Babyboomer profiteert minder

AMSTERDAM - Babyboomers zijn niet de grootste profiteurs van de verzorgingsstaat. Mensen die tussen 1960 en 1990 zijn geboren hebben veel meer voordeel gehad van de overheid. De generaties hierna zullen een stuk minder profijt hebben. Daarnaast is het aannemelijk dat 65-plussers meer hebben bijgedragen, dan dat ze hebben ontvangen.


Dat blijkt uit een studie van het Centraal Planbureau (CPB) die vandaag verschijnt in het ESB, het vakblad over economie en beleid. Bij het onderzoek is gekeken naar de belastingen en premies die iemand in zijn leven afdraagt, en welke overheidsvoorzieningen hij ontvangt.


Volgens het CPB is het voor het eerst dat er bij dergelijke studies ook wordt gekeken naar de verdeling van de lusten en de lasten uit het verleden. Tot nu toe werd er alleen gekeken naar de toekomstige kosten en baten, hierbij komen de babyboomers juist als profiteurs uit de bus omdat zij komende jaren gebruik maken van de AOW en meer zorg nodig hebben. Nu wordt er ook gekeken naar wat zij hebben bijgedragen.


De studie begint bij de eerste naoorlogse geboortegolf. Opvallend is dat de mensen die tussen 1946 en 1948 geboren zijn meer hebben betaald, dan ontvangen. 'Dus het is aannemelijk dat dat nog sterker geldt voor mensen die voor 1946 zijn geboren', aldus CPB-onderzoeker Harry ter Rele. De voornaamste verklaring hiervoor is dat de naoorlogse jaren karig waren, zo werd er weinig uitgegeven aan onderwijs.


Uitgaven aan onderwijs, zorg en openbaar bestuur zijn dan ook de belangrijkste redenen waarom twintigers, dertigers en veertigers meer hebben geprofiteerd van de overheid. 'Het aantal mensen met bijvoorbeeld een universitaire opleiding is flink gestegen', aldus Ter Rele. Daarnaast hebben mensen die begin jaren zestig geboren zijn relatief veel gebruikgemaakt van werkloosheidsuitkeringen, aangezien ze begin jaren tachtig de arbeidsmarkt betraden. Een wrang voordeel, aldus de onderzoeker.


De kans dat jongeren komende jaren evenveel zullen profiteren, is volgens Ter Rele heel klein. 'Dat kan alleen als de overheid draconische maatregelen neemt, zoals het halveren van de AOW-uitkering.' Jongeren zullen desalniettemin nog altijd meer ontvangen, dan dat ze betalen aan de verzorgingsstaat. De baby van nu heeft nog altijd een voordeel van 16 duizend à 27 duizend euro. Dat bedrag is naar schatting 1,5 tot 2,5 procent van het totale inkomen dat iemand verdient. Ter vergelijking: iemand die in de jaren zestig is geboren, heeft 8 à 9 procent van zijn levensinkomen erbij gekregen. De baby dankt het voordeel aan het gas en profiteert nog steeds van de gebouwen, snelwegen en de voorzieningen die de vooroorlogse generatie heeft opgebouwd.


De belangrijkste reden dat jongeren minder profiteren, is de vergrijzing; er zijn minder werkenden die belasting afdragen en meer mensen die AOW ontvangen en zorg nodig hebben. Daarnaast neemt de gasvoorraad gestaag af. Om het systeem betaalbaar te houden, zullen de voorzieningen worden versoberd. Zo moeten jongeren waarschijnlijk langer doorwerken.


In de berekeningen is alleen gekeken naar de uitwisseling van geld tussen de overheid en burgers. Zo is er niet gekeken naar de voordelige of nadelige effecten van de woningmarkt en het pensioenstelsel. Aannemelijk is bijvoorbeeld dat de babyboomers wel flink geprofiteerd hebben van de stijgende huizenprijzen.


'In de periode tussen 1995 en 2002 zijn de prijzen verdubbeld', zegt Ter Rele. 'De babyboomers hadden toen al een huis.' Ook van de regeling voor vervroegde uittreding (vut) hebben mensen die voor 1950 zijn geboren het meeste geprofiteerd. 'Dat compenseert het dus weer wat.'


Marcel van Dam (73) verdedigde afgelopen jaren de positie van de babyboomer met verve.


'Nee, ik vind het juist waanzinnig dat er berekeningen worden gemaakt over de vraag: welke generatie profiteert het meeste van het overheidsbeleid? Als je naar de geschiedenis kijkt zie je dat er altijd al generatieconflicten zijn geweest. Maar nimmer ging het conflict over geld. Sinds de jaren negentig, toen er computermodellen kwamen die dit konden uitrekenen, gaat het over geld.'


'Nee, ben je gek. De vooronderstelling dat de babyboomers het geweldig getroffen hebben en dat ze nu maar eens moeten betalen, is inmiddels zo ingesleten.'


'Er moet een slot gezet worden op generatiebeleid. Als men in de jaren vijftig had geredeneerd zoals men nu redeneert was de AOW nooit ingevoerd. Bovendien: hoe kun je beleid maken op berekeningen die 100 jaar vooruit rekenen. Dat is hoogmoed.'


Martin Pikaart (42) is voorzitter van het Alternatief voor Vakbond en heeft afgelopen jaren geageerd tegen de luxe-positie van de babyboomer.


'Hahaha, nou ja. Om maar met de deur in huis te vallen: ik vind het nogal een pretentieus stuk. Het is op zich een aardige discussie die aangezwengeld wordt, maar dan moet je wel duidelijk maken dat de conclusies gerelativeerd moeten worden.'


'In het onderzoek is een aantal belangrijke zaken niet meegenomen. De babyboomers hebben bijvoorbeeld enorm geprofiteerd van de woningmarkt. Maar ook van de vut. Een behoorlijk deel van de generatie die voor 1955 is geboren, kon op zijn 57ste met de vut. Dat betekent dat ze acht jaar 70 procent van hun salaris hebben gekregen.


'Geen, het is misleidend om twee belangrijke posten: de pensioenen en de woningmarkt, niet mee te tellen.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden