Ballen

Martin Bril..

Martin Bril

De laatste tijd hoor ik steeds vaker het woord ‘ballen’. Het kan aan mij liggen, en ook aan Amsterdam. Ik heb het uiteraard niet over voetballen, maar over zoenen in het openbaar, erotische handtastelijkheden, en romantiek op televisie. Mijn dochters noemen dat ballen. En zodra ze het gezegd hebben, giechelen ze altijd even.

Het woord komt natuurlijk van het Engels-Amerikaanse ‘to ball’, dat gewoon neuken betekent, maar dat weten ze niet, en ook ik realiseerde het me eigenlijk pas vrij laat. Mij kwam het gewoon voor als een leuk, nieuw woord, iets van de straat en het schoolplein.

Ballen.

Nu het woord er is, valt me op dat er helemaal niet zo ontzettend veel gebald wordt op straat. Je ziet wel stelletjes zoenen, en ook wel innig verstrengeld over het strand rollen, maar vergeleken met het openbare ballen in een stad als Rome valt het ontzettend mee: daar doen ze niet anders.

Aan de andere kant hebben de dochters er een beter oog voor dan ik. Dat komt omdat je op een gegeven moment je interesse in bepaalde onderwerpen verliest, of in ieder geval het geduld er langer dan een seconde bij stil te staan. Ook zie je je eigen kroost al bezig, bij wijze van spreken, en daar wil je maar liever niet aan denken.

Maar de dochters ontgaat niets.

En ze zien het ballen dus overal.

Dat niet alleen, ze maken er ook melding van. Dus je fietst ’s ochtends vroeg door het Vondelpark, op weg naar school, en dan zegt de jongste ineens nonchalant: ‘Die liggen te ballen.’ Ze doelt op twee toeristen die in aan elkaar geritste slaapzakken hobbelende bewegingen liggen te maken, terwijl vijftig meter verderop twee agenten op mountainbikes staan toe te kijken.

‘Denk je?’, vraag ik dan altijd.

‘Tuurlijk, dat zie je toch!’

In dat laatste antwoord gaat behalve een zekere verontwaardiging (‘Kijk dan uit je doppen, oelewapper!’) ook een soort haast schuil; nadat ze het ballen hebben vastgesteld, willen ze zo snel mogelijk verder met een ander onderwerp; in ieder geval willen ze er niet gedetailleerd met hun vader op doorgaan, en daar hebben ze groot gelijk in. Ook lijkt me aannemelijk dat ze zo reageren omdat ze zelf nog niet toe zijn aan het ballen als zodanig. Ze zien het wel, ze hebben het erover, het heeft hun interesse, maar als puntje bij paaltje komt, doen ze nog snel een stapje opzij.

Hoop je dan, als ouder.

‘Niet kijken pap, ze ballen’ is er ook eentje die ik vaak hoor. Dan kijk ik natuurlijk wel. Vaak is er dan niets aan de hand. Twee pubers die hand in hand lopen, en elkaar even vluchtig een kus geven. Het hakt er kennelijk bij mijn eigen, nog veel jongere pubers behoorlijk hard in, maar wat wil je ook: het is hun voorland, het is de toekomst waar ze naar onderweg zijn.

Gelukkig zit er ook een hoop humor en luchtigheid in het ballen – de uitdrukking bedoel ik. Niet alleen moeten ze er zelf altijd een beetje om lachen, het klinkt ook gewoon lekker speels en makkelijk. Alsof liefde zoiets is als samen een balletje trappen op een schitterend groene grasmat. Meer niet, maar ook niet minder. Best een helder standpunt, eigenlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden