Baas over een ‘veelkoppig monster’

Vrijdag overleed oud-hoofdredacteur Harry Lockefeer op 68-jarige leeftijd. Hij was ooggetuige en initiator van tal van journalistieke verandering...

Luttele dagen nadat Harry Lockefeer in maart 1981 had gesolliciteerd naar de functie van hoofdredacteur van de Volkskrant stond zijn brief afgedrukt in Vrij Nederland. De redactiebrede vertrouwelijkheid, die in die tijd nu eenmaal hoorde bij de ultrademocratische benoemingsprocedures op de krant (one man, one vote!), was doorbroken door een collega die Lockefeer als hoogste baas niet zag zitten en dacht daar op geheel eigen wijze iets aan te moeten doen.

Voor tere types of gevoelige geesten was het een kwart eeuw geleden niet altijd goed toeven op de redactie. Harry behoorde tot geen van deze categorieën en hij was dan ook niet erg van zijn stuk gebracht door het pijnlijke lek. Hij kende zijn pappenheimers. Zes jaar daarvoor was hem immers de toegang tot de hoofdredactie ook al op het nippertje ontzegd. Bij de beslissende stemming over een nieuwe adjunct staakten de stemmen (33-33).

De afgewezen kandidaat weet de mislukking aan de in brede kring op de redactie levende gedachte dat zijn gooi naar het adjunctschap was ingegeven door ‘pure carrièredrift’. Aan hem kleefde de status van kroonprins en dat soort ambities kon je in die tijd maar beter voor jezelf houden.

Lockefeer schreef de frustratie van zich af in een open brief aan de redactie waarin hij de motieven van zijn tegenstanders ‘benedenmaats’ noemde en pakte met de hem kenmerkende ijzerenheinigheid zijn oude werkzaamheden weer op.

Maar Lockefeer onderscheidde zich onmiskenbaar. De kasteleinszoon uit Roosendaal was een van de eerste academici die rechtstreeks van de universiteit naar de krant kwamen en dat kon je zien. Altijd een stropdas om, een jasje aan en elke zes weken naar de kapper. Lockefeer is nooit betrapt in een spijkerbroek, de dresscode aan de Wibautstraat. ‘Aan de lompentrend van de jaren zestig heb ik nooit meegedaan’, zei hij in 1991 met nauwelijks verholen trots tegen Bibeb in Vrij Nederland.

Zijn status op de redactie steeg gestaag. Lockefeer werd chef van de sociaal-economische redactie, een gevoelige post omdat vakbondsbestuurders via de Stichting de Volkskrant de identiteit van de krant bewaakten en de hoofdredacteur benoemden. Het vergde soms behoedzaam manoeuvreren, maar de Brabander Lockefeer wist de kritiek van de katholieke bondsbestuurders op al te heidense uitingen in de krant altijd bekwaam te sussen.

Meer eer nog legde hij in met zijn verhalen over de derde wereld. Hij kreeg er in 1975 de Dick Scherpenzeelprijs voor. ‘Toen ik bij de krant kwam’, zei hij in zijn afscheidsinterview in Elsevier in 1995, ‘deden we niet zo veel aan de Derde Wereld. Een beetje liefdadigheid en dat was het. Bij Trouw werd de Derde Wereld in die dagen nog behandeld op de kerkpagina. Dat hoorde niet, vond ik. Ik heb het onderwerp naar de financiële pagina gebracht. Geen zieligheidsverhalen meer, armoede en onrecht benaderen als economisch vraagstuk. Dat was nieuw in de Nederlandse journalistiek.’

In zijn sollicitatiebrief uit 1981, die de lezers van Vrij Nederland dus nooit onder ogen hadden mogen krijgen, pleit Lockefeer voor kwaliteitsverbetering en vergroting van de toegankelijkheid. ‘Ons werk is nooit goed genoeg en voor zelfgenoegzaamheid is niet de minste aanleiding. De krant kan stellig beter. De opgave blijft het maken van een solide krant die tegelijk prettig leesbaar is en niet als een betonblok op de mat valt.’

Lockefeer meent ook dat de Volkskrant als ‘grootste en bestlopende krant’ van Perscombinatie een grotere rol moet spelen binnen het uitgeversconcern, waarvan ook Het Parool en Trouw deel uitmaken. De nieuwe hoofdredacteur, meent Lockefeer, zal moeten meepraten over de toekomst van krant en concern, verdere investeringen in de krant en de reactie van het concern op nieuwe media-ontwikkelingen.

Lockefeer wordt hoofdredacteur in 1982 midden in een economische inzinking en moet meteen bezuinigen. Maar in de jaren daarna krijgt de krant de wind pal in de rug. De nieuwe roerganger laat de krant maximaal profiteren van het gunstige tij door de overname van het uit de VS overgewaaide concept van de dikke zaterdagkrant.

Het mes snijdt aan twee kanten. De bloeiende economie leidt tot een krappe arbeidsmarkt en een gestaag wassende stroom personeelsadvertenties in de dikke zaterdagkrant. En bovendien vinden de lezers het prachtig. In het begin van de jaren negentig vinden elke zaterdag een half miljoen kranten hun weg naar de lezer. De advertentie-omzet explodeert.

De zaterdageditie van de Volkskrant wordt de kurk waarop Perscombinatie drijft. Halverwege de jaren negentig is het uitgeversconcern schatrijk: het eigen vermogen op het balanstotaal van 191 miljoen gulden bedraagt maar liefst 144 miljoen gulden. In 1993 heeft het bedrijf 107 miljoen gulden in kas.

Dankzij zijn hechte relatie met hoofddirecteur Max de Jong van Perscombinatie ziet Lockefeer kans de investeringen in de krant sterk op te voeren. Diezelfde relatie brengt hem in 1988 in een lastig parket als Pierre Vinken, topman van Elsevier, en Max de Jong samen een plan smeden voor een fusie tussen Elsevier-dochter NDU, onder meer eigenaar van NRC Handelsblad en Algemeen Dagblad, en Perscombinatie.

Lockefeer, die ruim van tevoren van de plannen op de hoogte was, laadt de verdenking op zich dat hij medearchitect of op zijn minst voorstander is van de fusie. Als het voorstel bekend wordt, reageert de redactie furieus. Volkskrantredacteuren willen niet werken voor Vinken, die als een keiharde manager wordt gezien die zijn kranten hoge rendementseisen oplegt.

Op een inderhaast bijeengeroepen vergadering schaart Lockefeer zich schoorvoetend achter het verzet tegen de fusie, die uiteindelijk strandt. Jaren later ontkent Lockefeer tegen Bibeb dat hij in een middag een ommezwaai heeft gemaakt. ‘Niet waar. Ik wist al heel lang van de plannen, maar mocht er niet over praten. Heb het tien maanden geheim moeten houden. Ik heb steeds gezegd: ik neem geen standpunt in voor ik er met de redactie over kan praten. Ik heb ook gezegd dat ik er tegen was als Elsevier de meeste macht zou krijgen.’

Maar het is de vraag wie de toekomst in 1988 het scherpst zag: Pierre Vinken of de tegenstanders. Zeker is dat de samensmelting van beide krantenuitgevers na het afscheid van Lockefeer alsnog doorging. Met dit verschil dat Perscombinatie toen vele honderden miljoenen moest neertellen voor iets wat in 1988 door Vinken vrijwel gratis werd aangeboden.

Het moederconcern van de Volkskrant werd ‘tot en met het laatste schroefje’ aan de banken in onderpand gegeven. Zekerheid is niet te geven, maar het lijkt een veilige veronderstelling dat als het plan van Vinken en De Jong in 1988 was doorgegaan, de Britse opkopers van Apax vele jaren later voor een dichte deur hadden gestaan.

Het fusieplan was de voorzichtige manager Lockefeer in 1988 geen breuk met het spraakmakende deel van de redactie waard. Zijn verhouding met de vloer was gecompliceerd. In zijn somberste momenten, bijvoorbeeld na weer eens een stormachtige plenaire waar een nieuwe, vluchtige redactionele actiegroep zich had gemanifesteerd, omschreef hij het gezelschap waaraan hij leiding gaf als een ‘veelkoppig monster’.

‘Het hoofdredacteurschap was veel gecompliceerder dan ik ooit had kunnen vermoeden’, zei Harry Lockefeer twee maanden geleden in een gesprek met een Amsterdamse student journalistiek, vrijwel zeker het laatste interview waarin hij terugkijkt op zijn tijd bij de Volkskrant.

‘Kijk, veel mensen denken dat de baas de hele dag met zijn poten op zijn bureau de krant zit te lezen, maar in werkelijkheid is het loodzwaar. Goeie God. Het is verrekte lastig om leiding te geven aan al die stronteigenwijze redacteuren, zeker omdat het er nogal democratisch aan toe gaat. Iedere redacteur heeft de ideale krant in zijn kop, iedereen wil een andere kant op. Als hoofdredacteur heb je liever dat ze alleen buiten de deur eigenwijs zijn, maar zo werkt het natuurlijk niet.’

Harry Lockefeer was vaak een onhandige en onzekere man, soms joviaal en one of the boys, vaak afstandelijk. ‘Er is me wel verweten’, zegt hij in zijn laatste interview, ’dat ik afstandelijk en koel was en misschien heb ik soms ook wel te veel afstand gehouden. Maar je moet ook afstand houden. Je kunt niet overdag de baas spelen en na vijven samen biertjes drinken alsof je een van hen bent. Dat werkt niet en dat begrijpt ook niemand.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden