Bacchus op de biotoer

Aanvankelijk was het idealisme groter dan het vakmanschap, maar sinds enige tijd is 'biologische' wijn een serieus product. Het aantal boeren dat op alternatieve wijze werkt, neemt toe, evenals de import van hun wijn in Nederland....

OP menige kersttafel prijken volgende week dier- en milieuvriendelijke gerechten. De donkere decemberperiode waarin feest en bezinning samenvallen, biedt de gelegenheid eens iets biologisch te proberen. Want 'biologisch' is in. Niet alleen uit bezorgdheid om de eigen gezondheid, ook vanwege het milieu. Bovendien smaken scharrelkip en biologisch witlof beter, menen velen.

Voor wijn lijkt dat echter minder op te gaan. Terwijl het biologische segment aan Nederlandse voedingsproducten ongeveer 2 procent beslaat, blijft de biologische wijn daar ver onder. Biologische of biologisch-dynamische wijn koop je niet voor de smaak, maar uit overtuiging, zo lijkt het.

Er zijn slechts weinigen voor wie de biologische wijn de lekkerste is. Toch lijkt dat een vooroordeel uit de jaren zeventig. In die tijd schakelde een aantal regulier producerende wijnboeren die het niet voor de wind ging, over op een biologische productiewijze. 'Aanvankelijk was het idealisme belangrijker dan het vakmanschap', herinnert Henryk Reéko zich. 'Dat leverde nogal zure wijn op. Men experimenteerde zo enthousiast met compost, koeienpoep en kruidenbrouwsels, dat men vergat voldoende aandacht te besteden aan het eigenlijk wijn maken.'

Reéko importeert samen met zijn vrouw Steffie onder de naam Château Prodor al bijna een kwart eeuw biologische wijn. De eerste zes flesjes verkochten ze in 1975, aan Steffie's zanglerares, inmiddels produceren ze een half miljoen flessen per jaar, waarmee Prodor de grootste is van het handjevol biologische wijnimporteurs in Nederland. Vanuit hun huis-met-loods in Lelystad verscheepte het echtpaar Reâko de afgelopen weken palets vol kerstpakketten biowijn.

'Ik was geen missionaris en ben dat nog steeds niet. Maar ik ben ervan overtuigd dat wijn zonder al die gif- en meststoffen gewoon beter moet zijn.' Daarom lieten de Reâko's hun wijnen keuren op de aanwezigheid van sulfiet en andere stoffen, meestal bij keurmeesters in het land van herkomst, ook wel bij Nederlandse laboratoria. De naam Château Prodor stond garant voor kwaliteit - geen kunstmest, geen bestrijdingsmiddelen, geen sulfiet.

Nu is dat pionieren overbodig. Keurmerken als EKO en Demeter (Nederland), Ecocert (Frankrijk), Bioagricoop (Italië) en Bioland (Duitsland) hebben die taak overgenomen. En door moderne technieken van vinificatie is de kwaliteit van wijn de afgelopen decennia over de hele linie toegenomen, dus ook die van biologische wijn. 'Ik kom nu wijnen tegen waar ik mijn jasje voor uittrek', zegt Reëko, die altijd 'op zoek is naar de beste wijn ter wereld'.

Maar hoewel Reëko deze nog niet is tegengekomen ('wat ik niet erg vind'), weet hij op zijn zoektochten wel mooie biologische wijnen te vinden. Soepele wijntjes van acht gulden voor in de supermarkt, tot een stevige Châteauneuf-du-pape van 45 gulden die bij exclusieve slijters over de toonbank gaat. En mensen die denken dat alleen dure wijnen goed zijn, krijgen het met Reâko aan de stok.

Toch is biologische wijn meestal een paar gulden duurder dan regulier geproduceerde wijn. Er zit meer handarbeid in het wieden van onkruid en het snoeien van bladeren en trossen dat plagen moet voorkomen. Bovendien nemen biologische telers vaak genoegen met een lagere opbrengst per hectare, omdat ze rekening houden met de draagkracht van de aarde. Daarnaast wensen ze een hogere concentratie fruitsmaken in de wijn.

De Nederlandse importeurs zien de vraag naar biologische wijn langzaam groter worden, maar het aanbod blijft achter. Op de golven van onrust door gekke-koeien-ziekte en varkenspest is de biowijn in Frankrijk nu een trend, maar het duurt jaren voor een reguliere wijngaard biologisch genoemd mag worden. Grote châteaus als La Gaffelière, Haut-Brion en Beaucastel zetten voorzichtige stapjes naar een productie met minder chemie. Of ze schakelen stilletjes om, want lang niet elke boer loopt ermee te koop of laat z'n wijn officieel keuren.

Waarom, zo vragen sommige trotse producenten zich af, moeten wij onze wijn laten keuren door bureaucraten die nergens van af weten? Bovendien kost een keurmerk geld en wil een deel van de wijnbouwers niet worden geassocieerd met het biologische circuit, en zijn geitenwollensokken-imago van weleer.

Ook veel Nederlandse wijn in- en verkopers lopen er niet mee te koop. 'Ik heb hier een aantal biologische wijnen staan', zegt bijvoorbeeld Peter Remalda van De Wijnwinkel in Amsterdam. 'Ik weet hoe de boeren hun wijn maken, maar als ze vragen of er een sticker met ''biologisch'' op hun flessen moet, zeg ik: doe maar niet. Kwaliteit moet het verkoopargument zijn, niet of een wijn biologisch geproduceerd is.'

Voor de supermarkt ziet Remalda wel het nut van een keurmerk, omdat de klant in één oogopslag moet zien wat hij in huis haalt. Persoonlijk advies ontbreekt daar immers. Inmiddels hebben grootwinkelbedrijven als Albert Heijn en Konmar enkele redelijk smakende en laag geprijsde biologische wijnen met keurmerk in het schap staan.

De geitenwollensokken-tijd lijkt definitief voorbij. Sterrenrestaurants serveren bij voorkeur biologische wijn. Topkoks prefereren de onbespoten drank voor sauzen en gerechten. En ook cateraars van luchtvaartmaatschappijen als Martinair en Swissair willen biologisch. In de wereld van relatiegeschenken gaan de flessen eveneens grif over de toonbank.

'In Frankrijk is er nu zelfs een tekort aan biologische wijn', zegt Vincent Helberg van Vinimport in Driebergen, met 25 duizend flessen de kleinste importeur van Nederland. Zeven jaar geleden begonnen met een curiositeit als biologische beaujolais primeur in een vegetarisch restaurant, vandaag de dag importeert Helberg 250 verschillende wijnen. 'Niet alleen is in Frankrijk en Duitsland veel vraag naar biologische producten, ook Aziatische landen kopen, ondanks de economische crisis, grote partijen Franse wijn op. En biologische boeren doen daar lekker aan mee. Evenals in Spanje en Italië.

Ook supermarktketen Konmar constateert beperkte voorraden in het biologische circuit. Diens wijninkoper Marcel Jesmiatka ziet zelfs dat de zorg voor het milieu 'stilaan integraal onderdeel van het dagelijks leven' is geworden. 'Ook in Nederland, al zijn wij niet gewend een tikje meer geld uit te geven voor kwaliteit.'

Twee van zijn biologische wijnen kosten echter nog geen zeven gulden, de Bulgaarse zelfs minder dan vijf. 'We verdienen er nauwelijks wat op. We willen ecologische producten bereikbaar houden voor de doorsnee-consument', zegt Jesmiatka. 'Het mooiste is dat veel onbewuste kopers terugkomen voor die wijnen. ''Hè, wat was dat lekker'', zeggen ze dan.'

Dat mensen dat op een dag ook van hún wijn zullen zeggen, weten Jan en Els Oude Voshaar zeker. Het echtpaar plantte deze zomer een hectare wijnstokken op de Wageningse Berg, nadat het ruim tien jaar in volkstuintjes had gëexperimenteerd met diverse druivenrassen. 'Wijngaard Wageningse Berg' heeft zich aangesloten bij het groeiende gilde van Nederlandse wijnproducenten, en opereert volledig biologisch. Er zijn tot nu toe nog slechts enkele tientallen liters geproduceerd, maar het EKO-keurmerk ligt al in de kast.

'Wij hebben ons geconcentreerd op het vinden van rassen die resistent zijn tegen meeldauw, maar toch een goed smakende rode wijn opleveren. Ik denk dat we die met de van oorsprong Duitse Regent gevonden hebben', zegt Jan Oude Voshaar, statisticus en in deeltijd werkzaam bij het landbouwinstituut DLO. Oude Voshaar won dit najaar de jaarlijkse verkiezing van de beste wijn van Nederlandse bodem. Er zijn hier inmiddels tien professionele wijngaarden - groter dan een hectare - en daarnaast zo'n honderd kleinere.

De huidige manier van wijnbouw is Oude Voshaar een gruwel. De opbrengsten zijn wel hoog, maar de gifspuit roeit alle bodemorganismen uit en de trekkers die vooral de wijngaard ingaan als er bij nat weer tegen meeldauw moet worden gespoten, verpesten de bodemstructuur. De Oude Voshaars gaan het anders doen: restistente rassen, betere bodemstructuur, gifspuit noch kunstmest. In plaats daarvan algenpreparaten en waterglas, en ondergroei met bloemen die nuttige insecten als roofmijten, sluipwespen en lieveheersbeesjes aantrekken.

Bordeauxse pap, een mengsel van kopersulfaat en kalk, is taboe, en mag ook niet volgens het Nederlandse EKO-keurmerk. In landen als Frankrijk en Italië is het gebruik van koper tegen schimmels wel toegestaan door de eko-keurmeesters. Onderzoekers van de Landbouwuniversiteit Wageningen in Italiaanse wijngaarden plaatsen vraagtekens bij de milieuvriendelijkheid van bioboeren die een grote vracht koper over hun land uitstorten.

Dus wat zegt zo'n buitenlands keurmerk? 'Wij hanteren de Europese regels voor biologische druiventeelt en die staan het gebruik van kopersulfaat toe', zegt Irene Rentenaar van SKAL, die de bio-keuringen voor Nederland verzorgt. 'Ook mag er sulfiet in biologische wijn zitten, echter slechts de helft van wat de Europese norm voor reguliere wijn voorschrijft.'

Voor importeur Helberg is dat ook een goede reden om eens een biologisch flesje te ontkurken. 'Als er bij het eten of op een feestje flink wordt geschonken', zegt hij, 'heb ik de volgende ochtend aanzienlijk minder last dan wanneer er traditionele wijn in het geding is. Dat komt doordat er minder rotzooi in zit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden