Bacteriën lachen om antibiotica

Steeds vaker duiken bacteriën op die resistent zijn tegen een hele reeks antibiotica. Vooral de veehouderij is daar debet aan....

'DIT onderzoek is een onrustbarende ervaring geweest die ons ervan heeft overtuigd dat resistentie tegen antibiotica een van de grootste bedreigingen van de volksgezondheid is en dat dit feit meer erkenning verdient dan het momenteel krijgt.'

Dat concludeert de bijzondere parlementaire commissie voor Wetenschap en Technologie van de House of Lords, de Engelse Eerste Kamer, in een rapport over resistentie van bacteriën, virussen en parasieten tegen antibiotica en andere antimicrobiële middelen, dat eind april is gepubliceerd.

De bezorgde woorden van de eerbiedwaardige lords zijn niet de eerste waarschuwing voor een deels nog sluimerend, maar hier en daar al werkelijkheid geworden rampscenario voor de gezondheidszorg. Zo voorspelde de Amerikaanse microbioloog en immunoloog prof. dr. Barry Bloom in zijn Anatomische Les van november 1996 al dat wanneer de veelvoorkomende 'ziekenhuisbacterie', de multiresistente Staphylococcus aureus-bacterie (MRSA), ook nog bestand wordt tegen vancomycine, het laatste antibioticum dat er nog tegen helpt, 'de chirurgie zoals wij die vandaag de dag kennen, zal ophouden te bestaan.' Wondinfecties door MRSA-bacteriën zijn dan namelijk niet meer te bestrijden.

Maar ook Bloom was verre van de eerste die de alarmklok luidde over de toenemende resistentie van bacteriën tegen antibiotica. Zijn collega, de Amerikaanse microbioloog Stuart Levy van de Tufts universiteit in Boston, in 1981 oprichter en, nog steeds, president van de Alliance for the Prudent Use of Antibiotics, meende al in 1984 dat het tijd werd in de strijd tegen resistente bacteriën 'de stand op te nemen'. Aanleiding was toen het opduiken van een Salmonella enteritidis-stam die zijn multiresistentie dankte aan het gebruik van antibiotica als groeibevorderaar en 'voerbespaarder' bij vee.

Vorige week refereerde Levy aan die woorden, ditmaal naar aanleiding van een studie over de verspreiding van een andere resistente bacterie in de Verenigde Staten, een Salmonella typhimurium-stam die weerstand biedt aan vijf verschillende antibiotica tegelijk en die steeds vaker wordt aangetroffen.

Was in 1980 nog maar 0,6 procent van de onderzochte Salmonella-typhimurium-monsters bestand tegen de vijf antibiotica, in 1996 bleek dat te zijn gegroeid naar 34 procent. De onderzoekers schrijven de opmars van deze verwekker van ernstige darminfecties bij mens en dier toe aan het gebruik van antibiotica bij koeien, varkens en kippen. Dat gebeurt om infecties bij de dieren te behandelen of te voorkómen, maar ook om ze sneller te laten groeien.

In een commentaar op het onderzoek schrijft Levy dat 'als het in 1984 al tijd was om de stand op te nemen, dat in 1998 des te essentiëler is'. We moeten volgens hem de invloed van antibiotica op het leefmilieu (van bacteriën) zo klein mogelijk maken. Het gebruik van antibiotica in de veeteelt dient beperkt te worden tot het voorkómen en genezen van infecties.

De Britse lords delen Levy's standpunt. Het gebruik als groeibevorderaar van antibiotica die verwant zijn aan antibiotica die voor menselijk gebruik zijn bestemd, dient geleidelijk uitgebannen te worden, het liefst op vrijwillige basis, maar als het niet anders kan door een wettelijk verbod, aldus de commissie voor Wetenschap en Technologie in zijn rapport.

De commissie noemt in dit verband het antibioticum virginiamycine, dat sinds kort een belangrijke plaats onder de 'voerbespaarders' inneemt nu de Europese Commissie per 1 januari 1997 het gebruik van een andere antibioticum, avoparcine, voor dat doel voorlopig heeft verboden. De reden daarvoor was dat avoparcine, dat verwant is aan vancomycine, resistentie uitlokt bij darmbacteriën van het vee (enterokokken).

De vrees is dat de resistentie-eigenschappen van deze enterokokken, die door contact met dieren of door de consumptie van vlees en vleesproducten ook de mens kunnen bereiken, zullen 'overspringen' op de enterokokken die bij de mens in de darm voorkomen, of, nog ernstiger, op de MRSA-bacterie. Vancomycine, het laatste redmiddel tegen de MRSA-bacterie, zou dan vrijwel waardeloos worden - wat in Japan, de VS en Frankrijk intussen al een aantal malen is geconstateerd, zonder dat daarbij slachtoffers zijn gevallen.

Virginiamycine, dat al dertig jaar in de veeteelt wordt gebruikt, dreigt volgens de commissie van de House of Lords een nieuw ontwikkeld antibioticum, - Synercid, dat bestemd is voor de behandeling van multiresistent geworden enterokokken bij de mens - bij voorbaat onwerkzaam te maken. De eerste aanwijzingen daarvoor zijn onlangs gevonden bij kalkoenen die met virginiamycine werden opgefokt.

Het gebruik van avoparcine (nu verboden in de EU) en van virginiamycine (nog toegestaan) in de veeteelt is niet het enige probleem. De Britse lords wijzen ook op de fluoroquinolonen, zoals het antibioticum ciprofloxacine dat voor menselijk gebruik is bestemd.

De recente introductie in Engeland van twee aan ciprofloxacine verwante quinolonen, enrofloxacine en danofloxacine, als groeibevorderaar in de kippenfokkerij, heeft geleid tot een toegenomen resistentie van Salmonella-, Campylobacter- en Escherichia coli-stammen tegen ciprofloxacine. Ook in Nederland doet dit probleem zich steeds vaker voor. Bij infecties met deze resistente bacteriën moet dan overgeschakeld worden op andere, vaak duurderde middelen .

Opmerkelijk in het rapport zijn de vele verschillen van inzicht in de oorzaken van de toenemende antibiotica-resistentie waar de commissie tegenaan liep. Het voorlopig verbod van de Europese Commissie op het gebruik van avoparcine bijvoorbeeld, kwam tot stand óndanks het Wetenschappelijk Comité voor Diervoeding van de EU. Dit comité achtte onvoldoende bewezen dat resistentie van enterokokken bij dieren en bij mensen met elkaar te maken hebben.

Toch ging het Europees Parlement deze week nog een stap verder. In een gezamenlijke resolutie van de diverse fracties werd donderdag een totaal verbod bepleit op het gebruik van antibiotica in veevoer.

Duidelijk is overigens dat het antibiotica-gebruik in de veehouderij niet de enige oorzaak is van de groeiende resistentie onder bacteriën. Overbodig of verkeerd gebruik van de antibacteriële middelen door artsen speelt evenzeer een belangrijke rol.

De medisch-microbioloog prof. dr. J. Verhoef, hoofd van het Eijkman-Winkler Instituut voor microbiologie en infectieziekten van de Universiteit Utrecht, deelt de twijfel van sommige collega's over een direct verband tussen de aanwezigheid van resistente bacteriën bij dieren en bij de mens. 'Echt hard bewezen is dat nog niet. Een punt is bijvoorbeeld dat ziekenhuizen in de Verenigde Staten veel vaker dan in Europa te kampen hebben met infecties door enterokokken die resistent zijn tegen vancomycine. Toch hebben de VS het gebruik van avoparcine in de veehouderij nooit toegestaan.'

Niettemin denkt Verhoef 'dat er best een relatie zal liggen'. Hij is er dan ook, net als Stuart Levy en de Britse lords, voorstander van dat het gebruik van antibiotica als groeibevorderaar in de veeteelt strenger wordt gereguleerd, liever gezegd geminimaliseerd. 'Als de veehouderij er niet buiten kan - maar dat is niet echt aangetoond - dan zal er op zijn minst voor gezorgd moeten worden dat antibiotica die voor de mens bestemd zijn, niet ook als groeibevorderaar en voerbespaarder worden gebruikt.'

Een andere maatregel waar Verhoef groot voorstander van is, is het scheppen van meer leefruimte in de bioindustrie. 'Canada en Noorwegen bijvoorbeeld kennen grote viskwekerijen, waar enorme hoeveelheden antibiotica worden gebruikt om infectieziekten te voorkómen. Je hebt er een geweldige concentratie van vissen, net zoals trouwens van kippen in de pluimveehouderij. Maak de vijvers, of de stallen, groter en de besmettingskans zal afnemen, waardoor ook het antibioticagebruik kan dalen. Per saldo zou meer leefruimte voor de dieren zelfs wel eens goedkoper kunnen uitvallen.'

Verhoef, die met collega's van de Universiteit van Iowa (VS) in het Sentry-project de opmars van resistente bacteriën in de wereld op de voet volgt, maakt zich nog geen grote zorgen.

'Onbehandelbare infecties hebben zich in Nederland nog niet voorgedaan, er zijn nog geen doden gevallen door resistente bacteriën. Maar er is absoluut reden tot bezorgdheid voor de toekomst.

'We moeten niet langer ach en wee blijven roepen, we hebben geen nieuwe rapporten meer nodig. We weten wat er gedaan moet worden. Er zijn nog mogelijkheden om het probleem op te lossen, vóór het echt uit de hand loopt.'

Gerbrand Feenstra

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden