Baan is vaak geen remedie tegen armoede

Het zogenaamde Nederlandse werkgelegenheidswonder bestaat voor de helft uit flexibele tijdelijke banen en kleine deeltijdbanen. Vooral die banen leiden tot meer armoede en financieringsproblemen voor de verzorgingsstaat, meent Lei Delsen....

EEN betaalde baan is de beste remedie tegen armoede en sociale uitsluiting, beweert Raymond Gradus (Forum, 18 juni). Integendeel! Armoede is een relatief begrip en wordt veelal gedefinieerd als een inkomen beneden de helft van het gemiddelde besteedbare inkomen. Het aantal arme huishoudens in Nederland is tussen eind jaren tachtig en 1994 verdubbeld en sterker toegenomen dan in omringende landen. Op microniveau levert het aanvaarden van betaald werk geen of onvoldoende inkomensverbetering op als gevolg van de inkomenstoets in uitkeringen en inkomensafhankelijke regelingen (subsidies). De impliciete marginale belastingvoet is in sommige gevallen - met name aan de onderkant van de arbeidsmarkt - zelfs groter zijn dan 100 procent. Hierdoor neemt het besteedbare inkomen af bij het accepteren van een betaalde baan. Dit leidt tot een armoedeval.

Uit vergelijkend onderzoek op macroniveau blijkt dat betaald werk - een hoge arbeidsparticipatie - een noodzakelijke, maar geen voldoende voorwaarde is om uit de armoede te raken. Er is geen relatie tussen de i/a-ratio, de verhouding tussen het aantal inactieven en het aantal actieven, en de omvang van de armoede in een land. België behoort ondanks de relatief hoge langdurige werkloosheid en de hoge i/a-ratio tot de landen met de hoogste welvaart per hoofd, terwijl de omvang van de armoede relatief laag is. De Angelsaksische landen , die worden gekenmerkt door relatief lage i/a-ratio's en een hoge arbeidsparticipatie, hebben geen lage, maar relatief hoge armoedecijfer.

Naar het oordeel van econoom Gradus bestaat er in Europa een negatieve relatie tussen arbeidsparticipatie en armoede. Dat er in de VS, Groot-Brittannië en Canada sprake is van working poor heeft volgens hem te maken met het lage minimumloon daar. Dit is het halve verhaal.

Waar ligt de oorzaak van deze armoede? Een (te) laag inkomen uit werk kan samenhangen met de beperkte hoeveelheid kennis en vaardigheden en dat het werk onregelmatig of slechts van korte duur is, of een combinatie van beide. Naast de kwantiteit is dus eveneens de kwaliteit van de werkgelegenheidsgroei van belang. Het zogenaamde Nederlandse werkgelegenheidswonder bestaat voor de helft uit marginale banen, dat wil zeggen flexibele tijdelijke banen en kleine deeltijdbanen. Deze banen leiden tot armoede als geen additioneel inkomen op individueel of huishoudniveau aanwezig is. Deze marginale banen worden bovendien niet volledig gedekt door het arbeidsrecht en het sociale zekerheidstelsel en komen vooral voor op de lagere functieniveaus.

Voor zover deze banen wel tot uitkeringen leiden, maar niet tot additionele premiebetalingen, nemen de financieringsproblemen van de verzorgingsstaat toe. Naar verwachting blijft het aantal marginale banen in Nederland groeien onder invloed van de toenemende concurrentie als gevolg van de Euro en het gevoerde dereguleringsbeleid. Door het Nederlandse bedrijfsleven wordt arbeid bovendien in toenemende mate als een kostenfactor gezien en zakelijker tegemoet getreden. Met als resultaat meer inkomens beneden het bestaansminimum, armoede en afhankelijkheid van aanvullende uitkeringen.

Het overheidsbeleid is ten dele debet aan de toenemende armoede. In de jaren tachtig zijn vooral prijsmaatregelen genomen - verlaging van het uitkeringsniveau en de ontkoppeling van uitkeringen en CAO-lonen - om te bezuinigen op de sociale zekerheid. Vanaf het begin van de jaren tachtig blijft de ontwikkeling van de netto minimumuitkering achter bij de ontwikkeling van het netto gemiddelde loon. De verhouding netto minimum uitkering/netto gemiddeld loon daalde geleidelijk van minder dan 70 procent tot minder dan 60 procent in 1999. Ook de hoogte van het wettelijk minimumloon is jarenlang bevroren geweest en volgde een zelfde ontwikkeling als de uitkeringen. Het vergroten van de prikkel tot het verrichten van arbeid leidt tot toenemende inkomensverschillen en armoede. De recente introductie van een arbeidskorting zet uitkeringsgerechtigden (verder) op afstand. Hierdoor kan het probleem van de armoede toenemen. Meer werkgelegenheid is dus een noodzakelijke, maar geen voldoende voorwaarde om de armoede te bestrijden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden