'Baie' gelukkig tussen het puin van Bertrams

Bertrams is de oudste buitenwijk van Johannesburg. De gemeente wilde de wijk opknappen voor het WK-voetbal. Maar in de ‘bad buildings’ worden de slumlords rijk van hun illegale praktijken....

Door Marnix de Bruyne

Peinzend kijkt Jean-Jeacques Mwamba naar de drukke Bertrams Road, waaraan zijn winkel in tweedehands tv’s ligt. ‘Ik ben blij dat het wereldkampioenschap voetbal zich hier afspeelt, echt’, zegt de veertiger uit de Democratische Republiek Congo. ‘Maar door het WK is wél vier keer bij me ingebroken. De laatste keer namen ze alles mee.’

Oorzaak is de snelle busverbinding met vrije busbaan, die de gemeente in verband met het WK aanlegde. Bewoners van het township Soweto kunnen nu snel en goedkoop naar het centrum en het stadion Ellis Park, een paar honderd meter verderop. Maar voor de busbaan af was, lag de straat maandenlang open. ‘De politie kon niet patrouilleren, waardoor de dieven ongestoord hun gang konden gaan’, zegt Mwamba, terwijl een glanzende rode Reia Vaya-bus voorbij zoeft – halfleeg, want ingeburgerd is de buslijn nog niet. In zijn rommelige winkel, met drie rijen tv’s bovenop elkaar, wijst hij op een gat in het plafond, waarlangs de dieven binnenkwamen. ‘Nu de politie weer patrouilleert, is het veiliger.’

Mwamba kwam in 1997 economie studeren in Zuid-Afrika. Zijn vader, generaal in het leger van president Mobutu, van wat toen nog Zaïre heette, betaalde zijn studie. Een jaar later rukte het leger op van rebellenleider Kabila en werd vader Mwamba door zijn hoofd geschoten. Sindsdien moest Jean-Jacques voor zichzelf zorgen.

Met zijn Afrikaanse achtergrond is Mwamba typerend voor de vele nieuwkomers in Bertrams, de ooit puur blanke wijk, in wier boezem het beroemde stadion Ellis Park ligt. Hier had de fameuze finale plaats van het Wereldkampioenschap Rugby in 1995, waar ’s lands eerste zwarte president Nelson Mandela verscheen in een shirt van het nationale team, de harten stelend van blanke Afrikaners – zoals de kort geleden uitgebrachte film Invictus indringend laat zien. Hier ook zullen landen als Spanje, Argentinië en Brazilië spelen tijdens zeven WK-wedstrijden.

Geen van de tien WK-stadions in Zuid-Afrika ligt echter dichter bij een woonwijk dan Ellis Park. Geen wonder dus dat de gemeente Johannesburg de wijk graag een facelift gaf. Dat is echter maar half gelukt.

Krakers en daklozen
Het was projectontwikkelaar Robertson Fuller Bertram, die in 1889 een stuk boerenland kocht, grenzend aan Johannesburg, dat toen nog maar drie jaar als stad bestond. Sindsdien staat de wijk bekend als oudste ‘suburb’ van de Zuid-Afrikaanse hoofdstad. Sinds eind jaren negentig staat ze óók bekend als ‘arm, vervallen, vol krotten, waar werklozen, krakers, daklozen, vluchtelingen en illegale immigranten wonen’, zoals een reiswebsite Bertrams beschrijft.

Wie ’s middags de Thamesstraat in loopt, midden in de als dambord aangelegde wijk van tien bij zes straten, ervaart het boomrijke Bertrams echter vooral als gemoedelijk. Terwijl aangrenzende wijken als het ooit hippe Yeoville bijna geheel door blanken zijn verlaten, die elders achter metershoge muren gingen wonen, zie je hier witte gezichten achter lage hekjes rond verzorgde tuintjes – met hard blaffende honden, dat wel.

‘In 1994 zei de Afrikaner Weerstandsbeweging dat we alles moesten verkopen en moesten vertrekken’, zegt de 64-jarige weduwe Stella Volschenk over de rechts-extremistische partij van de onlangs vermoorde Boerenleider Eugène Terre’Blanche. Ze zit op de sofa in haar bungalowwoning. ‘Mijn man vond het bangmakerij. Hij is de man in huis, dus we bleven.’

En gelijk had hij, vervolgt de kettingrokende Volschenk. ‘Ik ben hier heel tevreden. Ik leef voor mijn twee achterkleinkinderen en veertien kleinkinderen, van wie er veel in de buurt wonen.’

Verderop in de straat drijft het blanke echtpaar Meissi en George Simpson een ‘tuck shop’, een winkeltje-aan-huis, iets wat je verder bijna alleen in zwarte wijken ziet. ‘De mensen hier zijn gepensioneerd of gehandicapt’, zegt de eveneens kettingrokende George (48), terwijl hij een zwart meisje in schooluniform een handje snoepjes verkoopt. ‘Ze kónden ook nergens heen.’

George werkte jarenlang in een metaalfabriek en mist de dagelijkse gang naar zijn werk geen moment. Van 6.00 tot 21.00 uur is zijn winkeltje open en zijn er geen klanten, dan kijkt hij tv – heerlijk rustig, geen stress. ‘Ek is baie gelukkig.’ Jammer is wel dat je binnen moet blijven als het gaat schemeren uit angst voor beroving. ‘Vroeger zat iedereen buiten op straat, tot ’s avonds laat’, vult zijn vrouw Meissie (49) aan. ‘Na vijven voelt het hier als een gevangenis.’ Maar weg gaan, uit het huis dat al generaties in de familie is? ‘Nooit.’

Lagen puin
Queen Street, dat haaks op Thames Street ligt, loopt langs een nieuw omheind cricketveld. De gemeente heeft het aangelegd op de plek van het kale trapveldje voor voetballertjes. Alleen: bijna niemand in Bertrams speelt cricket. Indiërs, onder wie de sport erg populair is, wonen er nauwelijks.

Verderop, voorbij een groothandel in bouwmaterialen, waar zoals elke dag een rij mannen staat in de hoop als dagloner te worden opgepikt, zijn braakliggende stukken grond, sommige nog bedekt met een laag puin. Hier stonden krotten die zijn ontruimd en gesloopt, waarna er nieuwe woningen zouden verrijzen. ‘Maar die zijn er niet gekomen en komen er ook niet meer voor het WK begint’, zegt de geboren Bertrammer Zizi Duze (29), die als tolk fungeert. ‘De gemeente heeft er geen geld en geen tijd meer voor.’

Duze gaat tijdens het WK werken als vrijwilliger crowd control, publieksbeheersing. ‘Ik wil deel uitmaken van de geschiedenis, voor mijn pasgeboren dochter’, vertelt hij onderweg naar Josana Court, een bakstenen pand van twee verdiepingen in Berea Road.

Het is een van de talloze ‘bad buildings’ in Johannesburg, een typische Zuid-Afrikaans fenomeen: panden die ooit toebehoorden aan blanken, maar tijdens de blanke leegloop van de stad begin jaren negentig zijn verlaten. De krakers die erin trokken, betaalden vaak huur aan zogeheten ‘slumlords’, die zich voordeden als de eigenaars.

Dagblad The Star meldde begin mei, zich baserend op politiecijfers, dat geoliede misdaadsyndicaten inmiddels 1.500 van zulke verlaten gebouwen en 1.200 aparte woningen hebben ‘overgenomen’ met hulp van omgekochte ambtenaren en politieagenten. Water en stroom betalen ze niet, waarna de gemeente beide afsluit en de verpaupering voortschrijdt.

Josana Court kent een iets andere geschiedenis, weet Matlatso Msipa (51), een jonger ogende vrouw die voor het pand een ‘mobiel’ telefoontoestel beheert, waar wijkbewoners kunnen bellen. Msipa woont al vijfentwintig jaar in Bertrams en heeft de vroegere eigenaar van Josana Court, die naar Israël emigreerde, nog gekend. ‘Een van mijn buren was een Zimbabwaanse advocaat. Hij heeft jarenlang de huur geïnd, 750 rand (75 euro) per maand per appartement. Voor de eigenaar en voor water en licht, zei hij. Maar toen de gemeente vijf jaar geleden alles kwam afsluiten, bleek dat hij het geld in eigen zak had gestoken.’ Nu ‘stelen’ de 105 bewoners water bij het buurpand, emmersgewijs, koken ze op een oliestel en moeten ze de stank tolereren van de overgelopen riolering.

Terwijl Msipa vertelt, krijgt ze een seintje van een medebewoner: ze mag niet verder met de pers praten zonder toestemming van de advocaat. Nog geen half uur later komt Osmond Mngomezulu (29) voorrijden van de rechtswinkel van Wits University in het centrum van de stad. ‘Je had een ambtenaar kunnen zijn van de gemeente’, verklaart de jurist de achterdocht van de bewoners. ‘Alles kan gebeuren: er zijn wel meer panden van de ene dag op de andere ontruimd.’

Mngomezulu vertegenwoordigt de bewoners van Josana Court sinds de gemeentelijke Johannesburg Ontwikkelings Agentschap (JDA) in 2006 langs kwam met een ontruimings- en sloopbevel. Als hij toen geen kort geding had aangespannen, was Josana Court nu gesloopt.

Volgens Mngomezulu heeft de gemeente de bewoners wel degelijk vervangende woonruimte aangeboden. Deze bestond echter uit gescheiden slaapzalen en gezamenlijke keukens. ‘Terwijl hier gezinnen wonen, die niet uit elkaar gehaald willen worden. We hebben dat niet geaccepteerd, en sindsdien verkeert de rechtszaak in een impasse.’

Achter hem voert Msipa intussen een heftig gesprek met de ‘eigenaar’ van een omheinde parkeerplaats, aangelegd op een gekraakt stukje land tegenover Josana Court. Zonder spoor van gêne vertelt hij zelf als slumlord te hebben gewerkt. ‘Ik ging in net pak langs de bewoners van zo’n pand verderop en deed of ik voor een makelaarskantoor werkte. Ze betaalden mij de huur. Ja, ik was naughty vroeger, stout’, zegt Graham Jacobs (30) grijnzend. ‘Hoe kun je onschuldige mensen zó belazeren?’, reageert Msipa, meer onthutst dan kwaad.

Avonturier
Een straat verderop staan vijf geel geverfde monumentjes, die ook aan de sloop zijn ontsnapt – dankzij de investeringen van een Nederlandse avonturier. De Brabander Egon van der Zee (36) kwam zes jaar geleden in Bertrams, na de wereld te zijn rondgereisd, onderweg onder meer werkend als bokser op een Australische kermis – wie hem versloeg, kon geld winnen – en als smokkelaar van smaragden.

In Johannesburg begon hij panden op te kopen, waarvan hij er nu 32 bezit. ‘Meestal waren de niet betaalde water- en stroomrekeningen hoger dan de vraagprijs. Niemand durfde ze te kopen. Maar ik nam het risico’, zegt Van der Zee op het trappetje van zijn Pepperpothouses, die genoemd zijn naar hun klokgevels.

De huizen stammen uit 1898 en zijn de oudste panden van Bertrams. Van der Zee kocht ze voor een prikkie, knapte ze op en verhuurt ze aan de oorspronkelijk bewoners voor 40 tot 90 euro per kamer. ‘Anderen zouden die krakers eruit zetten’, zegt hij, ‘maar bij mij mochten ze blijven.’

De sociale kant van de Nederlandse slumlord, ‘zoals ik mezelf soms voor de grap noem’, heeft echter zijn grenzen: ook hij moet wel eens drugsdealers of notoire wanbetalers op straat zetten. Dat doet hij zelf, zonodig met een knokploegje. ‘Vrouwen weten dat ik hen niet zal slaan, dus gaan ze me krabben en bijten. Dan pak ik bijvoorbeeld hun tv en gooi die kapot en dreig meer huisraad te vernielen als ze niet vertrekken. Dat helpt.’

Openhartig vertelt hij ambtenaren te kennen die de openstaande water- en stroomrekeningen kunnen laten ‘verdwijnen’. Is een pand ‘schoon’, dan gaat hij betalen. ‘Maar er zitten zoveel incompetente en corrupte mensen bij de gemeente, dat ik soms rekeningen krijg die driemaal te hoog zijn. Als ze dat niet veranderen, staak ik de betalingen. Dat heb ik bij de helft van mijn panden gedaan.’

Van der Zee kocht in Bertrams tien panden, vooral in de hoop dat ze in waarde zouden stijgen door de komst van het WK. Dit bleef uit, evenals de grote opknapbeurt van de wijk. ‘Daarom zal ik in hier geen panden meer kopen’.

Ook in Josana Court heerst teleurstelling over het WK. ‘Ik dacht dat het WK een ommekeer zou betekenen in mijn leven’, zegt Thsepo Msipa, de 19-jarige zoon van Matlotso Msipa. ‘Ik hoopte op werk.’ Tshepo gaat in september studeren en woont tot dan bij zijn moeder – zonder zakgeld, zonder stroom. ‘Ik haal om 5 uur ’s ochtends ons water bij het buurpand, zodat niemand me ziet. Uit schaamte.’

Alleen de Congolees Mwamba is positief. ‘Tijdens het WK zal mijn winkel er piekfijn uitzien, voor iedereen die er langs loopt, op weg naar het stadion. Alle tv-toestellen zullen de hele dag aanstaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden