Baas mag hoofddoek op werkvloer verbieden: 'Dit staat haaks op onze pluralistische maatschappij'

Een werkgever mag zijn werknemers verbieden om een hoofddoekje of andere religieuze symbolen te dragen tijdens het werk. Zolang dit verbod duidelijk staat omschreven in een bedrijfsreglement, is er geen sprake van discriminatie.

Beeld anp

Met dit vonnis oordeelde het Europees Hof van Justitie dinsdag over twee langslepende rechtszaken van moslima's die hun werkgever hadden aangeklaagd omdat ze geen hoofddoekje mochten dragen op de werkvloer. De Belgische Samira Achbita kreeg in 2006 haar congé toen ze, na ruim drie jaar in dienst te zijn geweest als receptioniste bij het beveiligingsbedrijf G4S, besloot om voortaan een hoofddoek te dragen. De andere zaak draaide om de Franse ict-consultant Asma Bougnaoui, die van haar werkgever geen hoofddoek meer mocht dragen na een klacht van een klant.

In de ogen van het Hof, de hoogste rechtsinstantie van de EU, is het legitiem als werkgevers jegens klanten neutraliteit willen uitstralen, 'met name wanneer daarbij alleen de werknemers worden betrokken die in contact treden met de klanten', zoals in het geval van een receptionist. Zolang een werkgever in het bedrijfsreglement vastlegt dat het zichtbaar dragen van 'enig politiek, filosofisch of religieus teken' op de werkvloer is verboden, is er geen sprake van directe discriminatie. Laat een werkgever dit na, dan kan niet worden uitgesloten dat er toch sprake is van discriminatie, aldus het Hof.

'Onwenselijk'

Een 'verstrekkend' arrest, vindt Jeroen Temperman, hoofddocent internationaal publiekrecht aan de Erasmus Universiteit en specialist op het gebied van religie en mensenrechten. Hij noemt het opmerkelijk dat het Hof het neutraliteitsideaal van de staat toepast op bedrijven - niet alleen een scheiding van kerk en staat, maar ook van kerk en bedrijf. 'Dat de staat een neutraal en seculier imago nastreeft voor publieke functies zoals rechters valt te rechtvaardigen. Maar dat het Hof dit neutraliteitsideaal oprekt naar de private sector lijkt me onwenselijk. We leven in een pluralistische samenleving, waarin het logisch is dat een bedrijf de maatschappij weerspiegelt.'

Wrang noemt Temperman de zaak van de Franse moslima, omdat in haar geval de werkgever pas een probleem maakte van haar hoofddoek toen een klant erover klaagde. 'Het was de onverdraagzaamheid van een klant die ertoe leidde dat haar werkgever de interne regels over neutraliteit ging toepassen, met haar ontslag als gevolg. Dat klinkt eerder opportunistisch dan principieel. Mede hierom kwam het Hof in deze tweede zaak dan ook tot een genuanceerder oordeel, waarin het benadrukte dat de enkele wens van een klant, zonder een duidelijk bedrijfsbeleid, geen redelijke grond voor ontslag is.'

Gevolgen voor Nederland

Ook in Nederland kan het arrest gevolgen hebben, denkt Temperman. Werkgevers zouden het arrest kunnen zien als groen licht voor het weigeren van werknemers met hoofddoekjes, onder het mom van neutraliteit. Temperman zegt niet te begrijpen waarom pak 'm beet een supermarkt, ingenieursbureau of slagerij neutraliteit zou moeten nastreven. 'Dat werknemers religieuze kledingvoorschriften volgen, betekent simpelweg dat het bedrijf gelovige mensen in dienst heeft, niet dat het hele bedrijf op religieuze leest geschoeid is. Bovendien kan het weren van mensen met een hoofddoekje ook worden gezien als antireligieus statement, en dus als niet neutraal.'

Werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland kennen geen praktijkvoorbeelden uit het bedrijfsleven over problemen met hoofddoekjes. 'Mocht het spelen, dan wordt dat op de werkvloer opgelost tussen werkgever en werknemer.' Een hoofddoek dragen op het werk mag in principe, mits het de veiligheid niet in gevaar brengt, zoals bij het bedienen van machines.

Bij de overheid speelden afgelopen jaren wel geschillen over hoofddoekjes. De rechtbank Rotterdam wees een sollicitante af voor de functie van griffier omdat zij tijdens zittingen haar hoofddoek niet wilde afdoen. De gemeente Tilburg weigerde een vrouw als stagiaire omdat haar hoofddoek de '(non-verbale) communicatie met collega's' zou belemmeren. Beide werkgevers werden op de vingers getikt door het College van de rechten van de mens, dat een hoofddoek in deze gevallen geen rechtvaardiging noemde om de vrouwen af te wijzen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden