Column

Backpackers herken ik op kilometers afstand

Ik herken backpackers op kilometers afstand. Jarenlang zaten ze naast me te lullen op een Grieks strand.

null Beeld Thinkstock
Beeld Thinkstock

'Dit is geen backpacker', lees ik zojuist op de voorpagina van de Volkskrant. De tekst staat vlak naast de foto van een Syrische vluchteling, gestrand op het Griekse eiland Kos. Eerst dacht ik: leuk idee voor nog honderden andere voorpagina's. Een foto plaatsen en dan vlak ernaast - in grote letters - wat het niet is. Een afbeelding van een gitaar en dan: 'Dit is geen eengezinswoning in de Van der Abbestraat.'

Maar ik snap het idee. Ik moet schrikken. Wat? Geen backpacker? Hoe kan dat nou. Maar hij heeft toch allemaal tassen bij zich en hij lacht, met een strand op de achtergrond. Dat moet dan toch een backpacker zijn! Dat dacht ik allemaal niet. Ik herken backpackers op kilometers afstand. Jarenlang zaten ze vlak naast me te lullen op een Grieks strand, met een shawl om hun nek.

In de jaren tachtig bezocht ik achtereenvolgens Kreta, Corfu, Zakynthos, Chios en Lefkas. Niet als backpacker maar als Mr. Hand Luggage. Ik reisde met een koffer. Om die koffer deed ik een gekleurde riem zodat ik hem snel herkende tussen andere koffers. Die koffer gooide ik achter in een taxi, ik noemde de naam van het geboekte hotel en daarna zei ik vier keer tegen de taxichauffeur dat ik inderdaad uit het land van Joehen Kroef kwam.

Dat was allemaal heel overzichtelijk. Daarna was het wachten op de island hoppers. Denkt u inderdaad maar aan sprinkhanen, maar dan met een gerafelde korte broek aan en in het bezit van een baard. Ook de vrouwen. Waar ik ook op het strand lag, binnen tien minuten zag ik ze samenklonteren, die met zuur ruikend zweet overdekte zoutkorstmensen, onafgebroken met elkaar babbelend over de afgelegde reis.

Het werd mij al snel duidelijk wat dat backpacken nu eigenlijk inhield. Zoveel mogelijk Griekse eilanden aandoen en daar zo weinig mogelijk voor betalen. Daar lag ik, op een handdoekje, en vlak naast mij hoorde ik ze tegen elkaar opbieden. 'Veertig eilanden in tien dagen. Voor omgerekend 23 gulden. We drinken melk van schoteltjes en we eten ongekookte rijst. We zouden niet anders willen.' Daar ging een andere eilandhopper dan weer keihard overheen. 'Ah, jullie doen het rustig aan dus. Wij zagen 47 eilanden in drie dagen. We gaan aan een boot hangen en kijken wel waar we aankomen.'

Ik snapte het. Griekenland was voor deze voor 90 procent uit leem en okselhaar bestaande wezens een kaart vol met stippen en die stippen moesten worden afgevinkt. Soms keken ze even mijn kant op, als ze het geluid herkenden van een opengewipt blikje bier. En ik zag het in hun ogen: ik was het kwaad. Ik was de massatoerist. Ik reisde op dingen met wielen en in metaal met vleugels. Ik droeg schoenen. Ik had geen pluisje in mijn navel.

Na twee uur verdwenen de backpackers, op zoek naar een van een tafel afgevallen druif of een blinde visser die hen lukraak naar een ander eiland kon varen. Ik bleef liggen, wachtte op de volgende lichting en luisterde mee. 'Zijn jullie niet op Kalafilos geweest? Nee? Wij wel. De mensen daar zijn geen ander leven gewend. Ze dachten dat de rugzak van vlees was en aan ons lichaam zat. Heerlijke tijd gehad, die anderhalf uur dat we er waren. Morgen gaan we naar Mafos. Daar eten de mensen nierstenen. Lachen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden