Aznar regeert zijn partij als een absolute vorst

DE HELD in de Spaanse oppositiepers van het afgelopen weekeinde was ene Jaime Valdevieso, gemeenteraadslid van het Baskische dorp Llodio....

Cees Zoon

Reden om de dorpspoliticus te interviewen, want hij was de enige van de ruim drieduizend afgevaardigden die niet op alle voorstellen ja en amen zei. Met een ervan was Valdevieso het niet eens geweest, al stemde hij per ongeluk tegen een ander. Het bevalt me niets dat alles met honderd procent wordt aangenomen, mopperde hij tegen een verslaggever van El País. Maar ik blijf niet zo lang praten, straks gooien ze me er nog uit.

Het percentage van 99,6 waarmee de PP-ers zich drie dagen lang door alle stemmingen heen werkten, is waarschijnlijk sinds de tijden van de communistische dictators in Oost-Europa niet meer geëvenaard. 'De deelnemers gedroegen zich als Bulgaarse congresgangers, maar dan van centrum-rechts', jende de schrijver Vásquez Montalbán maandag. 'Dit zijn geen absolute meerderheden meer, maar totale.'

Het congres maakte nog eens duidelijk wat de meeste Spanjaarden al wisten. In de PP is slechts één man de baas en dat is premier José María Aznar. Hij bepaalt wat er gezegd en gedaan wordt, en de rest knikt gretig ja. Het hele kader is als de dood iets verkeerds te zeggen of te doen, met als gevolg dat het debat niet langer bestaat. Stond de leider op om voor een van de redenaars te applaudisseren, dan volgde het hele tachtig man sterke partijbestuur zijn voorbeeld. Bleef Aznar zitten, dan kwam het bestuur evenmin uit de stoelen.

Het congres, dat fungeerde als een geoliede applausmachine, putte zich uit in lofzangen op de premier. Het had als doel Aznar bij te zetten op het altaar van de partij, schreef de commentator van El País, verwijzend naar de woorden van secretaris-generaal Arenas: 'Aznar was, is en zal zijn de belangrijkste waarde van onze partij.' Aznar ís de PP, mag de conclusie zijn.

Arenas benadrukte zijn persoonlijk compromis met Aznar, bedankte hem voor zijn vertrouwen (hij mag voor nog eens drie jaar secretaris-generaal blijven) en verklaarde onderdanig dat zijn eigen toekomst 'geheel verbonden is met wat de minister-president doet'.

De absolute leider zelf greep de gelegenheid aan voor het aankondigen van wat menig congresganger al vreesde: hij maakt zijn karwei tot 2004 af, maar daarna houdt hij het voor gezien. De laatste tijd werd nogal eens geopperd dat hij maar moest blijven, ook al had Aznar eerder laten weten dat twee termijnen voor een premier uit democratisch oogpunt het maximum dient te zijn. Toen hij zaterdag een einde aan de speculaties maakte, durfde niemand meer een poging te wagen hem op andere gedachten te brengen.

Aznar meent kennelijk dat een mens op zijn hoogtepunt moet stoppen, en dat hij op zijn hoogste punt verkeert, betwijfelt geen Spanjaard. In 1989 erfde hij een partij die een allegaartje was van ex-Franco-aanhangers, gematigd rechtse figuren en voormalige christendemocraten. Hij heeft die partij omgevormd tot een hecht blok waarvan het democratisch gehalte niet meer in twijfel wordt getrokken.

In 1996 versloeg hij de socialist Felipe Gonzalez, van wie de Spanjaarden na dertien jaar genoeg hadden. Vier jaar later, mede doordat hij economisch de wind in de rug had, sloeg hij nog harder toe en veroverde een absolute meerderheid. Het parlement speelt sindsdien een ondergeschikte rol. En aangezien het bij de socialisten kwakkelen blijft, lijkt de enige vraag bij de volgende verkiezingen hoe groot de overwinning van de PP dan uitvalt.

Het is geen toeval dat Aznar zijn afscheid aankondigt op het moment dat hij voorzitter van de EU is, een rol waar hij van geniet. Alles wijst er op dat hij een rol in de internationale politiek ambieert. Geen Europees leider heeft de laatste jaren zo de wereld bereisd als Aznar, die bovendien sinds kort voorzitter is van de Christendemocratische Internationale, waar hij ook zijn goede vriend Berlusconi heeft binnengeloodst.

Officieel is nu de strijd om de opvolging ontbrand. Maar Aznar zal daarbij niet simpel toekijken. Het is bekend dat hij ministers aanstelt zonder met iemand te overleggen. Hij zal zijn erfenis niet te grabbel gooien en afstand doen van zijn invloed in de Spaanse politiek, maar hoogstpersoonlijk zijn opvolger aanwijzen. Aznar vertrekt, maar hij blijft de enige baas van de PP tot aan de dag dat hij echt weg is.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden