Babysterfte daalt opzienbarend

De sterfte onder voldragen baby's in Nederland is in de afgelopen negen jaar met bijna 40 procent gedaald. In 2001 overleden nog 3,8 op de duizend voldragen kinderen rond de geboorte, in 2010 was dit aantal gedaald naar 2,3 per duizend. Toch is het nog onduidelijk of Nederland internationaal nu beter scoort.

UTRECHT - In 2010 overleden volgens de voorlopige cijfers 367 voldragen baby's rond de geboorte. De getallen komen uit de eerste landelijke Perinatale Audit, een grote studie naar de oorzaken van babysterfte. Het is onbekend waardoor de sterfte zo daalt, maar mogelijk heeft de jarenlange aandacht voor de hoge babysterfte geleid tot een scherper bewustzijn onder zorgverleners.


De babysterfte in Nederland daalt al jaren. Toch doet Nederland het tot nu toe slecht in vergelijking met andere landen, omdat de babysterfte daar simpelweg harder daalt. Volgens de laatste internationale vergelijking uit 2004 had Nederland bijna de hoogste babysterfte van Europa. Alleen Frankrijk en Letland scoorden hoger.


Vooralsnog zijn er vrijwel geen recentere cijfers uit andere gebieden. Alleen met Vlaanderen en Finland is inmiddels een vergelijking te trekken. Daaruit blijkt dat in 2010 de babysterfte onder voldragen kinderen in Nederland nog altijd hoger was dan in Vlaanderen en Finland. Tegelijkertijd daalde de sterfte de afgelopen jaren wel sterker dan in die gebieden.


Naast de sterftecijfers werd in de Perinatale Audit vooral gekeken naar de oorzaken van babysterfte. Daarvoor werd een bijzondere opzet gekozen: elk zogeheten perinataal sterfgeval uit 2010 werd afzonderlijk besproken door een grote groep verloskundigen, gynaecologen en kinderartsen uit de eigen regio.


Op deze bijeenkomsten oordeelden 30 tot 40 man over een sterfgeval. Per kind duurde dat een uur. Ook de betrokken verloskundigen en gynaecologen waren daarbij aanwezig. 'Het waren soms emotionele bijeenkomst', zegt kinderarts Hens Brouwers, bestuurslid van stichting Perinatale Audit Nederland (PAN). 'De betrokkenen zijn niet verplicht zich bekend te maken, maar in de praktijk weet iedereen wie het zijn.'


Uiteindelijk oordeelden vakgenoten over elkaar: verloskundigen over verloskundigen, gynaecologen over gynaecologen. 'Je moet voorkomen dat beide groepen met modder gaan gooien naar elkaar', zegt PAN-voorzitter Hein Bruinse. 'Het doel is alles open en eerlijk te bespreken.'


Uit de audits blijkt dat 10 procent van de sterfgevallen onder voldragen baby's waarschijnlijk werd veroorzaakt door fouten van verloskundigen of gynaecologen: ze hielden zich niet aan richtlijnen en protocollen of communiceerden slecht. Zo werd groeivertraging van een baby tijdens de zwangerschap meermaals niet opgemerkt, terwijl er wel signalen waren. Ook waren er organisatorische fouten.


Bij de sterfgevallen waar fouten werden gemaakt, waren ongeveer even vaak verloskundigen als gynaecologen betrokken. Bij meer dan de helft speelden meerdere zorgverleners een rol.


De fouten hadden vaak te maken met een te afwachtende houding. 'Er is in Nederland nog te veel vertrouwen dat het allemaal wel goed komt', zegt Hans Merkus, emeritus-hoogleraar verloskunde en oprichter van de PAN. Vaak draait het om alertheid, zegt Bruinse. 'Zo is de perinatale sterfte bij tweelingen bijvoorbeeld lager dan bij eenlingen. Dat zou theoretisch andersom moeten zijn. Maar het komt simpelweg doordat er beter op die kinderen wordt gelet.'


In het onderzoek werden alleen de sterfgevallen geanalyseerd van in principe gezonde, voldragen baby's van meer dan 37 weken. In deze groep doet Nederland het relatief slecht. 'Bovendien heb je meer uit te leggen als je een kind van 6 pond verliest, dan wanneer een te vroeg geboren kind overlijdt', zegt Merkus. 'De overlevingskansen van voldragen kinderen zijn heel hoog: 99,7 procent.'


De bijeenkomsten met zorgverleners uit eigen kring leverden veel op, zegt Brouwers. 'Als je elkaar recht in de ogen kunt kijken en kunt zeggen dat iemand iets niet goed heeft gedaan, dan is dat heel anders dan wanneer je dat van een afstand te horen krijgt. Dan ben je de volgende keer alerter. Dan snap je ook beter wat je van elkaar kunt verwachten.'


In Engeland en in Noorwegen werden de perinatale audits al eerder ingevoerd. Daardoor is daar de babysterfte aanzienlijk gedaald, stelt Brouwers. Hij verwacht dat dit ook in Nederland zal gebeuren.


Het Nederlandse onderzoek was niet gericht op de vraag of de relatief hoge babysterfte te maken heeft met de typisch Nederlandse thuisbevalling. Er werden alleen fouten genoteerd als de zorgverleners afweken van richtlijnen of van handelingen die bekendstaan als gangbare zorg. Zo zijn er weinig richtlijnen over de samenwerking tussen verloskundigen en gynaecoloog, zodat een gebrek daaraan niet werd gezien als een afwijking.


In negen jaar tijd is de sterfte in Nederland onder voldragen baby's met zo'n 40 procent gedaald. Hoe dit komt, blijft vooralsnog gissen.


Wat gaat er mis?

Bij 10 procent van de voldragen baby's die in Nederland rond de geboorte overlijden, komt dat waarschijnlijk door fouten van verloskundigen of gynaecologen.

Zorgverleners hadden soms niet door dat de baby tijdens de zwangerschap steeds minder groeide terwijl er wel duidelijke signalen waren. In één geval hadden drie verloskundigen het kind afzonderlijk via een echo gemeten en geconstateerd dat de groei binnen de marges lag. Ze verzuimden echter om de meting met de vorige echo's te vergelijken, zodat niet werd ontdekt dat de groei zeer ernstig was afgenomen. De baby overleed.

Ook gingen verloskundigen en gynaecologen meermaals in de fout door niet goed naar de hartfilmpjes van de baby te kijken. Soms door gebrekkige kennis, soms door tijdgebrek. Daardoor hadden ze niet op tijd in de gaten dat de toestand van de baby verslechterde, en uiteindelijk fataal werd.

Zwangere vrouwen die minder leven voelden in hun buik werden ook niet altijd onmiddellijk onderzocht, terwijl dat wel moet. Een zwangere vrouw wachtte door het ontbreken van goede instructies een week lang om hiermee naar de verloskundige te gaan. Haar kind overleed voor de geboorte.

Meerdere fouten hadden te maken met miscommunicatie. Een baby overleed doordat de verloskundige en de gynaecoloog allebei van elkaar dachten dat ze een zwangere vrouw onder behandeling hadden.

Ook gingen er organisatorische zaken mis. Een fataal aflopende bevalling werd ernstig vertraagd doordat de deuren van de verloskamer waren geblokkeerd. Uit het onderzoek volgen meerdere maatregelen om de babysterfte te verlagen. Zo kan een echo tussen de 34 en 36 weken worden ingevoerd om groeivertraging op te sporen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.