsuite, heeft een natte lont.

Wat ze binnen de gegeven beperkingen presteert op de vierkante centimeter, mag er zijn. Waar het aankomt op kleine magische accenten, op vluchtige charme en het uitdelen van gomballen en kaneelstokken - als in de meeste karakterdansen van de tweede akte - is Fraillon op haar best, en demonstreert ze de toverkracht van harpen en houtblazers. De fluiten doen trapezewerk en brava is de celesta.

Roland de Beer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden