Baas van de bühne

De Nederlander Johan Simons leidt sinds twee jaar het Duitse theater Münchner Kammerspiele. Hij weet zijn internationale ambities te verwezenlijken en het publiek stroomt toe. In mei komt het gezelschap naar Amsterdam.

Toen onlangs bekend werd dat twee voorstellingen van de Münchner Kammerspiele waren geselecteerd voor het jaarlijkse Theater Treffen in Berlijn, heeft Johan Simons via de intercom zijn hele gezelschap bij elkaar geroepen en op het podium toegesproken. Voor een Duitse theatergroep is meedoen aan Theater Treffen, waarin jaarlijks de tien beste voorstellingen uit het Duitse taalgebied worden getoond, buitengewoon statusverhogend en prestigieus. 'Lieve mensen, Bundespresident Wulff mag dan zijn afgetreden, wij zijn aangetreden!', was de boodschap van de leider van het gezelschap aan zijn acteurs, technici en kantoorpersoneel.


In mei is de Münchner Kammerspiele (MK) tijdens Theater Treffen present met Shakespeares Macbeth in regie van Karin Henkel en met Gesäubert/Gier/4.48 Psychose van de jong gestorven Engelse schrijfster Sarah Kane, de meest recente voorstelling van Simons zelf. Maar voordat het zover is, komt het voltallige gezelschap naar Nederland. En wel met de manifestatie Brandhaarden, waarmee de MK volgende week zes dagen lang bezit zal nemen van de Stadsschouwburg Amsterdam. Daar worden vier grote voorstellingen gespeeld en daarnaast is er een randprogramma met lezingen, ontmoetingen, debatten en kleine producties.


De komst van de MK is ook voor de Amsterdamse Stadsschouwburg een mega-operatie. Zo gaan er vanuit München elf grote vrachtwagens met decors, kostuums en rekwisieten in een rij van 180 meter de weg op, zijn er in Amsterdam 454 hotelovernachtingen geboekt, worden in totaal rond de tweehonderd technische diensten ingepland en verschijnen er onder meer vijf wind- en regenmachines en zes echte honden ten tonele.


Simons is sinds oktober 2010 intendant van de Münchner Kammerspiele. Dat houdt in dat hij het gezelschap artistiek en zakelijk leidt, verantwoordelijk is voor de financiën, personeelsbeleid, programmering, externe contacten en het aantrekken van gastregisseurs. Sommige intendanten laten het daarbij, maar Simons heeft van meet af aan bedongen dat hij ook blijft regisseren. Dus maakt hij in München minstens twee producties per seizoen en is hij regelmatig gast bij andere gezelschappen (zoals binnenkort bij Toneelgroep Amsterdam waar hij Macbeth zal regisseren). In Brandhaarden kan het Nederlandse publiek uitgebreid kennisnemen van zijn recente werk. Van de vier grote producties die naar Amsterdam komen, zijn er twee van Simons zelf (naast het Sarah Kane-drieluik ook Winterreise van Elfriede Jelinek), één van Ivo van Hove (Ludwig II met Jeroen Willems) en één van Alvis Hermanis (Ruf der Wildernis). Deze voorstellingen worden in het Duits gepeeld maar zijn voorzien van Nederlandse boventiteling.


'Ja, het gaat goed, ik ben hier nu bijna twee jaar bezig en voel me redelijk thuis. Maar dat hangt erg samen met het succes dat je hebt, of niet hebt. Als mens vinden ze me allemaal hartstikke leuk, als regisseur heb ik me bewezen, maar als intendant, de man die deze hele tent draaiende moet houden, moet ik iedere dag weer vele ballen tegelijk in de lucht zien te houden. Wat dat betreft is het een zware baan.'


In zijn kantoor in het gigantische MK-pand getuigt Simons zowel van vechtlust en zelfvertrouwen als van twijfel. Hij weet bijvoorbeeld dat hij deels geleefd wordt door zijn agenda en dat hij allesbehalve een groot organisator is. 'Ik probeer het wel, maar het lukt me niet altijd. Duitsers hebben de neiging van elk probleem meteen een groot probleem te maken, dat maakt het er vaak ook niet eenvoudiger op. Je kunt op alles worden afgerekend en toch kom ik hier zingend binnen. Ze weten dat ik een losbol ben, nou ja, losbol is niet het juiste woord - ze weten dat ik sommige dingen weleens vergeet. Wat ik wel kan: voor de troepen gaan staan en de hele boel inspireren.'


Zijn gezelschap heeft alle kenmerken van een middelgroot continubedrijf, maar het mag geen theaterfabriek worden, vindt Simons. Immers: de MK wordt gesubsidieerd om kunst te maken. Een gewone werkdag begint voor hem rond half 10 in de ochtend en loopt door tot half 11 's avonds, en dat vaak zes dagen per week. Twee keer per maand vliegt hij terug naar Nederland om een weekend thuis te zijn. Het best voelt hij zich als hij zelf regisseert en zich in het repetitielokaal met zijn acteurs heeft verschanst. Niemand kan hen daar storen.


'Ik vraag me regelmatig af waarom ik niet gewoon terug ga naar Varik (waar de familie Simons een oud schoolgebouw als woonhuis heeft, red.), en van daaruit dan af en toe een productie in Amsterdam regisseer, of in Gent, of af en toe een opera. Maar dan maak je geen deel uit van het discours, dan ben je geen onderdeel van een groter geheel. Vanuit München kan ik me verhouden tot de andere grote Duitse stadsgezelschappen.'


In die zin heeft Simons een sterke geldingsdrang. Het feit dat zijn voorstelling is gekozen voor Theater Treffen vindt hij erg belangrijk. Hij wil ook dat de MK wordt uitgeroepen tot Gezelschap van het Jaar. Hij is niet ontevreden over hoe het tot nu toe gaat, maar hij vindt het soms allemaal net iets te gemiddeld, net iets te braaf. Daarom is hij voor zichzelf op zoek gegaan naar meer risico's, naar een moment om artistiek een stevige handtekening te zetten. En toen kwam hij uit bij de toneelstukken van Sarah Kane. 'Dit is 100 procent wat ik wil maken, en de acteurs zijn voor 120 procent met me mee gegaan. Dit is waarom ik theater belangrijk vind. Ik heb hier heel hard aan gewerkt, vaak over getwijfeld en nachten van wakker gelegen, maar hier kun je niet omheen, hier zal iedereen iets van vinden.'


Het Schauspielhaus van de Münchner Kammerspiele aan de imposante Maximilianstrasse is omgeven door chique modehuizen. Aan de buitenkant zie je enkel aan de affiches dat hier een theater zit. Maar eenmaal door de gangen heen kom je in de fraaie hal van dit sobere art- decotheater terecht, waar vanavond het intussen gelauwerde Gesäubert/Gier/4.42 Psychose wordt opgevoerd. Simons heeft hierin drie stukken van de Engelse schrijfster Sarah Kane samengevoegd.


Kane pleegde in 1999 zelfmoord. Ze was 28. Oorzaak: zwaar psychisch lijden. Haar stukken genoten in de jaren daarna een zekere cultstatus, ook in Nederland, waar haar werk vooral geliefd is bij jonge theatermakers. Het zijn inktzwarte, van dood, verderf en geweld doordrenkte teksten, bevolkt door mensen die van God los en door alles en iedereen verlaten zijn.


Simons' Kane-drieluik duurt drieënhalf uur en is opgezet als een muziekstuk. In zijn regie heeft hij geprobeerd de lichtheid en humor die volgens hem ook in haar werk zitten eruit te lichten. Haar stukken zijn niet het verslag van een psychose of de blauwdruk voor een zelfmoord, maar getuigen van één grote, harde schreeuw om liefde, vindt Simons.


'In 4.48 Psychose schrijft ze drie bladzijden lang op wat de voorwaarden moeten zijn voor een goed leven, van aandacht krijgen tot je talent ontwikkelen. Als je daar, zoals in haar geval, te weinig van realiseert, is zelfmoord misschien wel de enige oplossing. Belangrijk vind ik die ene zin uit Gier, die in de voorstelling over het decor wordt geprojecteerd: Denn Liebe begehrt von Natur aus eine Zukunft.'


Na afloop vertelt actrice Sandra Hüller: 'We kunnen het werk van Sarah Kane intussen met wat meer afstand beschouwen. Onze voorstelling is geen studie van de geestelijke ziekte die dat ene meisje heeft getroffen, maar gaat over literatuur en poëzie. Voor ons als acteurs is het ook niet van belang om in haar binnenwereld te kruipen, haar depressie te doorgronden. Wij kijken als belangstellende buitenstaanders naar haar. Bovendien: als Johan een tragedie maakt, hoeven wij niet altijd tragisch te zijn. Leven en dood horen bij elkaar.'


Sandra Hüller is in Duitsland een ster, mede vanwege haar filmcarrière. Simons heeft haar als gastspeler bij zijn gezelschap gehaald en binnenkort treedt ze vast toe tot het ensemble. Haar ontmoeting met hem omschrijft ze als het belangrijkste moment in haar carrière: 'Hij opent een ruimte voor je, hij maakt dingen mogelijk. Hij heeft een heldere visie op wat hij met een voorstelling wil, maar schrijft niets voor. Als acteur krijg je vertrouwen en heb je altijd het gevoel dat wat je maakt vanuit jezelf komt. Wat ik ook prettig vind: hij is niet geïnteresseerd in perfectie. En hij kan soms met kinderlijk plezier slechte grappen maken.'


Het gezelschap internationaal uitbouwen, meer openbreken naar de wereld, andere disciplines zoals beeldende kunst en film binnenhalen, gastspelers aantrekken - daarmee is Simons intussen een flink eind gevorderd. Uit België nam hij de acteurs Kristof van Boven en Benny Claessens mee, als gastspelers introduceerde hij onder meer Jeroen Willems, Pierre Bokma, Katja Herbers en Elsie de Brauw (tevens zijn echtgenote). Binnenkort komen er ook Russen, Polen en een Fin bij de MK spelen. Duits is uiteraard de voer- en spreektaal van dit steeds Europeser wordende gezelschap, daarom gaan sommige gastspelers flink op cursus.


Simons heeft in het speelplan ook meteen een grote verandering doorgevoerd: in een voormalig repetitielokaal heeft hij een tweede zaal geopend, de Spielhalle. Daar kunnen voorstellingen langer aan één stuk worden gespeeld, iets wat in het Duitse systeem tot voor kort ondenkbaar was. Daarnaast wordt in het grote Schauspielhaus het klassieke en moderne repertoire gespeeld, elke avond weer een ander stuk van Macbeth tot Sarah Kane, van Tom Lanoyes Atropa tot Ibsen.


In de Spielhalle was afgelopen maand de voorstelling Wassa, naar een onbekend werk van Maxim Gorki, een publiekstrekker. Regisseur Alvis Hermanis, op dit moment een van Europa's meest gevraagde theatermakers, heeft daarvoor een huiskamerdecor minutieus laten nabouwen. Elk detail is kloppend: de oude pendule, de fotolijstjes, de knoopjes aan de jurken, het gehaakte beddensprei. Elsie de Brauw glorieert in Wassa als de onverzettelijke weduwe die haar adellijke Russische familie teloor ziet gaan en niettemin probeert het leven volledig naar haar hand te zetten.


Van geheel andere orde is John Gabriel Borkman van Henrik Ibsen. Regisseur Armin Petras heeft hiervoor een enorm platgeslagen toneelbeeld laten ontwerpen waarin de gekwelde personages op glijbanen heen en weer moeten klauteren. Een typisch voorbeeld van doorgeslagen Duits repertoiretoneel, waarin de regisseur zo'n zwaar stempel op het geheel drukt dat hijzelf belangrijker wordt dan het stuk, laat staan de acteurs. Maar ook dit keer zit de zaal van de MK vol, met jong en oud publiek dat een avondlang geboeid toekijkt.


Hoofdrolspeler André Jung noemt deze opzichtige, uitgeklede Ibsen na afloop 'een interessant experiment'. Het illustreert de voorkomendheid van Duitse acteurs. Nooit zullen ze hun regisseur publiekelijk afvallen, ze doen alles voor hem, denderen desnoods een glijbaan af - alles voor het vak. Jung is een van de beste toneelspelers van Duitsland en intussen zeven jaar in dienst bij de MK. Met Simons maakte hij tot nu toe vijf producties, waaronder het ook in Nederland bekende Hotel Savoy, Hiob en Elementarteilchen.


Jung: 'Johan is een kunstenaar en geen controleur. Dat levert ook wel eens problemen op, want hij is een motor die af en toe hapert. Maar Johan kent gelukkig nooit grote problemen. Hij eist van zijn mensen een eigen verantwoordelijkheid, geeft vertrouwen, maar heeft ook vertrouwen nodig. Hij ziet de acteur als een zelfstandige partner, je kunt veel met hem bespreken maar je kunt ook zeggen: 'Ja, Johan, laat me nu maar, ik heb het begrepen.' Nee, hij heeft niet de behoefte baas te zijn, hoewel ik hem wel graag 'Baas' noem. Hij is niet autoritair, maar autoriserend.'


Dat de Kammerspiele in mei met twee stukken in Theater Treffen staat, heeft volgens Jung het hele gezelschap schwung, uitstraling en een energiestoot gegeven. 'Dus Amsterdam, pas op: wij komen eraan!'


Brandhaarden door Münchner Kammerspiele. In Stadsschouwburg Amsterdam van 15 t/m 21 maart. ssba.nl


----------------------------------------------------------------------


Hein Janssen zag de vier voorstellingen van brandhaarden al:

Winterreise van Elfriede Jelinek, regie Johan Simons


Speciaal voor de Kammerspiele schreef Elfriede Jelinek een van haar meest persoonlijke teksten: Winterreise, waarvan alleen de structuur met het gelijknamige muziekstuk van Schubert te maken heeft. Als een reis door het (winterse) leven bewandelt en behandelt Jelinek hierin maatschappelijke onderwerpen als de bankencrisis en de hysterische media-aandacht rond de verdwijning destijds van het Oostenrijkse meisje Natascha Kampusch. Maar ze duikt ook diep haar eigen familiegeschiedenis in, inclusief haar moeizame relatie met haar dominante moeder en afwezige vader. Simons heeft er een indrukwekkende collagevoorstelling van gemaakt, waarin Jelineks tekst wordt gekoppeld aan referenties over de Watersnoodramp in 1953 (Simons familie komt uit dat gebied), een Hollandse klompendans en muzikale interventies van Christoph Homburger. Acteur André Jung heeft een stilmakend mooie monoloog als Jelineks vader. In enkele Duitse kranten werd Winterreise zeer kritisch besproken (onpoëtisch, te concreet, te boertig), later stroomde het publiek toe.


Ludwig II naar Luchino Visconti, regie Ivo van Hove


Jeroen Willems speelt de titelrol in deze subtiel opgebouwde voorstelling waarin twaalf acteurs op hoog niveau het verhaal vertellen van een koning die stierf van nostalgie. Over de Beierse vorst Ludwig II, die leed aan grootheidswaan, homoseksuele neigingen had, zonderling gedrag vertoonde, een groot kunstliefhebber was (van Richard Wagner in het bijzonder), maar daarin ook megalomaan was. Ivo van Hove maakte op basis van de film van Luchino Visconti een visueel imponerende productie, waarin niet de historische context maar het existentiële drama het middelpunt is. In een tijdloze, ruimtelijke vormgeving, met effectief gebruik van video en filmbeelden en met Willems die Ludwig gepast cerebraal speelt - een man die verdwaald lijkt in zijn eigen leven. Dit keer geen homoseksuele extremiteiten bij Van Hove, zoals eerder dit seizoen in zijn regie van Edward II in Berlijn, maar een subtiele verwijzing naar 's konings diepe verlangens door middel van een tedere affectie voor een slapende lakei. En wat dollen met mooie jongens in de coulissen.


Ruf der Wildernis naar Jack London, regie Alvis Hermanis


Regisseur Alvis Hermanis nam de avonturenroman The call of the wild van Jack London als uitgangspunt voor een opmerkelijke voorstelling waarin zes acteurs voornamelijk op de bank zitten en als diverse personages verhalen uit hun eenvoudige levens vertellen. Die verhalen gaan voornamelijk over hun relatie tot hun hond en derhalve zitten en snuffelen er gedurende de avond ook zes honden op en over het toneel. Theater over de relatie tussen mens en dier, over de bestiale kanten van de mens en de menselijke kanten van het beest. Een verbluffende, ontregelende en bizarre voorstelling waarin de mens zich van zijn meest kwetsbare kant laat zien en de ontroering tenslotte onafwendbaar toeslaat. Met prachtige rollen van Thomas Schmauser, Kristof van Boven en Benny Claessens. Bij de première in München werd de voorstelling destijds zowel met een ovationeel applaus als met boegeroep ontvangen. En daar houdt het Duitse publiek van, van controverse.


Gesäubert/Gier/4.48 Psychose van Sarah Kane, regie Johan Simons


Sarah Kane schreef toneelstukken om de hel te ontvluchten en haar levenspijn te beheersen, maar dat is uiteindelijk niet gelukt: in 1999 pleegde ze op 28-jarige leeftijd zelfmoord. Toch is het schrijven de moeite waard geweest, blijkens de voorstelling die de MK dertien jaar na haar dood van drie van haar stukken heeft gemaakt. Simons laat in het drieluik drie totaal verschillende speelstijlen zien. In het eerste deel worden met heftig en soms bewust provocatief acteren (man smeert stront aan onderbroek) berichten uit het gekkenhuis over het publiek uitgestrooid; deel twee is een wonderschoon stemmenspel over de gruwel van het leven en het slotdeel is een visueel en muzikaal indrukwekkende apologie. In Kanes stukken lijkt de dood menselijker dan het leven. 'Ik wil huilen, maar ik ben aan de andere kant van mijn tranen', is de zin die blijft hangen en die in wezen deze hele voorstelling samenvat.


--------------------------------------


OOK TIJDENS BRANDHAARDEN

Naast de vier grote voorstellingen die in Brandhaarden worden gespeeld, zijn er verschillende kleinere producties, debatten, inleidingen en ontmoetingen. In Hotel Europa gaan acteurs, muzikanten en publiek aan de hand van In Europa van Geert Mak in een café-achtige sfeer op zoek naar getuigen van de grote en kleine geschiedenis, naar het verleden en heden. Er wordt voorgelezen, gezongen, geïmproviseerd en muziek gemaakt. Aan het 'Hotel Europa Debat' nemen onder anderen Arnon Grunberg en Frans Timmermans deel. Pierre Bokma en Kristof van Boven zijn te zien in de kindervoorstelling De kleine Janneman. De film Ludwig van Visconti wordt vertoond, evenals de documentaire Johan Simons: Zeg me dat het goed komt van Ireen van Ditshuyzen.


------------------------


GROOT GEZELSCHAP

Bij de Münchner Kammerspiele werken in totaal 271 mensen. Daarvan vallen er 170 onder de noemer Technisch Personeel (inclusief kostuum- en decoratelier). 25 Acteurs zijn vast aan de groep verbonden, per productie werken gastacteurs mee. Per seizoen worden 450 voorstellingen gespeeld en er vinden tussen de 40 tot 50 gastoptredens van andere theatergezelschappen plaats. De MK ontvangt jaarlijks 32 miljoen euro subsidie, waaruit ook een jeugdtheatergroep en een theaterschool worden bekostigd. Voor de Kammerspiele resteert 23 miljoen. Ter vergelijking: de grootste Nederlandse toneelgezelschappen ontvangen rond de 5 miljoen euro subsidie (rijk en gemeente).


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden