NFF-verkenners

Babette van Veen: 'Voor een film heb je meer tijd om te leren, dat is een luxe'

Tijdens het Nederlands Film Festival (NFF) gidsen de Gasten van de Volkskrant u door het veelbelovende programma en 'hun' Utrecht. Welke films kijken zij? Wie verdient een Gouden Kalf? En waar kun je tussendoor eigenlijk het lekkerst eten? Vandaag: zangeres en actrice Babette van Veen (45).

Babette van VeenBeeld Pepijn: Nick Helderman

Ga je vaak naar de bioscoop?
Ik moet eerlijk zeggen dat ik gister voor het eerst sinds tijden weer eens 's avonds naar de bioscoop ben gegaan. Als ik ga, is dat meestal overdag, omdat de kinderen iets willen zien. Zelf ben ik echt een thuiskijker, ik download veel films en series. Dat heb ik van mijn vader, die zit ook het liefst thuis knus op de bank bij een warme kachel. Nederlandse films kijk ik eigenlijk niet zoveel, dat probeer ik nu een beetje in te halen.

Hoe komt dat?
Ik heb vaak weinig tijd. Als ik iets kijk, wil ik toch graag een soort mooi weer garantie, de zekerheid dat ik een leuke tijd ga hebben. Ik houd heel erg van series als 24, dat zet ik toch sneller op dan een Nederlandse film.

Je hebt zelf in een aantal films gespeeld. Verschilt de dynamiek op een filmset met die van een televisieserie?
Dat verschilt enorm. Ik was twintig jaar toen ik in mijn allereerste film speelde. Het ging over de jaren '50 en de set was echt prachtig. Alles klopte tot in de allerkleinste details. 'Zo'n mooie set ga je de rest van je leven niet meer zien', zei de regisseur. Hij had gelijk. Toch is televisie voor mij als acteur ook heel interessant. In korte tijd maak je vreselijk veel mee. Waar je bij een film na zes weken draaien een paar mooie scènes hebt, heb je in een televisieserie na zes weken een heel leven achter de rug.

Juist die afwisseling vind ik zo leuk. De ene keer loop je over zo'n prachtige jaren '50-set, de andere keer sta je tegen een dunne wand die klappert zodra iemand zogenaamd de deur laat dichtvallen. Dat heeft ook zijn charme.

Bereid je je anders voor op een filmrol?
Voor een film heb je meer tijd om te leren, dat is een luxe. Bij televisie moet alles veel sneller. Maar veel van de stereotypen zijn niet echt van toepassing, zoals het idee dat bij films altijd veel langer wordt nagedacht. Ik heb weleens meegemaakt dat ik in een dure film speelde en ik de regisseur vroeg of er nog iets was waar ik op moest letten. Hij antwoordde: 'Joh, als je nou zorgt dat je niet struikelt over het meubilair, is dat meer dan genoeg.' Terwijl ik voor televisie juist regisseurs heb gehad die begonnen over diepere lagen, emoties voelen. Dat ik dacht 'mag het een beetje minder?'

Wat maakt een goede regisseur?
Ik denk dat een goede regisseur je inspireert om het mooiste uit jezelf te halen en je ook ruimte geeft voor een eigen invulling. Niet iedereen doet dat. En ik vind het fijn als het op de set een beetje leuk en gezellig is, dan presteer ik beter.

Een van de films waarin je speelde, werd geregisseerd door je vader, Herman van Veen. Hoe was dat?
Mijn vader was niet echt een regisseur, dus voor hem was het allemaal vrij nieuw. Hij was best streng, dat vond ik wel wat lastig. Ik ben zelf meer van het leuk hebben op de set, ook onder moeilijke omstandigheden. Met familie werken is sowieso best lastig, je kent elkaar zó goed.

Het NFF staat dit jaar in het teken van 'naakt'. Welke naaktscène uit een Nederlandse film is jou bijgebleven?
Mijn generatie is opgegroeid met de film Mama is boos, daarin zit als ik mij goed herinner een scène waarin een meisje naakt onder de douche staat. Zelf heb ik nog getwijfeld of ik auditie zou doen voor Honneponnetje met Nada van Nie, daarin zat ook veel naakt. Het was in die tijd gewoon zo dat als je díe leuke rolde wilde hebben, het duidelijk was dat je dan ook uit de kleren moest. Ik had daar alleen niet zoveel mee.

Ik heb wel veel naaktscènes gespeeld. Die dingen gebeuren nu eenmaal als je een verliefd stelletje moet voorstellen. Maar ik vind het niet bepaald het leukste om te doen. Ten tijde van mijn eerste naaktscène was ik twintig. Ik weet nog dat iemand op de set naar mij toekwam en zei: 'We hebben laatst met een Waalse gewerkt en die dronk voor zo'n scène altijd een glaasje wodka.' Gast, dit is de eerste keer dat ik dit doe. Ik ben twintig jaar. Wodka lijkt mij niet zo'n goed idee.

Hoe pakte je zo'n scène dan aan?
Niet anders dan andere scènes die ik vervelend vond om op te nemen. Verdrinken in de Loosdrechtse plassen bijvoorbeeld. Je hikt er tegenaan maar het is gewoon een kwestie van de tanden op elkaar, niet zeuren en gaan met die banaan. Het hangt er natuurlijk ook vanaf met wie je zo'n scène speelt.

Wat vond jij de beste Nederlandse film van het afgelopen jaar?
Lastig, dat durf ik zo-even niet te zeggen.

Zijn er nieuwe gezichten die je zijn opgevallen?
Van de week zat mijn zoon ziek thuis op de bank Achtste-groepers huilen niet te kijken. Daarin speelt een jong meisje, Hanna Obbeek, zo goed. Zo oprecht en geloofwaardig. Dat zou nog weleens een hele grote kunnen worden. Ze is de dochter van Johanna ter Steege, zelf ook een fantastische actrice.

Je bent gister onder andere naar De Nieuwe Wildernis geweest. Wat vond je ervan?
Ik had al besloten dat ik deze film wilde zien voordat de hele hype eromheen was losgebarsten. Ik zag het in een flits op televisie voorbijkomen en dacht, daar moet ik heen. Ik heb zelf weleens op de Oostvaardersplassen gedraaid en ik vond het vreselijk. Een grote barre vlakte waar een gure wind overheen waaide en waar, als je niet oplette, opeens een rund voor je neus kon staan. Toen zag ik die flits en dacht, dit is toch niet dat verdronken moeras?

In het eerste shot volgt de camera de ondergaande zon om daarna weg te zakken onder het wateroppervlak. Vervolgens zie je kikkerdril, van zó dichtbij gefilmd dat het er onwerkelijk mooi uitziet. Ik was meteen ontroerd en had een soort magische momentje waarin ik alleen maar kon denken dat de wereld toch wel echt heel mooi is, en hoe de natuur en alles één is. Al die superlatieven over de kringloop van het leven, zeg maar. En dat door een beetje kikkerdril. (lacht)

Je bent hier in de buurt opgegroeid. Waar ga jij het liefst tussen films door naartoe?
De Drieharingenstraat. Een heel klein straatje met allemaal leuke eettentjes en barretjes. Ik vind het zelf ook altijd leuk om langs dat heel oude snoepwinkeltje vlakbij het 't Hoogt te gaan. Ik kwam daar vroeger altijd met mijn oma die er zelf als kind ook al snoepjes kocht. Het ziet er nog precies zo uit als honderd jaar geleden, met glazen potten vol duimdrop en ander ouderwets snoepgoed. En de bloemenmarkt, daar houd ik ook van.

Kun je voor een snelle hap ook terecht in de Drieharingenstraat?
Ja. Eetcafé Winterhuis is een goeie als je snel even iets wilt eten. Het is niet duur en heel lekker. Als je wat uitgebreider de tijd wilt nemen, zou ik naar Vis en Meer gaan.

Je hebt dus een geslaagde avond gehad?
Ja, het was heel leuk om mee te maken. Het is net alsof heel de stad een beetje meer tot leven komt door zo'n festival. Ik ben hiervoor weleens naar premières op het NFF geweest, maar nooit echt als 'gewone' filmliefhebber. Dit is toch anders, meer laagdrempelig dan dat opgedirkte rode loper gedoe. En leuker.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden