Ballet als een schilderij

EEN MAN die met een klein penseeltje schaduwen op het decor aanbrengt, zo minutieus dat je ze vanaf vijf meter al niet meer ziet....

Terwijl Hans van Manen en Rudi van Dantzig bij het Nationale Ballet uitgroeiden tot lievelingen van het grote publiek, is Toer van Schayk (1936), de andere huischoreograaf, altijd een kunstenaar voor de enkeling gebleven. Zijn balletten worden moeilijk en weerbarstig gevonden; ze vergen een aanzienlijke inspanning, niet alleen van de dansers (Van Schayk bedenkt technisch moeilijke bewegingen), maar ook van het publiek.

Vandaar misschien dat hij langer dan zijn collega's heeft moeten wachten op een eigen boek. Dat ook hij nu is bijgezet, tekent niet alleen de volwassenwording van de dans in Nederland, maar ook van het schrijven over dans. Want het boek Toer van Schayk, drie dimensies in dans, een aanstekelijk vormgegeven eerbetoon, is het resultaat van de samenwerking van een aantal danspublicisten.

'De laatste renaissancist', zo wordt hij in het boek getypeerd. Toer van Schayk is niet alleen danser en choreograaf, schilder, beeldhouwer, decor- en kostuumontwerper, bouwer van scheepsmodellen en van een prachtig klavecimbel naar achttiende-eeuws model, maar ook - als we danseres Jane Lord mogen geloven - bakker van appeltaart naar eeuwenoud recept.

Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken, waarin telkens een aspect van zijn kunstenaarschap centraal staat. Marcel-Armand van Nieuwpoort signaleert in zijn degelijke analyse van het choreografisch oeuvre dat Van Schayk de neiging heeft 'overvolle bewegingsreeksen op te vullen'. Door de plaatsing van de dansers in de ruimte ontstaat volgens hem een harmonie, waarmee die verdichting weer wordt opgeheven.

Aan het hoofdstuk van Van Nieuwpoort is af te lezen hoe moeilijk het - inmiddels 44 balletten omvattende - oeuvre van Van Schayk is te duiden. Zijn bewegingstaal is hoogstpersoonlijk, compact en gestileerd, zijn balletten wekken de suggestie van een vertelling, maar maken die zelden expliciet.

Clint Farha geeft een aannemelijke verklaring voor die weerbarstigheid. 'Hij gaat te werk als een schilder', zegt hij. 'Hij gebruikt geen groene verf omdat hij denkt dat het publiek of de critici dat mooi zouden vinden.'

Ook andere dansers die in het boek aan het woord komen, benadrukken dat Van Schayk te werk gaat als beeldend kunstenaar, als iemand die van het publiek verwacht dat het zich voorover buigt om zijn werk te doorgronden, in plaats van zelf een handreiking te doen. 'Van Schayk is er van overtuigd dat hij een ballet vooral voor de dansers maakt', schrijft Van Nieuwpoort.

Maar ook de dansers dienen zich te voegen naar de inzichten van de beeldend kunstenaar. Van Schayk begint een nieuw ballet met een stapel schetsboeken onder de arm, waarin de bewegingen tot in detail zijn uitgetekend. 'Soms lukt het gewoon niet je lichaam dat te laten doen wat Toer heeft getekend', verzucht danseres Jane Lord.

Voor het eerst is ook zijn beeldend werk uitgebreid in kaart gebracht. Merel Ligtelijn volgt het tweede spoor van het dubbeltalent, vanaf de Koninklijke Academie in Den Haag, via het woest beeldhouwen uit marmer op het eiland Paros, tot aan de voorzichtig naar Francis Bacon verwijzende serie dubbelportretten van dansers met hun vader. Een turbulent hoogtepunt vormt de reeks gebeeldhouwde koppen van Stones-gitarist Keith Richards uit de jaren zestig. De opening van de expositie bij Galerie Krikhaar door Rudolf Noerejev werd een happening die zich moeilijk met de teruggetrokken Van Schayk in verband laat brengen.

Een apart hoofdstuk, geschreven door Isabella Lanz, is gewijd aan de decor- en kostuumontwerpen. 'Ik begreep dat de helft van de zeggingskracht van mijn balletten in Toers beeldend vermogen lag', schrijft Van Dantzig, voor wie Van Schayk lang de vaste ontwerper was. Ook de grote klassieke werken van het Nationale Ballet, zoals Romeo en Julia, Het Zwanenmeer en Notenkraker en Muizenkoning, werden door hem vormgegeven.

Curieus en ontwapenend is het lange hoofdstuk dat Rudi van Dantzig schreef over zijn vriendschap met Van Schayk, een vriendschap die in 1957 begon met een woedeuitbarsting en koortsaanval, en sindsdien vele stormen overleefde, zoals een LSD-trip, twijfel over een transfer naar het gezelschap van Pina Bausch en de verhuizing naar het Muziektheater.

De choreograaf Van Schayk staat al een aantal jaren op een rantsoen van één choreografie per jaar. Te weinig, ook naar de zin van Van Dantzig, die hem aanraadt om in de nabije toekomst een kleine voorstelling te maken, samen met een aantal hem toegewijde dansers.

Die dansers komen aan het woord in het vrolijkste hoofdstuk van het boek. Hun uitspraken, waaruit hierboven al werd geciteerd, gunnen een onthullende blik in de keuken van de beste zwijger van de dans.

Ariejan Korteweg

Toer van Schayk, drie dimensies in dans. Redactie: Isabella Lanz, Marcel-Armand van Nieuwpoort. Walburg Pers, * 69,50.

ISBN 90-5730-013-3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden