Balansen

Een tweetal vazen in de vensterbank, het is een niet te vernietigen evergreen. Waarmee is het begonnen? En waarom?

'Waar gaat het over?', vraagt de telefonist van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen.


'Dat waar je ook komt in Nederland, van Delfzijl tot Zierikzee, van Egmond tot Doetinchem, van Vaals tot Den Helder, je overal twee dezelfde, vaak neo-classicistisch-achtige vazen in de vensterbank ziet staan. En dat er misschien iemand bij u rondloopt die daar iets wetenswaardigs over zou kunnen vertellen.'


Aan de andere kant wordt nagedacht. 'Tja', klinkt het na een tijdje. 'Uiteindelijk zoeken we allemaal naar evenwicht.'


Het begint met een simpele constatering (overal in Nederland staan twee vazen voor het raam), maar voor je er erg in hebt, zit je met kunst- en interieurexpert Piet van der Werf over de Etrusken, de Chinezen, de Egyptenaren en Napoleon te praten. Van der Werf (1971) studeerde af aan de Rietveld Academie, specialiseerde zich nadien in interieurdecoratie en legt een niet te temperen geestdrift aan de dag als je je in zijn interessegebied begeeft. Rond zijn voeten verzamelen zich indrukwekkende stapels boeken, prenten en losse vakliteratuur. 'Alleen', wil hij weten, 'is het niet zinnig om eerst iets over de vensterbank te vertellen? Waar die vazen in staan?' Hij vertelt dat in de Middeleeuwen veel mensen in Nederland thuis een bedrijfje hadden. 'Want de vensterbank was eerst een toog, natuurlijk. Een toonbank. Aan de straatkant hadden de huizen meestal een kruisvenster, met bovenin glas-in-lood-vensterglas en onder twee luiken in plaats van ramen, zoals nu. De voorruimte van het huis diende meestal als werkplaats en door de onderste werd de handelswaar aangeboden.' Verbaasde ogen achter brillenglazen. 'Dát weet je toch wel?' Weg is hij weer. De laptop komt er aan te pas, boeken met schilderijen en prenten van Dürer, Jan Steen, Adriaen van Ostade, Pieter de Hooch en Frans van Mieris worden uit kast getrokken. En ja hoor. Het klopt. 'Vanuit de vensterbank werden zaken gedaan. Daarop liet je zien wat je deed, wie je was. Kijk maar.' De interieurdeskundige: 'Tot in de Gouden Eeuw hadden mensen nauwelijks meubelen in huis en zaten ze in de ramen. Je kunt dat in veel kastelen nog zien. Vensterbánk: de naam zegt het. Pas halverwege de 18de eeuw werden meubelen in huis gebruikelijk. Toen ook ontstond de vensterbank zoals wij die kennen.'


De vensterbank is één ding, de symmetrie een ander. Van der Werf: 'In de architectuur kom je symmetrie bijna in elke stijl tegen. Andrea Palladio (1508-1580) is een schoolvoorbeeld van een symmetrisch architect, die trouwens teruggrijpt op Vitruvius (85-20 voor Christus). En ook het gebruik van vazen als sierornament is van overal en alle tijden. Hier, de oude Grieken en de Romeinen waren er al gek mee.'


Hij tovert alweer een scala plaatjes van symmetrische opstellingen met vazen en dergelijke in kerken en tempels tevoorschijn. De Etrusken zetten hun bucchero-vazen in de graven; in het oude China waren de stelvazen vaak gespiegeld, in vorm en afbeeldingen. 'In Nederland', vertelt hij, 'treffen we in dat opzicht Delfts blauwe kaststellen aan op de gecontourneerde kap van 18de-eeuwse kabinetten. Vaak vijf in getal, met in het midden een dekselvaas.' Relevanter vindt hij het fenomeen kastkommen, 'zoals te zien op het schilderij De verkoopster van asperges van Pieter de Hooch, uit 1663'. Meestal per twee stonden die hoog op de hoeken van het oud-Hollandse kabinet. Van der Werf: 'Van binnen waren ze nauwelijks gedecoreerd. Dat zag je toch niet.'


Nu lijkt hij pas echt op stoom te raken. Eerst volgt er een kort college over de architect Hans Vredeman de Vries die tijdens de Hollandse Renaissance met symmetrie speelde in de gevelarchitectuur (Van der Werf: 'Heel maniëristisch, met vaasvormen en pinakeltjes en dergelijke'), dan gaan we naar Daniel Marots strikt symmetrische barokke interieurontwerpen en zijn 'Triades' ('Je weet wel, de Louis XIV-opstelling van wandtafel met spiegel met aan weerszijden twee gueridons, ronde tafeltjes in de vorm van Moren'), om ten slotte te belanden bij de toegangspoorten van buitenplaatsen uit de tijd van het Hollands classicisme, die worden geflankeerd door twee grote stenen urnen. Niet wéér een plaatje... Ja toch. 'Kijk, hier heb je ze weer. Poortwachters, als het ware. Bezoekers waren meteen geïntimideerd als ze twee van die grote, bijzondere vazen aan de poort zagen staan. Dat idee koop je nu bij de Intratuin.'


Hoe de woontrend zich heeft ontwikkeld, weet hij niet precies. Wel dat tijdens de wederopbouw in de jaren 1950 de grote bouwers zoals Co van Eesteren vonden dat er veel licht in de moderne woning moest toetreden. 'Daarmee ontstaan ook de doorzonwoningen met grote ramen aan de voorkant en een doorlopende brede vensterbank. Mensen hebben altijd al horretjes, valletjes en glas-in-loodwerk in het raam geplaatst tegen inkijk, maar in deze periode lijkt de typisch Hollandse gordijnen-open-mentaliteit te zijn ontstaan. Meestal sierden planten en snuisterijen de vensterbank.' De huidige trend - 'nou ja, trend, het duurt al heel lang' - van twee vazen, leeg of met dode takken erin, zal goeddeels te danken zijn aan interieurdeskundigen als Jan des Bouvrie, vermoedt Van der Werf. 'Geïnspireerd door een moesje van (less is more) Bauhausarchitectuur, Nieuwe Zakelijkheid en anderzijds oosterse trends als feng shui en zenkunst.' Dat laatste, volgens hem, zie je vooral in de vormgeving van de vazen terug. Die schijnt trouwens nogal een scheiding der geesten te veroorzaken. Van der Werf: 'Zo is de liefste wens van mijn vriendin een uurtje alleen in zo'n winkel door te brengen waar jouw artikel over gaat. Om met een honkbalknuppel, geweer of ander wapen de voorraad te lijf te gaan.' Plotseling heeft hij geen tijd meer. Maar: 'Als je nog wat weten wil: je mag altijd bellen.' Dezelfde avond al stuurt hij een e-mail. 'Twee, daar is toch iets heel geks mee. Als je twee dingen naast elkaar zet, gaan je ogen pingpongen. Je gaat ze vergelijken.' In de bijlage een foto van de Grady-tweeling uit The Shining en een van fotografe Diana Arbus. 'En denk je ook eens aan het Rorschacheffect? Spiegeling, dat is toch ook zoiets wonderbaarlijks.'


Niet elke wetenschapper, stylist of (interieur)architect is net zo bereidwillig om zijn licht over de kwestie te laten schijnen als Piet van der Werf. De een laat niets meer zich horen als de vazenkwestie uit de doeken is gedaan, een ander wordt er zelfs behoorlijk chagrijnig van: 'Wat wilt u nu eigenlijk?' Bij een derde loopt het gesprek na één vraag al uit de rails ('De mooiste symmetrie is asymmetrie').


Gelukkig is omgevingspsycholoog Joren van Dijk toeschietelijker. Van Dijk (1984), die er zijn werk van gemaakt heeft om '(interieur)architecten te helpen hun ontwerp in overeenstemming te brengen met de beleving van de mensen', geeft vrolijk toe dat hij met de telefoon aan zijn oor over twee vazen naar buiten staat te kijken. Dus ja, hij houdt van symmetrie: 'Daar wordt een ruimte rustig van. Net als andere gestaltprincipes maakt het dat we dingen gemakkelijk kunnen waarnemen en verwerken. Symmetrie, herhaling: simpel vinden we prettig.' Dat blijkt trouwens best ver te gaan. 'Niet alleen ziet iedereen op de hele wereld liever een symmetrisch dan een asymmetrisch gezicht, ook nemen we een simpele verklaring eerder voor waar aan dan een ingewikkelde. Met andere woorden: je kunt een jury beter een simpele leugen dan een ingewikkelde waarheid vertellen. Niet best, nee. Maar toch is het zo. Daar is wetenschappelijk onderzoek naar gedaan.' Dat iedereen die vazen in het raam heeft, vindt hij heel normaal. 'Als iets door een begaafde ontwerper toegepast wordt, gaan andere mensen dat op den duur ook doen. Goed voorbeeld doet goed volgen.' Wel kleeft aan de herhaling van symmetrie een bekend gevaar, besluit Van Dijk. 'Door het te rigoureus of op te grote schaal te hanteren maak je je omgeving stram, en klinisch. Dan ga je dát communiceren.' Met een huivering denkt hij terug aan het Olympiastadion in Berlijn. Toen hij ervoor stond, voelde hij zich klein en onbeduidend. Eén vraagje nog: heeft onze hang naar symmetrie niet iets heel dwangmatig? Nu moet hij aan zijn opa denken. Die moest een schilderij recht hangen als het scheef hing. 'Dat kan trouwens bij je cultuur horen. Ik verwacht die hang naar orde niet onmiddellijk in Afrika.'


Ook de Amerikaan Bill Bryson heeft wetenswaardige dingen over dwangmatige symmetrie geschreven. In zijn boek Een huis vol, een kleine geschiedenis van het dagelijks leven gaat het over onder anderen de Schotse neoclassicistische architect en interieur- en meubelontwerper Robert Adam (1728-1792). Bryson: 'Wat alle gebouwen uit Adam's tijd met elkaar gemeen hadden, was een strenge toewijding aan symmetrie. (...) Elders hield men zich aan de symmetrie als aan een onveranderlijke bouwkundige wet. Elke vleugel moest een bijpassende vleugel hebben, of die nu nodig was of niet. En alle ramen en frontons aan de ene kant van de hoofdingang moesten exact worden weerspiegeld door ramen en frontons aan de andere kant, wat zich daarachter ook mocht afspelen. Dit leidde er vaak toe dat er vleugels werden gebouwd waar niemand op zat te wachten. Pas in de 19de eeuw kwam er een eind aan deze absurde toestand.'


Blenheim Palace, Chiswick House, St Paul's Cathedral - het zijn goede voorbeelden van de 18de-eeuwse 'bilaterale symmetrische' gebouwen waar hij op doelt. En o, Le N¿tre, de tuinarchitect van Versailles. Dat was ook een puristisch symmetrist. Net als de door Piet van der Werf al gememoreerde Palladio en zijn navolger Jan des Bouvrie.


Want toch, uiteindelijk, als je wilt weten hoe het verschijnsel van de twee vazen zich in Nederland heeft verspreid, kom je bij Jan des Bouvrie terecht. Dat zegt hij zelf trouwens zelf ook. De succesvolle ontwerper, vanuit de auto: 'Én bij Palladio, want ik werd getroffen door zijn plattegronden toen ik op de Rietveld Academie zat. Die symmetrie ben ik in 1969 meteen gaan toepassen. Heel sterk, in alle ontwerpen. Hij bouwde alleen maar symmetrische huizen. Symmetrie geeft altijd een goede balans.' Het is, zegt hij, een handschrift van hem geworden. 'Ik vind: als je iets ontdekt bij jezelf als ontwerper moet je dat heel sterk vasthouden. Een paar dingen zijn belangrijk. Ik werk met wit om ruimte voor de kleur en om rust te creëren en ik pas symmetrie zoals ik al zei consequent toe. En naarmate ik ouder word, ontdek ik steeds meer dat dat een heel sterke vorm is. Mensen worden er gelukkig van.'


De definitieve verandering van de Nederlandse vensterbank bracht hij naar eigen zeggen teweeg tussen 1995 het 2003, toen hij RTL-programma TV Woonmagazine presenteerde. 'Er stonden in vensterbanken soms honderd potjes met bloemen en andere prullaria. Ik heb twee vazen neergezet, en in elke vaas twee tulpen. Rust creëren waarnaar je kijkt, dat vond ik belangrijk. Het is niet voor niks zo veel nagevolgd, vanzelf.' En jazeker, is hij trots op zijn werk. 'Net als die schrootjes en dat eikenhout en schoon metselwerk, dat je vroeger zag. Dat heb ik er ook uit gekregen.' Houdt het op bij de grens?' Des Bouvrie: 'Ik heb een heel beroemde buitenlantaarn ontworpen. Die zie ik nu overal, tot in Frankrijk toe. Twee, ja. Links en rechts dezelfde lamp. Het blijft heel even stil. 'Vroeger zag ik één lamp.' Weer is het stil, nu iets langer. Alles is wel gezegd, lijkt Jan des Bouvrie te denken.


Je kunt je voorstellen dat hij ontspannen in de kussens achteroverleunt. Want Nederland, Nederland is af.








Twee, of twee keer twee vazen, of twee kandelaars, of een vaas tussen twee kandelaars of andersom, of twee bloempotten en een kandelaar, met al dan niet takken of kunstbloemen erin of erboven, of twee kandelaars onder een valletje, zo'n plooiloos gordijntje en alle variaties daarop: balans is het toverwoord in het huidige Nederlandse interieur. Wat dat betreft lijkt symmetrie een gemakkelijk (sommigen zeggen: te gemakkelijk) stijlmiddel.


Motieven komen op verschillende plaatsen in huis (en tuin) terug; waar eerst één spiegel hing, zie je er nu twee naast elkaar; je kunt al jaren geen woonblad openslaan of twee gebleekte hertenschedeltjes kijken je aan van de muur.


Ook het Empire, de hofstijl van Napoleon Bonaparte (1969-1821), werd gekenmerkt door het veelvuldig gebruik van paren, aldus interieurdeskundige Piet van der Werf. 'Bijvoorbeeld in piedestals, al dan niet met kandelaars of urnen, voorzien van motieven uit contemporaine opgravingen bij Pompeï en in Egypte en de destijds modieuze stijl van de Etrusken.


Dan ontstaat ook het typisch 19de-eeuwse modeverschijnsel om mantelklokken te flankeren door twee kandelaars.'


Empire


Oudendijk (Noord-Holland)


Een jaar of vijf staan deze er. Margret (53), lerares Frans, kocht ze bij een tuincentrum. Daar ook is ze op het idee gekomen. 'En waarschijnlijk heb ik het wel eens in de woonbladen gezien.' Het huis is 135 jaar oud en degelijk, legt ze uit. 'Dus er moest ook wat degelijks voor ramen.' Met planten lukte het niet: 'De voorkant staat recht op het zuiden, dus wordt het veel te heet.' Aan symmetrie hecht Margret niet per se, wel probeert ze het 'allemaal een beetje in stijl te doen'. Het is een klassiek huis; wat interieurexpert Piet van der Werf over vensterbanken vertelt, vindt ze leuk. 'Ook hier in huis zijn ouderwetse vensterbanken: waar je in kunt zitten.'


Bruinisse (Zeeland)


Linda (38) werkt in de mosselhandel. Ze heeft de vazen zomaar neergezet: 'Dus niet met een achterliggende gedachte.' Ze houdt gewoon niet van troepjes in de vensterbank. 'Er zijn nog genoeg troepjes in de wereld.' Ook bij haar staan meer dubbele dingen in huis, maar om nou te zeggen wanneer ze ermee is begonnen: 'Geen idee.' Wel waar ze de vazen heeft gekocht. 'Je gaat kijken bij de duurdere winkels als Intratuin en dan ga je naar de Action en dan koop je het.' Twee vindt ze gewoon gezellig. Hoe moet ze het zeggen: 'Drie vind ik net te veel en één te saai.'


Lochem (Gelderland)


Anika is 31 en werkzaam in de kinderopvang, Volgens haar heeft ze alles in twee. 'Tot kinderen aan toe.' Het is een tic, geeft ze toe. 'Je koopt niet één, je koopt twee.' Laatst had ze toch één leuk lampje gekocht. 'Nu moet er aan de andere kant ook één.' Net als Linda uit Bruinisse doet ze haar inspiratie op bij duurdere winkels en koopt ze bij Action. Als ze haar smaak zou typeren? 'Eh... niet strak, een beetje gezellig. Het lijkt rommelig, maar alles heeft zijn plek.' En een huis heeft plantjes nodig, vindt Anika, die overal bloemen heeft. 'Die in de vazen voor het raam zijn wel nep. Van de koopjeshoek van de Ikea.' Ja, ze neust graag: 'Je moet overal wat vandaan halen.'


Lees verder op pagina V4


Venray (Limburg)


Twee vazen hadden we al, zegt meneer Smits (74). 'Die stonden achter in de kamer.' Nadat tweeënhalve maand geleden zijn vrouw overleed, hebben zijn kinderen het huis voor hem schoongemaakt en de vazen naar voren gezet. Toen heeft hij er zelf weer twee bij gehaald. Nu staan ze dus voor en achter. Hij is er best tevreden over: 'Een idee van mezelf dat ik zo uit de mouw heb geschud. Een beetje onbewust en toch vond ik het mooi.' Mooier ook dan met planten in de vensterbank. 'Ik heb vanaf 1977 bij Intratuin gewerkt, dus ik heb altijd al tussen de planten en bloemen gezeten.'


Ravenstein (Noord-Brabant)


Zo'n vier jaar geleden, denkt Lynn (19). 'Toen zijn ze in de vensterbank gezet.' Ze is net afgestudeerd als danslerares en begint na de vakantie met een lerarenopleiding in Nijmegen. Op de terugweg van de kapper zagen zij en haar moeder ze staan: bij bloemenzaak Van Haeren. Ze vielen er allebei meteen voor. 'Ook in van die tijdschriften zie je het wel.' Bij Lynn hebben ze meer dubbel in huis, bijvoorbeeld kaarshouders en lampen. 'Symmetrie is prettig.' Had pa er ook nog wat over te vertellen? 'Hmm', zegt ze. 'Meestal gaat het zo: mijn moeder koopt ze en mijn vader vindt het goed.'


Sexbierum (Friesland)


Thea Visser (49) is preventie-assistent. 'Zeg maar: tandartsassistent-plus'. Zelfs haar asymmetrische tuin heeft ze met planten symmetrisch weten te maken. Rust scheppen, daar is het haar om te doen. 'Als het in en om het huis rustig is, wordt het in m'n hoofd ook rustig. Het is al druk genoeg.' Twee vazen, twee kandelaars, dat werkt. 'Of twee keer twee, dat heb ik ook wel.' Die op de foto zijn een jaar geleden bij Groencentrum Witmarsum aangeschaft. Er stonden eerst twee andere, maar daar was er één van gesneuveld. 'En eentje, dat kan niet.' Dat de planten niet echt zijn, vindt ze wel zo gebruiksvriendelijk. 'Vroeger moest ik een huis vol water geven. Nu nog maar twee.'


Vervolg van pagina V3

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.