Baaba Maal belichaamt een nieuw Afrika

Baaba Maal. Paradiso Amsterdam, 30 oktober. Tournee...

MUZIEK

Op Nomad Soul, zijn jongste cd, wordt Baaba Maal bijgestaan door een keur aan westerse muzikanten als Brian Eno, trompettist Jon Hassell, reggaezanger Luciano, Howie B en the Screaming Orphans, he Ierse koor dat nogaleens Sinead O'Connor assisteert. Ze geven zijn muziek een exlectisch aanzien, waardoor een liedje dat zijn grootmoeder ooit voor hem zong gemakkelijk een plaats vindt naast een popsong als Cherie, of de Afrikaanse ambient van Lam Lam.

Van de kosmopolitische strekking van die in drie werelddelen opgenomen cd was bij het concert dat Baaba Maal vrijdag in Paradiso gaf, weinig te merken. Maal kwam met zijn eigen band Daande Lenol, hetzelfde gezelschap waarmee hij optreedt in de woestijn-nederzettingen in de wijde omgeving van Podor, zijn geboorteplaats in het noorden van Senegal, aan de grens met Mauritanië. De band bestond uit twaalf of dertien elegante zwarte mannen in kleurige wijde gewaden, vaak met de strijkvouw er nog in. Een van hen was de blinde zanger Mansour Seck, al bijna twintig jaar de muzikale mentor van Maal.

Links op het podium stonden de westerse, elektrische instrumenten: keyboards, gitaar, bas. Hun taak was het een fundament te leggen waarop de zang en de Afrikaanse, akoestische instrumenten konden excelleren: de percussie en de kora, het inheemse snaarinstrument dat mede bepalend is voor de klankkleur van Maal's muziek.

Een aantal meer westers getinte nummers van zijn laatste cd's bleef achterwege. In plaats daarvan waren er uitgesponnen versies van de lofdichten die hij zingt op de sterke vrouwen en taaie mannen van de Fulani, het nomadenvolk dat hem voortbracht.

De stem van Baaba Maal munt uit door souplesse, maar is minder krachtig en warm dan die van zijn landgenoot Youssou N'Dour. Zijn zang is eerder kwetsbaar dan imponerend, eerder een invitatie dan een overweldiging. Misschien komt het daardoor dat Maal nog steeds wacht op de hit die zijn muziek het publiek kan geven dat hij verdient.

De melodie van zijn zang, gesteund door de keyboards en soms ook door de blazers, is vaak langgerekt en neigt naar het cerebrale. Die neiging wordt gepareerd door het aanstekelijke gekrioel van percussie en slaggitaar, die van elk hoekje en gaatje een ritmisch kleinood maken. Dat contrast tussen ritmen en melodie is bepalend voor de spanning van zijn muziek.

Baaba Maal is een troubadour van het nieuwe Afrika. Daarover zingt hij, als hij oproept tot eenheid, tot verdraagzaamheid en het beteugelen van de inflatie. Die veranderingsgezinde houding straalt hij ook op het podium uit. Maal is een charismatisch performer, heer en meester van de concertzaal, voorzanger, bandleider en sterdanser ineen. Maar tegelijk is hij een zachtaardig en democratisch leider, die zijn bandleden alle ruimte geeft en aan het slot - het concert is dan al twee uur aan de gang - zelfs toeschouwers uitnodigt om op het podium hun kwaliteiten als percussionist of danser te meten met hem en de mannen van Daande Lenol.

Verbazend wat een talent er dan in Paradiso verzameld blijkt.

Ariejan Korteweg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden